De Biënnale in Venetië 2015

Hier volgt de gebruikelijke uitgebreide analyse van de biënnale 2015. Voor vergelijkingsmateriaal met de biënnale 2013 verwijs ik naar mijn blog http://www.egbertdommering.nl/?p=396.  De conclusie is dat deze biënnale in de hoofdtentoonstellingen aanmerkelijk beter is dan die van 2013, al geldt dat dan vooral voor de tentoonstelling in het Arsenaal. De oogst bij de landenpaviljoens is de Giardini is bijzonder mager, al zijn er uitzonderingen. In de stad is een aantal interessante presentaties te vinden. Wie van het geheel een goed beeld wil krijgen moet vier dagen uittrekken (en dan lukt het nog niet alles te zien). Zij die minder tijd hebben kunnen dus het best bij het Arsenaal beginnen. Het strekt tot aanbeveling dan alleen de hoofdtentoonstelling te doen en het paviljoen van Zuid-Afrika (de andere nationale presentaties in het Arsenaal zijn van geringe kwaliteit en ook de individuele presentaties aan het eind zijn weinig interessant). Maar ook bij deze beperking is een dag nog nauwelijks voldoende om alles in de hoofdtentoonstelling in het Arsenaal grondig te zien. Voor zover ik weet voor het eerst is in de hoofdtentoonstelling gebruik gemaakt van afschotten van de grote ruimten waardoor hinderlijke interferenties tussen presentaties, die vorig afleveringen verstoorden, worden vermeden. De  short guide verschaft over alle werken die op en rond deze biënnale te zien zijn, betaalbare, draagbare,  beknopte, ter zake doende en gemakkelijk vindbare informatie.

Facebook altaar door Conversation Recycle group

Facebook altaar door Conversation Recycle group

Het Arsenaal (een dag)

De curator van deze aflevering is de Nigeriaan Okwui Enwezor (1963), bekend van Dokumenta 11 en menige belangwekkende tentoonstelling daarna. Hij gaf deze biënnale de titel mee ‘All the World’s  Futures’. In een verhelderend interview met hem in de mei 2015 aflevering van het Amerikaanse tijdschrift Artforum zegt hij dat hij die titel heeft gekozen omdat hij zich geen kwetsbaarder en risicovoller moment in onze contemporaine geschiedenis kan voorstellen dan juist nu. Er is geen eenduidig verhaal meer over de toekomst te vertellen en al onze uit het verleden overgeleverde politieke opvattingen zijn achterhaald. ‘Het monolithische verhaal is onhoudbaar.’ En daarmee doelt hij op de politiek (neoliberalisme, socialisme, nationalisme) en de kunst (Westers georiënteerd modernisme of post versies daarvan).  Hij spreekt daarom van ‘multiple frames of reference’. En dat is inderdaad wat deze tentoonstelling ons biedt: een adembenemende opeenstapeling, van sociale, politieke, economische en geografische visies zoals deze in zeer uiteenlopende artistieke expressies zijn vorm gegeven. Met de keuze voor het werk ‘Das Kapital’ als thema kiest hij in zoverre voor een centraal referentiepunt dat arbeid en sociale ongelijkheid bepalende factoren zijn, maar dit door hem als ‘Reading Capital’  aangeduide thema is uiteindelijk maar een van de drie filters, zoals Enwezor zijn tentoonstellingsconcept omschrijft. Er zijn twee andere filters (‘Garden of Disorder’ en ‘Epic Duration’) waarmee je alle kanten op kan. Arbeid is in elk geval het centrale thema van het laatste werk van de vorig jaar overleden filmmaker Harun Farocki, gemaakt samen met zijn partner Antje Ehmann. Het heet ‘Labor in a single shot’ en het wordt al direct in

