Kunst en Wetenschap deel 2

Naar aanleiding van mijn blog van december 2016 over het onderzoeksprogramma aan de Universiteit van Leiden met betrekking tot kunst en wetenschap schrijft de voor dit programma verantwoordelijke hoogleraar Janneke Wesseling mij. Ik druk haar reactie hierna af. Alvorens hierop te reageren stel ik de lezers van deze blog graag in de gelegenheid voor 15 februari in een bijdrage van niet meer dan 500 woorden hun mening te geven. De lezers attendeer ik daarbij op een interessante beschouwing van Katalin Herzog over dit onderwerp uit 2010, te vinden op  https://kunstzaken.blogspot.nl/2010/09/tussen-twee-stoelen-in-promoveren-in-de.html. Zij kunnen die in hun eventuele reactie betrekken.

Antwoord aan Egbert Dommering

Graag reageer ik op de overwegingen van Egbert Dommering naar aanleiding van de openbare verdediging  door Hans Scholten van zijn proefschrift, op 16 november j.l.

Eerst een kort woord over het door Scholten gebezigde begrip entropie: het is Scholten niet te doen, zoals Dommering abusievelijk suggereert, om een ‘beheersing’ van entropie, maar juist om de vraag naar de mogelijkheid van een productieve omgang met dit verschijnsel, in relatie tot urbanisatie. Entropie wordt door Scholten in het kader van zijn artistieke praktijk als een positief begrip gewaardeerd.

Ik citeer uit de conclusie van het proefschrift van Scholten:

“In deze dissertatie betoog ik – en in mijn werk verbeeld ik – dat aspecten van chaos, wanorde en entropie een belangrijk onderdeel zijn (of zouden moeten zijn) van onze leefomgeving. (…) Ik ben in mijn werk niet bezig met actievoeren of oplossingen, maar ik wil een wereld verbeelden waarin mogelijkheden en voorwaarden voor een (menselijke) leefomgeving in een zich verstedelijkende wereld onderzocht en aan de orde gesteld worden.”

 

Wat betreft de al dan niet wetenschappelijke aard van het onderzoek in en door de kunst (of ‘artistiek onderzoek’): Dommering concludeert terecht dat artistiek onderzoek zoals dat bedreven wordt aan ACPA geen wetenschap is – in de zin van zijn definitie van wetenschappelijk onderzoek als “cognitieve arbeid die objectiveerbare en herhaald toetsbare kennis ten doel heeft”.

Artistiek onderzoek heeft een dieper en gefundeerd inzicht in de eigen artistieke praktijk ten doel en levert daarmee tevens kennis op over kunst en kunstpraktijken in het algemeen. De uitkomst van dit type onderzoek is nieuw artistiek werk en een tekst (de geschreven dissertatie) die recht doet aan het artistieke werk. Zoals beschreven staat staat op de website van PhDArts (www.phdarts.eu): “There is a unique relationship between the artist/designer, the research method and the outcome of the research. This research is only possible thanks to the artist’s artistry and, the other way round, the artist develops his artistry through the research. The outcome is therefore an artistic product, combined with a discursive product, the dissertation, which does justice to the artistic one. This final result of this type of research, which is by its nature speculative, cannot be restricted to one particular form. (…) The requirements that the research must satisfy and the researcher’s methodology derive in part from the assignment that the artist or designer has given himself.”

Het gaat hier dus om speculatief onderzoek waarbij de subjectieve ervaring een duidelijk aanwijsbare en centrale rol speelt en waarbij de onderzoeksmethodologie inderdaad niet van tevoren gegeven is, maar ontleend is aan de zelfgestelde opdracht van de onderzoeker – zoals dit trouwens het geval is voor het merendeel van geesteswetenschappelijk onderzoek. Voor onderzoek binnen de geesteswetenschappen is de definitie van wetenschap zoals Dommering die hanteert van zeer beperkte relevantie.

 

Hieruit volgt niet dat er geen duidelijke, algemeen geaccepteerde academische eisen zijn waaraan artistiek onderzoek dient te voldoen. Deze eisen kunnen als volgt samengevat worden: de promovendus moet aantonen dat hij/zij een onafhankelijk onderzoeker is; de promovendus dient de eigen artistieke praktijk (in relatie tot de onderzoeksthematiek) te contextualiseren en te positioneren in het specifieke veld van het onderzoek; de disssertatie dient een oorspronkelijke bijdrage te leveren aan het discours binnen dit veld van onderzoek.

Waarin onderscheidt een gepromoveerde kunstenaar zich dan van een kunstenaar die twee jaar aan de Rijksakademie heeft gewerkt?  Los van het feit dat een traject van gemiddeld vijf jaar intensief promotie-onderzoek van andere aard en duur is dan een tweejarige werkperiode aan de Rijksakademie, onderscheidt zich het werk van de gepromoveerde kunstenaar precies door de combinatie van werk en tekst en door de eis van de discursieve, academisch verantwoorde positionering van het eigen werk en van het onderzoek. Deze wisselwerking tussen beredeneerde positionering en de eigen praktijk – tussen denken en maken – is kenmerkend voor het doctoraat in de kunsten.

Janneke Wesseling

Amsterdam, januari 2017

 

 

 

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.