Nieuwe logo’s voor het Rijks Museum en het Stedelijk Museum: waarom museum logo’s?

Nieuwe logo’s voor het Rijks Museum en het Stedelijk Museum: waarom museum logo’s?
Door Egbert Dommering


Daags na de onthulling van het nieuwe logo van het Rijksmuseum bevond ik mij in Gent op de Tracktentoonstelling, waarover nog later een apart blog, op een begraafplaats van museumlogo’s. Al gauw stond ik oog in oog met een grafzerk waarop het vorige logo van het Rijksmuseum was afgebeeld.
Dat kerkhof was het werk van de kunstenaar Leo Copers (Gent 1947). Volgens de toelichting biedt het werk een dubbele kritiek: op de musealisering van de kerkhoven, zoals de toeristische trekpleister Père Lachaise in Parijs en op de huidige popularisering van de musea zelf. Die musea zijn in de laatste decennia geëvolueerd van een stil mausoleum naar een pretpark voor massaparticipatie en kunsttoerisme. Door het gebruik van een eigen uitstalkunde heeft het bovendien de authentieke  geheimzinnigheid van kunstwerken misvormd. Alle beroemde musea waren vertegenwoordigd met een eigen zerk waarop Copers het logo natuurgetrouw had afgebeeld. Ik weet niet of een zerk het juiste beeld is. De stille stoffige musea van de 19e eeuw gaven evenzeer een aan een tijdperk gebonden voorstelling van de (meestal koloniale of nationalistische) geschiedenis, als de huidige transparante presentatievormen, waarin geschiedenis een spelvorm van het verleden is geworden. Dat ze digitale interactieve pretparken zijn geworden is ook waar, maar ik weet niet of dat aan de logo’s ligt. Het punt dat Coper echter met dit kerkhof  van logo’s maakte was dat het je onontkoombaar confronteert met het feit dat musea zich als toeristenbedrijven hebben ontwikkeld met ‘corporate identities’, die streven naar boven-nationale macht. Het is dezelfde ontwikkeling  als die in het bedrijfsleven: van de aan plaats gebonden handelsnaam naar een niet meer aan een plaats gebonden wereldmerk (Shell, Philips, Louvre, Pompidou). Daarom moest dat ‘Amsterdam’ natuurlijk uit het logo van het Rijksmuseum verdwijnen. Als je zegt ‘Guggenheim New York’, bedoel je het hoofdkantoor van een cultureel concern met vestigingen all over the world. ‘Guggenheim Bilbao’ is een bijkantoor, zoals ‘Louvre Dubai’. Wie weet blijft straks de nevenvestiging ‘Rijksmuseum Schiphol’ wel bestaan, naast de hoofdvestiging, die gewoon Rijksmuseum heet. In deze culturele industrie is de niet aan plaats gebonden merknaam ook een instrument voor merchandising. Die mooie culturele logo’s zijn in tientalle varianten als merknaam gedeponeerd, want musea moeten zoveel mogelijk inkomsten genereren uit het erfgoed dat ze toevallig in handen hebben.

Wat verder opvalt aan dat nieuwe logo van het Rijksmuseum is dat het vooral ‘jong’ en ‘vitaal’ wil zijn. Er horen ook zwarte T-shirtjes bij waar aan de ene kant in witte letters ‘Rijks’ staat en aan de andere kant ‘Museum’. Het gebouw van het Rijksmuseum is nogal  ‘retro’ gerestaureerd, maar het logo van de organisatie moet het tegenovergestelde uitdrukken, en dat kun je goed zien aan de afbeelding van het logo op het gebouw. Het oude logo hield in mijn ogen meer het midden tussen de oude en voorname collectie en de nieuwe tijd, maar de huidige directie wil kennelijk toch vooral het beeld van ‘jong’, ‘vitaal’ en ‘modern’ uitstralen. Op het Coperskerkhof bevond zich ook een zerk van het Stedelijk.  Dat logo is geloof ik al drie keer in de grafkelder bijgezet, en in zijn laatste versie vervangen door een letterreeks in S-vorm. Het paradoxale is dat het Rijks in zijn benadering meer aansluit op het in de grafkelder bijgezette logo van het Stedelijk. In plaats daarvan stapt het Stedelijk van die heldere benadering af, en stelt het zich door de vermelding van ‘Amsterdam’ regionaal op. Ik weet niet of het drie keer van logo veranderen in enkele jaren duidt op een bewuste ‘corporate policy’. Er zou ook sprake kunnen zijn van een identiteitscrisis.

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.