De problemen rond De Appel in Amsterdam

De Appel in Amsterdam is in september van dit jaar negatief in het nieuws geweest wegens het plotselinge ontslag van haar een jaar eerder aangestelde directeur Lorenzo Benedetti (oud-leerling van de curatorenopleiding van hetzelfde instituut), zie http://metropolism.com/opinion/witte-raaf/ en publicaties op het Platform BK http://www.platformbk.nl/2015/09/ww14-appels-en-peren/ ; http://www.platformbk.nl/2015/10/platform-bk-over-het-ontslag-van-lorenzo-benedetti/

De kantonrechter in Amsterdam heeft op het verzoek van het bestuur van De Appel de arbeidsovereenkomst begin december ontbonden, wegens een onoverbrugbaar verschil van mening tussen bestuur en Benedetti over het beleid. In opdracht van de gemeente Amsterdam heeft een commissie onder voorzitterschap van de oud-advocaat Els Swaab een week na de uitspraak een advies over de kwestie uitgebracht. Hoe het verder gaat weet ik niet; er loopt nog een hoger beroepstermijn. Ik heb het stilzwijgen over de affaire bewaard, omdat ik lang bestuurslid van De Appel ben geweest tijdens het directeurschap van Saskia Bos. Na lezing van het advies van de Commissie Swaab heb ik besloten dat stilzwijgen te verbreken, omdat dit advies van geen kant deugt. Van geen kant: de opdrachtgever is verkeerd, de opdracht is verkeerd, de voorzitter had zich moeten terugtrekken en het advies deugt inhoudelijk niet, omdat de echte vragen niet worden beantwoord.gebouw

De gemeente Amsterdam heeft de commissie de opdracht gegeven een onderzoek te doen ‘naar het beleid en de handelwijze van het bestuur van De Appel in relatie tot de

Els Swaab

Els Swaab

arbeidsovereenkomst met de heer Benedetti en de ontbinding van deze overeenkomst.’ De gemeente Amsterdam is een belangrijke subsidieverlener van De Appel. Subsidieverleners kunnen onderzoek bij instellingen doen naar de naleving van de subsidievoorwaarden, maar dienen zich verre te houden van het besturen van de subsidiënt. De gemeente is dus haar boekje te buiten gegaan door zich met de interne aangelegenheden van De Appel te bemoeien en het bestuur van De Appel had daaraan dan ook nooit mogen meewerken. De opdracht is fout omdat die een kwestie betreft die onder de rechter was en is. De Commissie zegt weliswaar dat zij zich daar buiten houdt, maar uit de inhoud van het advies blijkt dat zij zich daar voortdurend mee bemoeit. Bovendien maakte het een fair onderzoek onmogelijk omdat de uitkomsten daarvan in de procedure bij de rechter kunnen worden gebruikt. Over hoe de commissie haar onderzoek heeft gedaan blijft het advies vaag.  De voorzitter van de Commissie was betrokken bij het geschil tussen het bestuur en Benedetti, omdat zij zich over hem had beklaagd, een omstandigheid waar het bestuur zich in de rechterlijke procedure op heeft beroepen. Dat de gemeente Amsterdam dat niet erg vond en de voorzitster zich daarachter verschuilt, levert het onomstotelijke bewijs van het criterium waar het ten deze om gaat: de schijn van partijdigheid.

Naar mijn mening waren er drie hoofdvragen aan de orde die de commissie niet heeft onderzocht, laat staan beantwoord. De eerste hoofdvraag is hoe precies de verhouding is tussen de artistiek directeur en de zakelijk leider. Deze splitsing bestond in het verleden van De Appel niet, maar is onder het vorige bestuur in de periode Ann Demeester ingevoerd. In dezelfde periode hebben we een dergelijke splitsing zien optreden bij musea. De taakverdeling zakelijk/artistiek heeft daar vaak tot discussie geleid. De commissie houdt zich wel bezig met de taak van algemeen directeur zoals die bij de sollicitatie van Benedetti ter tafel lag, maar constateert tegelijkertijd dat taakomschrijvingen voor de functies bij de Appel ontbraken. Dit had tot een nader onderzoek moeten leiden naar de verhouding tussen de zakelijk leider en de algemeen directeur, hoe die moet zijn bij een kleine instelling als de Appel en wat daarin in de afgelopen periode mogelijk fout is gegaan.

