Marlene Dumas en het naschilderen van foto’s

Er is een paar weken geleden in de Volkskrant een discussie losgebarsten naar aanleiding van de grote tentoonstelling van Marlene Dumas in het Stedelijk. Ze zou eigenlijk alleen maar foto’s naschilderen. Dat is geen ‘kunst’! Het openingssalvo was van Sander van Walsum op 9 september, die onmiddellijk grote bijval van de lezers kreeg op 10 september, gevolgd door kritische reacties van Joost Zwagerman en Maarten Doorman op 11 september en een nabeschouwing van Rutger Pontzen in de Volkskrant van 19 september. Van Walsum (die zich in het stuk vooral ergert aan de kritiekloze kunstkritiek) schrijft: ‘Dat Dumas gewoon schilderijen maakt op basis van foto’s die ze uit de krant heeft geknipt, gaat er bij het publiek kennelijk niet in. Pagina’s worden volgeschreven over wat ze bedoeld kan hebben.’ En dan komt hij met nog wat ambachtelijke argumenten of ze dat wel goed zou hebben gedaan, waar hij dan weer door Doorman op wordt aangevallen.

Laat ik proberen de discussie aan te scherpen. Dat Dumas foto’s gebruikt kan het punt niet zijn. Wie wel eens op een atelier van een schilder is geweest, weet dat overal foto’s hangen en liggen. Stapels. Een schilder vangt beelden zoals een vlinderverzamelaar vlinders vangt en opprikt. Duizenden. In het atelier van Francis Bacon lagen de foto’s en plaatjes enkelhoog op de grond. Beroemde portretten zijn gemaakt op basis van foto’s. De vraag is dus niet of er een foto wordt gebruikt maar wat de schildering aan de foto toevoegt. Ik denk, als het gaat om Dumas’ portretten, heel veel. Zij raakt daar dikwijls de psyche of een overheersende passie die de foto niet bloot geeft. Als het gaat om een aangrijpende nieuwsfoto ben ik minder zeker. Een goed voorbeeld vormen in de tentoonstelling de twee

Weduwe Lumumba gefotografeerd op straat

Weduwe Lumumba gefotografeerd op straat

schilderijen van de weduwe van Patrick Lumumba, een belangrijk politicus en voorvechter van de onafhankelijkheid van de Kongo in februari 1961. Zij is gefotografeerd (zie bovenstaande afbeelding) kort nadat bekend is geworden dat hij is vermoord (nog altijd is niet opgehelderd of dat in opdracht van de Belgische kolonisten was of niet). Het is in de Kongo van die tijd een teken van rouw dat de weduwe haar haren afknipt en met ontbloot bovenlijf de straat op gaat. Dat moment is door een nieuwsfotograaf vastgelegd. Ik vind de foto veel aangrijpender dan de twee schilderijen. De foto toont de emotie en de rouw die Dumas wegschildert. Zij ‘vervlakt’ de afbeelding tot de naakte beeltenis van de vrouw in de openbare ruimte te midden van geklede mannen. Haar feministische preoccupatie lijkt het te winnen van het dramatische historische moment.

Dumas schildert de foto

Dumas schildert de foto

De proef op de som dat fotografie het soms kan winnen van de schilderkunst is in hetzelfde gebouw te nemen. Verstopt achter de Dumas tentoonstelling bevindt zich op de parterre de kleine tentoonstelling How Far- How Near (over die tentoonstelling in een andere blog meer). Daarin zijn foto’s te zien van de Chileense kunstenaar Alfredo Jaar. Hij heeft een begrafenisfoto gebruikt van een in 1982 door het Pinochet regime omgebrachte politieke tegenstander. Hij vergroot iedere keer een bezoeker van de begrafenis en zet die naast de groepsfoto. De uitvergrote foto schreeuwt het leed van de ogenschijnlijke normale begrafenisfoto uit. Daar moest je maar liever niet met een kwast aankomen.

Alfredo Jaar Chili van Pinochet

Alfredo Jaar Chili van Pinochet

Alfredo Jaar Chili van Pinochet

Alfredo Jaar Chili van Pinochet

Alfredo Jaar Chili van Pinochet

Alfredo Jaar Chili van Pinochet

Dumas’ schilderijen stellen de relatie schilderen en fotografie pregnant aan de orde. Zou Goya, als de fotografie in zijn tijd al was ontwikkeld, de Desastres de la Guerra hebben gefotografeerd of toch etsen hebben gemaakt? Ik denk het niet, maar toch is de oorlogsfotograaf Robert Capa in zekere zin zijn opvolger: Goya’s  etsen zijn transparant in diens foto’s van de Spaanse burgeroorlog in 1937 aanwezig, zoals de foto van het weghollende door een brandbom gewonde meisje in 1972 in de Vietnamoorlog overal in het werk van Dumas lijkt rond te spoken. Soms wint de fotografie, soms de schilderkunst. Susan Sontag schreef in Regarding the Pain of Others:

‘Even in the Era of cybermodels, what the mind feels like is still, as the ancients imagined it, an inner space – like a theater- in which we picture, and it is these pictures that allow us to remember. The problem is not that people remember through photographs, but that they only remember the photographs. This remembering through photographs eclipses other forms of understanding, and remembering.’

Het is in dit grensgebied tussen de gebeurtenis, de emotie en het fotografische beeld dat Dumas opereert. Zij probeert de ‘other forms of understanding and remebering’ achter de iconische foto te pakken. Dat is een riskante bezigheid.

Geraadpleegde literatuur

http://tmagazine.blogs.nytimes.com/2014/08/20/the-making-of-marlene-dumass-the-widow/?_php=true&_type=blogs&_php=true&_type=blogs&_r=1

Susan Sontag, Regarding the Pain of others, New York: Farrar, Straus and Giroux 2003.

Dit bericht is geplaatst in Kunstenaars, Recensies. Bookmark de permalink.