Qiu Zhijie Geschiedenis machine

Qiu Zhijie Geschiedenis machine

een van de eerste zalen getoond.  Het bestaat uit een projectie op vier tot vijf schermen die rond toeschouwer zijn gehangen en het toont scènes uit de arbeid in zeer veel verschillende beroepen in zeer veel verschillende landen. De makers hebben in vijftien workshops filmers over de hele wereld gevraagd in een twee minuten durend shot zonder montage een beroepsbezigheid vast te leggen. Zij hebben die negentig fragmenten gemonteerd en er nog aantal fragmenten aan toegevoegd die laten zien hoe werkers aan het eind van de dag van hun werk vertrekken, een verwijzing naar één van de oudste filmfragmenten uit 1895 van de gebroeders Lumière in Frankrijk waar op te zien is hoe de arbeiders uit de fabriekspoort stromen (ook een single shot). ‘Reading capital’ en ‘epic duration’ in één. De gefilmde beroepsbezigheden zijn met een dermate grote intensiteit waargenomen dat je van het ene scherm (bijvoorbeeld een suppoost in een zoölogisch museum) naar het andere scherm (bijvoorbeeld een lopende bandwerker) wordt gezogen, temeer daar de ritmische montage op de verschillende schermen er een soort dans van de arbeid van maakt. Dit is nu echt het beeld van hoe iedereen op deze aardbol in een beroepscontext  ‘zijn of haar ding doet’. Mika Rottenberg  pakt het arbeidmotief op in haar bekende  absurde boven- en onderwereld waar grote dikke dames in de bovenwereld in te kleine en te lage kamertjes een leger arbeidende vrouwen in de onderwereld bestieren met wie ze communiceren door uit muren stekende ledematen of door middel van vreemde gaten in de muur geschikt voor zintuiglijk contact (in dit geval zijn de werkers in de onderwereld parelsorteerders). Aan de ingang van de vertoningsruimte is ook een parelwinkel ingericht. Verderop in de tentoonstelling filmt de Zuid-Koreaan Im Heung-soon in ‘Factory Complex’ misbruik van vrouwenarbeid in werkelijkheid. Naast de ruimte waar Farocki/Ehmann hun werk tonen, is een installatie te zien bestaande uit klassieke Chinese penseeltekeningen en de driedimensionele vertaling in de ruimte van in de tekeningen afgebeelde voorwerpen. Het is werk van Qiu Zhijie (zie afbeelding hierboven in de tekst) dat met gebruik van de geformaliseerde vormen van de traditionele cultuur devan bovenaf bestuurde samenleving van het volk op de hak neemt (het Chinese ‘paviljoen’ in de olievatenruimte aan het eind van het Arsenaal is evenals in 2013 een propaganda opstelling van het ‘nieuwe’ China van melk en honing). De Franse Liisa Roberts maakt foto’s van modellen die destijds hebben geposeerd voor de reliëfs in één van de

Liisa Roberts Model voor metro reliëf in Petersburg

Liisa Roberts Model voor metro reliëf in Petersburg

metrostations in Sint Petersburg. Nu zijn het oude gedecoreerde Sovjet helden. De kunstenaars knagen dus met ‘epic duration’ aan alle kanten aan het marxisme. De in Zweden wonende Turkse Meriç Algün Ringborg zet haar Turkse verleden om in ijzige Scandinavische interieurtjes. De in Beijing wonende Cao Frei maakt een lange film van een maquette waarin een half verwoeste China town van een Europese koloniale hoofdstad wordt uitgebeeld. Dat het Frans Indo-China moet zijn wordt versterkt door de monologen van Margerithe Duras uit Resnais’ film ‘Hiroshima mon Amour’ die ze voice over af en toe laat uitspreken, terwijl de camera langs de teloorgang van de ‘good life’ in de koloniën glijdt. Ze exposeert ook kleine diorama’s met ontspoorde Chinese hoge snelheidstreinen.  Er is veel mooi tekenwerk in deze tentoonstelling te bewonderen (de Algerijnse Massinissa Selmani, de Russische Olga Chernysheva, de Zuidafrikaanse Joachim Schönfeldt), er is een betoverende fotomontage in baldakijnvorm van de Turkse Kutlug Ataman, een geheimzinnige licht en donker multimedia impressie van de Perzische Raha Raissna, en de door uit Sarajevo afkomstige in Parijs wonende Maja Bajevic gemaakte kleedjes die

Meriç Algün Ringborg Zweeds-Turks interieur

Meriç Algün Ringborg Zweeds-Turks interieur

Bosnische traditionele motieven combineren met de grafieken van instortende of omhoogvliegende wisselkoersen waar we dagelijks mee om de oren worden geslagen. Kaartjes met vluchtelingenstatistieken inspireren de Vietnamese Tiffany Chung tot ragfijne Aziatische miniaturen; het zijn in lieve kleurtjes verpakte gifpillen van menselijke tragedies. De Zuid-Afrikaan Kay Hassan schildert op grote papiermaché oppervlakten mannenkoppen die er uit zien als voorwereldlijke grotschilderingen.

