Russische verzamelaars (1): Shchukin en Morozov in het Poesjkin museum in Moskou

In Amsterdam is de Malevich tentoonstelling in het Stedelijk opengegaan. De collectie Malevich is via de ‘kist’ van de Duitse architect Hugo Häring aan wie Malevich het werk in Berlijn had toevertrouwd door bemiddeling van Sandberg in de collectie van het Stedelijk beland. De huidige tentoonstelling wordt ook gedragen door de bruikleen uit de Kardzhiev collectie die via allerlei omzwervingen in Amsterdam is terechtgekomen. Meer over deze collecties in Westerse ‘ballingschap’ in een volgend blog. Maar eerst aandacht voor twee andere collecties die na de revolutie in Rusland zijn gebleven en daar bewaard zijn gebleven, omdat ze onder Stalin min of meer zijn ondergedoken.Zijde route 2013_2278

Het gaat om de collecties van Shchukin (1854-1936) en Morozov (1871-1921). Zij kwamen uit rijke families van Russische textielfabrikanten, maar ontwikkelden zich tot de twee grote en avontuurlijke verzamelaars in Moskou uit het prerevolutionaire maar van modernisme exploderende Rusland. Shchukin had daarbij een educatieve doelstelling. Hij opende zijn huis in Moskou en gidste er bezoekers rond. Zijn collectie werd het leermiddel voor de prerevolutionaire Avant Garde in Moskou. Morozov hield zijn collectie meer op de achtergrond. Met de Bolsjewistische revolutie mocht Shchukin zijn educatieve arbeid voort zetten. Morozov mocht op zijn collectie blijven passen. In 1918 werden de collecties geconfisqueerd en de woonhuizen van de verzamelaars  omgevormd tot musea voor moderne kunst, genaamd ‘het eerste’ en ‘het tweede’ museum voor Westerse moderne kunst in Rusland, later samengevoegd tot het Museum voor Moderne Westerse Kunst. Beide verzamelaars hadden toen al een goed heenkomen in het Westen gezocht. Dat museum werd in 1948 gesloten als gevolg van Stalin’s campagne tegen de verburgerlijking van de samenleving. Het Poesjkinmuseum in Moskou en de Hermitage in St Petersburg hebben zich toen over de collecties ontfermd en ze in hun kelders verborgen gehouden in afwachting van betere tijden. Deze decadente kunst mocht niet aan het publiek worden vertoond. Nu vormen ze de kern van de collecties moderne kunst van beide musea. Een stukje van de Hermitagecollectie is in de Hermitage aan de Amstel getoond. Maar het mooiste deel bevindt zich dus in de moderne afdeling van het Poesjkinmuseum in Moskou. Daar zie je ensembles Corot, Courbet, Degas, Renoir, Monet, Gaugin, Cézanne, de vroege Picasso en Matisse zoals je ze nergens aantreft.  Maar het begint met een onbekende, maar weergaloze Goya.Zijde route 2013_2274

Shuchukin kocht eerst de symbolist Puvis de Chavannes , maar ging over op Matisse (van beide kunstenaars is veel werk in het museum te zien is). In 1910 nam hij een optie op Dans II van Matisse (de wilde ronde dans van naakte figuren op een blauwe en groene ondergrond. I hangt in het MoMa, II in Moskou; op het moment van ons bezoek was er alleen een voorstudie te zien), zich bedacht, in de studio van nota bene Matisse in Parijs een Puvis de Chavannes liet komen, die kocht, maar zich op weg naar Moskou opnieuw bedacht, en alsnog De Dans II kocht. Hij schreef Matisse dat hij hoopte de Dans ooit nog eens mooi te gaan vinden, maar dat hij het werk niet begreep. De smaak van de tijd ging in de richting van de ‘decoratieve’ Puvis met mooie symbolische voorstellingen van geromantiseerde religies. Matisse’s Dans veroorzaakte op de Salon in Parijs een schokgolf. Achteraf, door de zeef van de tijd, is Matisse tijdloos geworden en is Puvis de Chavannes gedateerd, een beeld van de smaak van de tijd. 

Matisse in Poesjkin

Matisse in Poesjkin

Eigenlijk is dit het beste museum dat wij over deze periode in Europa hebben, omdat het door de scherpe keus van de verzamelaars de beste kwaliteit biedt van iedere schilder. De meeste bezoekers aan Moskou gaan naar het Ttretjakovmuseum of het Kremlin, maar slaan dit museum ten onrechte over.

 

Giverny door Monet en Mahler door Rodin

Giverny door Monet en Mahler door Rodin

 

Geraadpleegde literatuur:

Hal Foster e.a. Art since 1900, London : Thames and Hudson 2004, p. 100.

Zie ook de blog ‘De Russen zijn gekomen’

Dit bericht is geplaatst in Essays, Uncategorized. Bookmark de permalink.