Verboden vruchten

De Boekenweek 2017 die deze week begint heeft tot thema ‘verboden vruchten’. Het ziet ernaar uit dat dit de kant opgaat van de verleiding voor een verboden genot. Ik citeer van boekenweek.nl: ‘De mens is genotzuchtig. Maar toegeven aan genot levert soms strijd op met ons geweten, onze levensovertuiging, onze omgeving, onze fysieke en geestelijke grenzen. Wel willen, niet mogen, toch doen.’ Dat is een vertekening van de historische mythen over de verboden vrucht. In onze cultuur gaat dat terug op het goddelijke monopolie op kennis. De mens of mensheid die de verboden vrucht van de kennis steelt krijgt een goddelijke straf. De bekendste christelijke mythe is de appel die Adam en Eva van de boom der kennis in het paradijs eten. Ze mochten de vruchten van alle bomen eten, maar niet van deze. De duivel verleidt ze daartoe. In mijn boek Het Verschil van Mening (Amsterdam, Bert Bakker 2016), dat in de Boekenweek te koop is, laat ik zien dat deze mythe van de diefstal van de goddelijke kennis aan de basis staat van deze  vrijheid.

 

De Engelse schrijver John Milton (1608-1674) is bekend van Paradise Lost (de val van de duivelse Lucifer en zijn wraak om Adam en Eva van de verboden boom der kennis te laten snoepen en ze zo uit het paradijs te verdrijven). Hij heeft echter ook een van de eerste verhandelingen over vrijheid van meningsuiting geschreven: Areopagitica (1644). Hij ziet de kennisdiefstal als de introductie van het kwaad in de wereld waaraan de mens noodzakelijkerwijs moet worden blootgesteld. Ik citeer uit mijn boek (p. 120):

William Blake illustratie Paradise Lost

‘De vrijheid van waarheidsvinding is vooral de christelijke vrijheid van de puritein, die met het eigen geweten het verschil tussen goed en kwaad moet ontdekken en daartussen moet kiezen. Evenals in Paradise Lost verbindt hij ‘goed’ en ‘kwaad’ tot een dialectisch paar dat naast elkaar moet bestaan. Satan zegt (Paradise Lost 4:110): ‘Evil be thou my good.’ In Areopagitica herhaalt Milton dat Adam door het kwaad het goede leerde kennen.Toen Adam van de verboden vrucht snoepte, bracht hij het kwaad in de wereld,maar ook de vrijheid tussen goed en kwaad te kiezen.Hij móest er dus wel van eten. Milton:

“Er zijn velen die klagen dat de goddelijke voorzienigheid Adam een overtreding heeft laten begaan. Dwaze tongen! Toen God hem de rede gaf, gaf hij hem de vrijheid te kiezen, want de rede is niets anders dan kiezen. Anders zou het maar een kunstmatige Adam zijn geweest, zoals een Adam in een poppenspel.”

Deze keuzevrijheid, waarbij het kwaad in de wereld is gebracht om door het goede overwonnen te worden, wordt ook wel de paradox van de zondeval genoemd. De waarheid had voor de puriteinen een duidelijk morele dimensie: waarheid en onwaarheid waren verbonden met goed en kwaad. (…) Areopagitica eindigt dan ook met het visioen van de nieuwe, puriteinse kerk, waarin de ware vrijheid zal worden gevonden. Deze vrijheid ‘tot’ krijgt totalitaire trekjes: er is maar één ‘ware’ kerk, er is maar één echte waarheid, er is maar één echte vrijheid. In deze christelijke heilstaat was voor paapse boeken geen plaats. De rede die de Amerikaanse literatuur is ingegaan als het monument van de vrijheid van de pers, eindigt met de vermaning dat deze boeken aan de brandstapel moeten worden toevertrouwd:

“Als zij misdadig en beledigend zijn is het vuur van de beul het meest  tijdige en effectieve preventieve instrument dat de mens kan gebruiken.”

Miltons verhandeling trok weinig aandacht bij zijn Engelse tijdgenoten, maar had des te meer invloed in de later vrijgevochten Amerikaanse kolonie. Terecht of ten onrechte: in ieder Amerikaans handboek figureert Areopagitica als het begin van het verhaal van de Amerikaanse vrijheid van meningsuiting.”

Prometheus vastgebonden op een rots door Gustave Moreau

Uit de Griekse mythologie kennen wij het verhaal van Prometheus die het vuur van de Olympische goden steelt en naar de mensen brengt. Hij wordt er eeuwig gestraft omdat de kennis van het vuur macht betekent. Zeus ketent hem vast op een berg in de Kaukasus waar een adelaar zijn lever zal uitpikken.

Maar er is een christelijke mythe waarin de hele mensheid in het strafbankje komt en dat is de bouw van de toren van Babel (in het Hebreeuws: verwarring). De mensheid wil een toren tot in de hemel bouwen om daarmee de goddelijke kennis en kunde te evenaren. Daar moet de HEER niets van hebben. Hij straft de mensheid met verwarring en onbegrip. Het verhaal staat in Genesis 11 (1-9) en het loont de moeite het helemaal in de nieuwe Nederlandse vertaling te citeren:

Ooit werd op de hele aarde één enkele taal gesproken. Toen de mensen in oostelijke richting trokken, kwamen ze in Sinear bij een vlakte, en daar vestigden zij zich.(…) Ze zeiden: ’Laten we een stad bouwen met een toren die tot de hemel reikt. Dat zal ons beroemd maken, en dan zullen we niet over de hele aarde verspreid raken.’ Maar toen daalde de HEER af om te kijken naar de stad en de toren die de mensen aan het bouwen waren. Dit is één volk, dacht de HEER, en wat ze nu doen is nog maar het begin. Alles wat ze verder nog van plan zijn ligt nu binnen hun bereik. Laten wij naar hen toegaan en spraakverwarring onder hen teweegbrengen, zodat ze elkaar niet meer verstaan. De HEER verspreidde hen vandaar over de aarde, en de bouw van de stad werd gestaakt. Zo komt het dat de stad Babel heet, want daar bracht de HEER verwarring in de taal die over de hele aarde gesproken werd, en vandaar verspreidde hij de mensen over de hele aarde.”

Toren van Babel door Pieter Breughel de Oude

In al deze verhalen wordt de mensheid gestraft voor nieuwsgierigheid, het begin van meningsvorming. Toen waren de straffers goden, nu machthebbers. In de schilderkunst is straf voor de nieuwsgierigheid een iconisch beeld geworden. Het is jammer dat deze dimensie van de verboden vrucht in het tijdperk van ‘post truth’ in de Boekenweek 2017 geen aandacht krijgt.

Geraadpleegde literatuur:

Egbert Dommering, Het Verschil van Mening, Geschiedenis van een verkeerd begrepen idee, Amsterdam: Bert Bakker 2016.

Genesis, De nieuwe Bijbelvertaling, Querido/Jongbloed 2014, p. 29.

Roger Shattuck, Forbidden Knowledge, From Prometheus to Ponography, New York: St Martin’s Press 1996.

 

 

Dit bericht is geplaatst in Essays. Bookmark de permalink.