Kay Hassan

Kay Hassan

Al deze kunstenaars tonen de wereld dus door een of meer van de filters die Enwezor ze heeft voorgehouden, al is de brekingsindex voor al deze kunstenaars, die een persoonlijk nationaal verleden combineren met een kosmopolitische bestaan, verschillend. Maar dat maakt de tentoonstelling nu juist zo aangenaam ‘kleurrijk’. Is er nog iets van het Europese modernisme te bespeuren? De tentoonstelling opent met een paar oude neonwerken van Bruce Nauman die de dood aankondigen. Enwezor combineert ze met een installatie van in bloemvorm gegroepeerde zwaarden die de Algerijnse kunstenaar Adel Abdessemed, Venetie biennale 2015_3090naar Monet,   ‘Nympheas’ noemt. Elders in de tentoonstelling neemt deze kunstenaar de beschavingsbeelden opnieuw op de hak in het opgehangen tapijtje waarop met enige moeite te lezen valt (naar Nietzsche) ‘Also sprach Allah’. Hij heeft het geschilderd, zo kunnen we op de ernaast opgestelde video zien, door zich naar het tapijtje dat tegen het plafond was gespannen te laten jonassen door een groep helpers, terwijl hij met een kwast in de hand reikt naar het kleedje zodat hij er telkens net iets op kan schilderen.  De Duitse Katharina Grosse maakt in het hart van tentoonstelling een grote met lakens beschilderde theatrale ruimte die we nog Europees ‘picturaal’ zouden kunnen noemen. Maar aan het eind van de tentoonstelling hangen een aantal grote doeken van Bazelitz waarop hetzelfde omgekeerde oude mannetje is geschilderd: en dat is toch niet anders op te vatten dan het sterfhuis van de Europese schilderkunst. De door Nauman aan het begin van de tentoonstelling aangekondigde dood.

Adel Abdessemed

Adel Abdessemed

De Giardini (ruim een halve dag)

Wat goed ging in het Arsenaal gaat fout in de hoofd tentoonstelling, vermoedelijk omdat deze te zeer naar de hand van de curator is gezet. De tentoonstelling opent met veel politiek wapengekletter dat pas in het tweede deel van de tentoonstelling tot rust komt als de (vaak nogal gevestigde) kunstenaars zelf aan het woord komen. Wie de paviljoens wil zien kan het best rechts om lopen en eerst de confrontatie aan gaan  met het in de allee opgestelde werk van het in New Dheli gevestigde kunstenaarscollectief Raqs Media Collective. Het is een reeks half geamputeerde beelden van Britse

Raqs Media Collective Shooting an Elephant

Raqs Media Collective Shooting an Elephant

hoogwaardigheidsbekleders in de Brits-Indische kolonie genoemd naar het beroemde essay van Gerges Orwell ‘Shooting an Elephant’, waaruit ook citaten op de sokkels zijn te vinden. Dit essay verhaalt de ervaring van Orwell als Britse politieman in een kleine Indiase stad op het moment dat de bevolking in rep en roer is omdat een olifant is losgebroken en in wilde furie door het dorp trekt. Hij moet als Britse politieman met het geweer de bevolking tegen de olifant beschermen. De opgewonden menigte trekt achter hem aan. Op het moment dat hij de olifant in het vizier krijgt ziet hij deze tot rust komen. De bevolking verwacht van het Britse gezag actie. Hij schiet de olifant dus neer, niet om de

Nordic Pavillion

Nordic Pavillion

furie in de olifant te bestrijden, maar om de furie in de bevolking achter hem in bedwang te houden. Als je dat beeld in je hoofd hebt, krijgen de paviljoens iets van vermolmde nationale façades die schieten op olifanten die er niet meer zijn om het afbrokkelend nationalisme in de rug in bedwang te houden. Dit jaar was het aanbod bovendien treurig stemmend. Er was natuurlijk wel het een en ander. Het Scandinavische paviljoen met de mooie open architectuur laat een de architectuur versterkende frisse en luchtige installatie ‘Rapture’ van Camille Norment zien. Japan en

Chiaru Shiota

Chiaru Shiota

Korea tonen met Chiaru Shiota  repectievelijk Moon Kyungwon en Jeon Joonho indrukwekkende installaties. Roemenië laat de meesterlijke serie ‘Darwin’s Room’ van de schilder Adrian Ghenie zien. Polen toont een mooie romantische film van een opera opvoering in de jungle. Ging het Griekse paviljoen de vorige keer nog over geld (zie mijn blog over de vorige biënnale), nu gaat het alleen nog maar over het gebrek daaraan. De toch al deprimerende installatie wordt versterkt door de ontluisterende omgeving die in de staat is gelaten waarin deze zich bevond na afbraak van de vorige tentoonstelling.  Als je de installatie over de verdwenen bonthandel gemaakt door Maria Papadimitriou goed tot je door laat dringen, begrijp je dat het nooit meer iets wordt tussen Griekenland en de EU. Maar wat verder? Naar de motieven van het Venetie biennale 2015_3130

