Piss Christ van Andres Serrano revisited op de tentoonstelling van de kunstenaar in Brussel.

 

Tot 21 augustus is in Brussel een overzichtstentoonstelling van de Amerikaanse (maar eigenlijk Haïtiaans-Cubaanse) Adres Serrano te zien. Goed om de (voor)oordelen over deze kunstenaar die met het beruchte Piss Christ als blasfemist is gebrandmerkt, te testen. Dat is zeer verhelderend. Serrano is geen blasfemist maar een religieus mens die in de Zuid-Amerikaanse traditie zijn eigen emotionele vertaling van het katholicisme geeft. Zelf zegt hij in de catalogus van de tentoonstelling: ‘Ik ben altijd aangetrokken door het christendom. Ik ben geboren en getogen katholiek en ben mijn gehele leven een christen geweest.’

Andres Serrano in zijn appartement in New York

Andres Serrano in zijn appartement in New York

Wat was ook weer Piss Christ? De fotomontage die uit 1987 dateert toont de kruisiging in een rode gloed met gele belletjes op het oppervlak. Waarschijnlijk zou het werk niet zo’n schok teweeg gebracht hebben als de kunstenaar het niet deze titel had meegegeven, maar zegt hij zelf: ‘ik heb altijd eenvoudige titels aan mijn werk gegeven die zo beschrijvend als mogelijk zijn, het ging in dit geval om Christus en om pis. Het was niet blasfemisch bedoeld.’ De gele belletjes zijn dus urinesporen.

Piss Christ

Piss Christ

Want een schok was het: een kunstenaar had in het openbaar op het allerheiligste uit de katholieke kerk gepist. Het werk was bovendien in 1989 bekroond door een centrum voor moderne kunst  in North Carolina in de Verenigde Staten en was met andere bekroonde werken ook in Los Angeles, Pittsburgh en Richmond te zien geweest. In Pittsburgh werd het opgemerkt door een christen-fundamentalist die zijn geschokte bevindingen onmiddellijk rapporteerde aan de National Federation of Decency (nu: American Family Association) en een fundamentalistisch christelijke vereniging in Mississippi. Laatstgenoemde organisatie begon onder leiding van dominee Donald Wildman een nationale anticampagne die spoedig door leden van het Congres werd opgepakt. Daar brak een politieke rel uit, temeer toen bleek dat de prijs die aan de kunstenaar was toegekend mede was gefinancierd door de federale National Endowment for the Arts (NEA). De voortrollende protesten werden een explosieve lawine toen er een ‘zedenschandaal’ uitbrak rond de mede door de NEA gefinancierde tentoonstelling van de fotograaf Robert Mapplethorpe in de Corcoran Gallery in Washington. Hoewel het werk van Mapplethorpe artistiek en inhoudelijk heel anders is dan dat van Serrano werden beiden samengesmeed tot een gevaarlijke bom die moraal en zeden van de Amerikaanse samenleving op het spel zette. Beide kunstenaars en hun werken werden onderdeel van wat in de geschiedenis van de VS van de vroege jaren negentig is gaan heten de ‘culture wars’.

Piss Christ maakt onderdeel uit van een periode waarin Serrano zijn ‘bodily fluids’ serie maakte, waarin hij bloed, urine en sperma als abstracte fotomontages toonde geheel in de traditie van het modernisme. Vóór Piss Christ gebruikte hij dezelfde inbedding bij beelden van Eros & Psyche in de serie ‘Immersions’. Serrano: ‘De Immersions kwamen voort uit de wens om weer een referentie te maken naar figuurlijke voorstellingen met behulp van lichaamsvloeistoffen. Bij Piss Christ ging het niet alleen daarom, maar ook om het christendom zelf. De dood aan het kruis was verschrikkelijk. Niet alleen bloedde Christus, hij zal ook ontlasting hebben gehad. Als je erdoor geschokt wordt is het omdat het een roemloze dood is. Na de 17e eeuw zijn er nauwelijks nog religieuze christelijke werken gemaakt; Piss Christ is er een van.’

White man's burden

White man’s burden

Naakt portret van Taylor Mead

Naakt portret van Taylor Mead

De tentoonstelling laat het hele oeuvre zien dat zich kenmerkt door een zoeken naar de grens en de zelfkant: foto’s van Nomaden, daklozen, Amerikaanse indianen, armoedige interieurs in Cuba, de Ku Klux Klan, confronterende (homo en hetero) seksscènes, de loop van een vuurwapen, naaktfoto’s van oude mensen, lijken in het mortuarium en ook monniken en Christus als kruisdrager. De gebruikte fototechniek is op de rand van de ‘goede smaak’, maar dat behoort bij zijn aanpak. Daarover nog twee opmerkingen.

Cubaans interieur

Cubaans interieur

Er bestaan in iedere cultuur beeldvoorschriften over wat de juiste voorstelling van de wereld is. In het hart daarvan bevinden zich de religieuze voorschriften hoe ‘het heilige’ al of niet afgebeeld moet/mag worden. Voorschriften over de afbeelding van de seksualiteit vormen de tweede schil. Overtreding van de voorschriften in dit gebied roepen dikwijls heftige reacties op. Kunstenaars hebben door de eeuwen heen in dit hart de ‘grenzen verlegd’ omdat zij dichter bij de waarheid van het leven of de godsdienst willen komen. Caravaggio’s ‘Dood van de heilige Maagd’ (1606, nu in het Louvre) werd door de kerkelijke opdrachtgever geweigerd omdat op het schilderij niet de volgens de beeldvoorschriften afgebeelde maagd lag, maar duidelijk herkenbaar een plaatselijke hoer die model was geweest voor het schilderij. De Olympia van Manet (1863, nu in Musée Orsay) veroorzaakte een schandaal bij de Franse bourgeoisie die gewend was aan poezelige naakten die naar de hemel tuurden, omdat het model de toeschouwer koel in de ogen kijkt: naakt realisme, realistisch naakt. De moderne kunst is een lange kruistocht van ‘ontheiliging’ van de beelden die binnen de heersende cultuur ‘de juiste’ zijn.

Mijn tweede opmerking is dat de heftigheid van de reactie soms resulteert in vernieling. Dat loopt van de Beeldenstorm in de Nederlanden tot de verbranding van ‘entartete Kunst’ in nazi-Duitsland. In de tentoonstelling zijn achter een zwart gordijntje de sekswerken opgehangen die in 2007 bij een tentoonstelling van Serrano in Lund (Zweden) door neonazi’s zijn vernield. Ze zijn in hun gemolesteerde staat met rode tape op de plaats van de vernieling opgehangen.  ‘Iconoclasme’ en ‘vandalisme’ liggen dicht tegen elkaar. Ook Piss Christ is een keer aangevallen.

Gemolesteerde seksfoto

Gemolesteerde seksfoto

 

Geraadpleegde literatuur:

Andres Serrano, Uncensored photographs, catalogus bij de tentoonstelling, Milaan: Silvana editorial 20016

Anthony Julius, Transgressions, The Offenses of Art, Londen: Thames & Hudson 2002

Dario Gamboni, The Destruction of Art, Londen: Reaktion Books 1997 /md

Dit bericht is geplaatst in Essays, Kunstenaars. Bookmark de permalink.