Bezoek De Appel o.l.v. Ann Demeester

Bezoek De Appel o.l.v. Ann Demeester

De tweede hoofdvraag betreft het beleid en de positie van De Appel, en of dat ongewijzigd moest worden voortgezet. Onder de vorige directeur zijn er allerlei nieuwe activiteiten gestart zoals een opleiding voor galeriehouders en het doen van regelmatige publicaties, waarvan minst genomen kan worden betwijfeld of die wel tot de kerntaken van De Appel kunnen worden gerekend. Zo valt het bij het bezoek van het nieuwe gebouw van De Appel op dat ruimtelijk evenveel – zo niet minder – plaats is voor presentaties als voor het kantoor van de instelling zelf. Wat de presentaties betreft heeft Benedetti de oorspronkelijke lijn van De Appel om het allernieuwste en nog niet gedefinieerde te brengen (met veel succes als het gaat om peer review) weer opgepakt. Hoewel het bestuur met de mond heeft beleden dat zij daar achter staat is de vraag toch gerezen of ook bij De Appel de algemene trend dat publieksbereik de norm wordt niet een rol heeft gespeeld. De commissie deed geen onderzoek naar deze kwestie die juist omdat zij een algemene trend betreft niet uit de weg had mogen worden gegaan.

Dit brengt mij tot het laatste hoofdpunt namelijk wat er moet worden gedaan om de zeer grote goodwillschade die De Appel door deze affaire heeft opgelopen te herstellen. De Commissie beveelt aan dat er moet worden gestreefd naar een brede samenstelling van het bestuur met representanten uit de internationale kunstwereld. Daaruit moet worden afgeleid dat de commissie vindt dat het bestuur op dit moment niet goed is samengesteld . Maar hoe heeft de commissie dat vastgesteld en wat betekent dat voor het zittende bestuur en de genomen beslissingen? Wat vindt de commissie ervan dat op de avond van de benefietveiling van Witte de With en De Appel op initiatief van het Appelbestuur een kunstenaarszetel in het bestuur werd geveild? De representanten van de (internationale) kunstwereld die in de zaal aanwezig waren hebben daar met bevreemding van deze ‘grap’ kennis genomen. Ik heb niet de indruk dat de commissie met ook maar één representant uit die wereld heeft gesproken.

Gerlach en Koop, laatste tentoonstelling Benedetti in De Appel

Gerlach en Koop, laatste tentoonstelling Benedetti in De Appel

De verzamelaar hedendaagse kunst, Rob van Schaik, die de benefietveiling De Appel/Witte de With bijwoonde schrijft mij op 22 december:

Wat ik toch buitengewoon blijf vinden is de veiling van een plaats in het bestuur. Je noemt het een ‘grap’ tussen aanhalingstekens, maar het was geen grap ook niet tussen aanhalingstekens, er is geboden en verkocht voor een bedrag van EURO 6.000,- en iemand die iets koopt voor dat bedrag kan toch niet geschaard worden onder de “practical jokers”. Tenzij natuurlijk de hele veiling een grap was en niemand hoefde af te rekenen aan het eind, dat kan natuurlijk altijd en dan zijn we reuze gefopt met zijn allen. Maar goed, dat is volgens mij niet gebeurd. En gelet op de achtergrond van de huidige bestuurders  vind ik het lastig voor te stellen dat zij  in de categorie grappenmakers vallen. Nee het was geen grap, het was op zijn best een ondoordachte poging om goodwill te creëren bij een onwelwillende zaal: maar wel met gevolg dat het een onthutsend inkijkje gaf in de nonchalance van de taakopvatting van dit bestuur. Iets wat je vooral niet te serieus moet nemen, wat je voor een appel en een ei te koop kan aanbieden, waar je tijdens een diner van beleid kan wijzigen en waar als het verkeerd uitpakt je vooral geen consequenties aan hoeft te verbinden, want voor zover ik weet zitten ze er nog allemaal en ik vermoed dat ze ook allemaal blijven zitten. Het zal ongetwijfeld allemaal juridisch in orde zijn om plaatsen te veilen (en je weet ik ben geen jurist), maar moreel vind ik het onjuist. Ik vind het dan ook jammer dat er aan dit element helemaal geen aandacht is besteed in pers en andere media: het is volgens mij vanuit governance optiek uniek wat hier gebeurde en er zijn zoveel meer vragen hierover te stellen.

 

Dit bericht is geplaatst in Essays. Bookmark de permalink.