Griekse paviljoen

Griekse paviljoen

Mondriaanfonds om een op zich zelf mooi ogend herbarium van Herman de Vries in te richten in het Nederlandse paviljoen kun je slechts gissen. België heeft Vincent Meessen wel een mooi paviljoen met door hem uitgenodigde kunstenaars laten inrichten, maar het is weer België en het onverwerkte Afrikaanse verleden en daar moeten ze nou eens over ophouden.  Het Duitse paviljoen gaat aan politieke correctheid ten onder, al is er een

Hito Steyrl

Hito Steyrl

mooie installatie van Hito Steyrl, een kunstenaar die zo langzamerhand geheel gecyberspaciseerd is. Dan Voh richt in het Deense paviljoen een even ongrijpbare tentoonstelling met Westerse en Oosterse cultuur artefacten in als in het Pinault museum elders in de stad. Het Oostenrijkse paviljoen is dit keer helemaal leeg. Dan was Santiago Serra die jaren geleden de voordeur van het Spaanse paviljoen dicht metselde (slechts door de achterdeur te betreden voor bezoekers met een Spaans paspoort) beter.

In de stad (twee dagen)

In de stad zijn nog vele nationale paviljoens te bezichtigen die ik niet allemaal heb kunnen zien. En er zijn ook speciale tentoonstellingen met nogal hoogdravende thema’s die ik ook niet allemaal heb gezien. Het is een mooie tocht door dikwijls stille plekken van Venetië en langs vervallen leegstaande paleizen, waarvan Venetië er een onbegrensde hoeveelheid lijkt te bezitten. Je komt binnen door de lage vochtige ruimten aan het water waar de gondels vroeger aanlegden, en gaat over de trap in het midden naar de bel-etage. Soms is daar op het afgebladderde behang in het halfduister nog een pastoraal landschap te zien of een familieportret van een vroegere eigenaar. In het Palazzo Contarini-Polignac vlak bij de Academia hangt aan de ingang van de vervallen ontvangzaal bijvoorbeeld het portret van de Princesse de Polignac,in het Frankrijk van het interbellum de grote mecenas van de muziek avant-garde. Het paleis is nog steeds in het bezit van de familie Polignac. Er is in dat paleis een boeiende tentoonstelling ingericht van een vergeten periode uit de Koreaanse schilderkunst van de vroege jaren zeventig, bekend als ‘Danskaekhwa’:  Schoonhoven, Tombly, Zero, maar dan vanuit een Aziatische filosofie. Dus het stelt een geestelijke attitude voor en niet een beweging in de Westerse schilderkunst.

Danskaekhwa

Danskaekhwa

 

Van de landententoonstellingen noemde ik al Zuid-Afrika in het Arsenaal dat evenals in 2013 bijzonder sterk is. Zuid-Afrika draagt zijn politieke verleden in de kunst met zich mee, maar het zijn kunstenaars die daar een eigen volwassen positie in kiezen met een sterk multimediaal vocabulaire. Er is al een ‘moderne’ en kosmopolitische artistieke traditie. Dat is bij beginnende niet-Europese landen vaak nog niet het geval. Of het is te ‘etnografisch’ of het is te simpel ‘politiek’ (bijvoorbeeld het paviljoen van Georgië dat met gebroken glas de Russische invasie gedenkt). Toch zijn er verrassende uitzonderingen. Het paviljoen van Guatemala turnt de Maya cultuur om in een fascinerend filmuniversum. Azerbaijan blijkt een hele generatie kunstenaars in de jaren vijftig te hebben gehad die zich losmaakte van het officiële sociaal-realisme van de overheerser Sovjet Unie.

Paviljoen Azerbaijan

Paviljoen Azerbaijan

En de veerkracht van de in Irak doorwerkende kunstenaars is zowel bewonderenswaardig als artistiek van hoog niveau. Het is net als de vorige keer neergestreken in een palazzo aan het Canal Grande (halte S. Tomà). De Irakese Rabab Ghazoul, sind 1993 woonachtig in het VK, maakte een video getiteld ‘It is a long way back’ van de zogenaamde Chilcot Inquiry, de enquête in het VK naar de Britse interventie in Irak, waarin zij het meer dan drie uur durende verhoor van Tony Blair door de enquêtecommissie deconstrueert. Dat doet zij door willekeurige mensen van de geluidsopname de woorden van Blair letterlijk te laten herhalen (waardoor

Irakese paviljoen

Irakese paviljoen

ze nog leugenachtiger klinken), zijn gebarentaal van een video opname van het verhoor te imiteren (waardoor het nog gespeelder lijkt) of stil te laten luisteren en kijken met af en toe een eigen commentaar (waardoor het nog verbazingwekkender wordt). Er staan drie monitoren door de tentoonstelling heen opgesteld; je zou er al een dag aan kunnen besteden.  Sabam Atta Sabri schrijft met kleurpotlood getekende brieven uit Bagdad waarin hij vanaf 2005 de verschrikkingen van de burgeroorlog in de stad vastlegt. Ze lijken op Paul Klee’s tekeningen van zijn reis naar Tunis in 1914 (zie de blog over Paul Klee van 30 november 2014)

Irakese paviljoen
Irakese paviljoen

, maar het pittoreske sprookje is nu wreed verstoord. Haider Jarbar maakt kleine aquarellen van mensen in doodsnood: ze lijken op die van Marlene Dumas met dit verschil dat het echt is. Fascinerend is de reeks foto’s van het Irak van de jaren zestig van een van de eerste Irakese fotografen Latif al Ani (1932), toen alles nog Amerikaanse pais en vree was. Die stille foto’s nu te zien is een confrontatie met de tijd.

 

 

 

Nieuw Zeelandse paviljoen

Nieuw Zeelandse paviljoen

Nieuw Zeeland heeft Simon Denny in de grote zaal van Biblioteca Nazionale Marciana aan het San Marcoplein de tentoonstelling ‘Secret Power’ laten inrichten. Die zaal die gaat over wijsheid en wereldlijke politieke en commerciële betrekkingen van de Venetiaanse Republiek in zijn hoogtijdagen, verbeeld in de opgestelde aardbollen en de portretten van filosofen en wetenschappers aan de muur (van onder meer Tintoretto). Denny heeft in die zaal in grote glazen vitrines het spionagenetwerk van de ‘Five Eyes’ in beeld gebracht. Die vijf ogen staan voor het nog altijd actieve samenwerkingsverband tussen de Angelsaksische veiligheidsdiensten: VS, Canada, VK, Australië en Nieuw Zeeland. Het is een wirwar van servers en draad- en draadloze netwerken die de hele aardbol omspannen. De Russische Conversation Recycle Group heeft in de Sant’Antonin kerk niet ver van het Arsenaal een kerk voor Facebook ingericht met een gigantisch F-teken voor het centrale altaar. Het koor voor het altaar is met een reliëf van wit gaas omgetoverd in een scène die veel weg heeft van de omverwerping van de tafels van de geldwisselaars aan de ingang van de tempel (zie afbeelding aan het begin van dit blog). De opstand tegen Facebook is inderdaad aanstaande.  Minder fortuinlijk verging het IJsland. De IJslanders hadden bedacht dat het leuk zou zijn een kerk om te vormen tot een moskee. Dat deden ze met de niet meer in gebruik zijnde Santa Maria Miserecordia in de wijk Cannareggio. Het werd een in werking zijnde moskee met een bidtapijt dat dwars op het door een gordijn afgescheiden altaar lag.

Met onmiddellijke ingang

Met onmiddellijke ingang

Het werd bij de opening meteen de lieveling van de verzamelde kunstcritici die er opgewonden verslag van deden in hun thuismedia.  Het werk van de Zwitsers-IJslandse kunstenaar Christoph Büchel was bedoeld om de religieuze vooroordelen in onze samenleving eens flink aan de kaak te stellen. Deze opzet slaagde. Op 22 mei liet het katholieke stadsbestuur de tentoonstelling sluiten wegens strijd met de openbare orde in de stad. Op de gesloten deur is met cello tape het besluit tot sluiting aangeplakt als de stellingen van Luther in Wittenberg. Als werk eigenlijk veel beter dan de tijdelijke moskee.

IJslandse moskee gesloten

IJslandse moskee gesloten

Er zijn ook nog grote tentoonstellingen. In het museum Correr is een bijzondere tentoonstelling over het Duitse interbellum te zien met grotendeels nooit eerder getoond werk (de aan het slot tentoongestelde ‘War Paintings’ van Jenny Holzer zijn weinig origineel). In de Punta de Dogana  heeft Dan Voh een tentoonstelling ingericht die met veel eigen werk uit de collectie Pinault niet van de grond komt.

Paviljoen Korea

Paviljoen Korea

 

 

Geraadpleegde literatuur

‘Global Entry’, interview van Michelle Kuo met Okwui Enwezor in: Artforum May 2015, p. 85-90.

All the World’s Futures, short guide van de tentoonstelling.

Invisible Beauty, de catalogus van het Irakese paviljoen.

Dit bericht is geplaatst in Recensies. Bookmark de permalink.