Biënnale van Venetië 2013

Voor wie deze biënnale al bezocht heeft of nog moet gaan volgt hier een evaluatie van de tentoonstelling die begin juni openging en nog doorloopt tot in november. De conclusie is dat de hoofdtentoonstelling Het Encyclopedische Paleis die dit jaar gemaakt werd door de veertigjarige Massimiliano Gioni, anders dan de nationale kunstpers heeft doen geloven, een volkomen irrelevante tentoonstelling is. Maar op deze editie van de biënnale is toch heel veel interessants  te zien. Dit verslag valt wat langer uit dan mijn gemiddelde blogs. Dat was ook het geval met mijn eerste blog in augustus 2012 over de Dokumenta. Die blog was een reactie op de zwakke berichtgeving van de vaderlandse kunstpers over dat evenement. In alle opzichten is er dus sprake van een éénjarig jubileum.

Thema

De hoofdtentoonstelling van de biënnale van Venetië in het Italiaanse paviljoen in de Giardini en het Arsenale wordt al jaren geteisterd door hoogdravende thema’s die door ambitieuze tentoonstellingmakers worden bedacht voor de kunstenaars die als circusartiesten acrobatische kunstjes binnen het Grote Gedachte Thema mogen verzorgen. Op deze biënnale hebben we in dit opzicht wel een eindpunt bereikt. De in New York werkzame Italiaanse ‘curator’ Gioni, die eerder Manifesta 5 in 2005 en de biënnale van Berlijn van 2006 ‘bedacht’, heeft haar het thema Il Palazzo Enciclopedico meegegeven. Hij heeft dit bedacht naar aanleiding van de door de naar de VS geëmigreerde automonteur Marino Auriti (1890-1980) gemaakte fantasiesteden modellen. Het door deze

Auriti

Auriti

vervaardigde schaalmodel van een fantasie Empire State building waar de vlaggen van de VS, Engeland, Duitsland en Frankrijk omheen staan te wapperen opent de eerste zaal van het Arsenale. Fantasiepaleizen van een andere Amerikaanse Italiaan Achilles Rizzoli (1896-1981) vinden we in het Italiaanse paviljoen in de Giardini. En er zijn ook ‘echte’ kunstenaars te zien, zoals Oliver Croy en Oliver Elser die schaalmodellen met veel huisjes maken. Gioni heeft deze ‘Outsider Art’ ook wel aan te duiden als postbodekunst, gemengd met eigentijdse kunst die in het thema past, overal neergezet en opgehangen. Ten voorbeeld staan de metafysieke verhalen van de Argentijnse schrijver Borges waarin vreemde ordeningen van het universum worden geschilderd. Gioni wil met dit thema tot uitdrukking brengen dat mensen altijd wereldbeelden hebben ontworpen, gebaseerd op fantasie ordeningen die aanleunen tegen officiële politieke ideologieën of wetenschappelijke theorieën. Dat gaat terug op de Toren van Babel, de hermetisch traditie van de Mallorcaanse monnik Raymon Lull, en het heeft via de ‘naïeve’ schilderkunst van de Douanier Rousseau aan het eind van de 19e eeuw een opleving gekregen in de ‘kunst’ van psychiatrische patiënten (o.a.  goed te zien in Lille in het LAM, musée de  l’art brut, zoals de Fransen deze kunst noemen). Wat is precies nu de relevantie? vraagt de bezoeker zich na enige tijd af. Is het eigentijds omdat het de culturele luchtspiegelingen van een aanstormende neoromantische generatie van curatoren vertegenwoordigt, voor wie Kafka en Borges de nieuwe cultschrijvers worden? Het is natuurlijk boeiend om te zien hoe een artistieke Italiaanse automonteur in de jaren twintig van de vorige eeuw probeerde de dynamiek van de Amerikaanse samenleving in zijn denkraampje in te passen, maar het schaalmodel van de oneindige urbanisatie van onze tijd gemaakt door de winnaar van de Pinchuk Art Prize 2011, de Oekraïner Mykyta Kadan, is dan toch vele malen interessanter.

Kadan

Kadan

 

Giardini (paviljoens)

Wie de Giardini ’s ochtends vroeg binnen komt, doet (deed) er dus goed aan de Encyclopedie maar even te laten voor wat hij is, en meteen rechts af te slaan naar het door Frankrijk geprogrammeerde paviljoen van Duitsland waar Ravel, Ravel, Unravel van de in Parijs werkzame Albanese kunstenaar Anri Sala te zien en te beluisteren is. Het is het meesterwerk van deze Biënnale dat aan de aandacht van de gezamenlijke vaderlandse kunstpers is ontsnapt, omdat het bij de opening te vol was of omdat de Nederlandse genodigden bij dit evenement op kosten van het Mondriaanfonds voornamelijk met elkaar staan te borrelen. Of omdat ze later niet de tijd hebben genomen om de betekenis van dit werk tot zich door te laten dringen.

Sala-RavelDe wissel tussen Frankrijk en Duitsland (Frankrijk programmeert het Duitse paviljoen en omgekeerd) is al jaren in de maak, maar nu is het er dan eindelijk van gekomen. Het past in de trend van ‘denationalisering’ van de presentaties in de landenpaviljoens. Kennelijk vanuit die gedachte hebben de Duitsers met onder meer een opeenstapeling van krukjes van Ai Weiwei en nog een paar andere niet-Franse kunstenaars er in het Franse paviljoen een rommeltje van gemaakt. De Fransen hebben er beter over nagedacht. Sala neemt het pianoconcert voor de linkerhand van Ravel als uitgangspunt. Zoals bekend is dit concert door Maurice Ravel (een fervente pacifist en anti-nationalist) gecomponeerd in opdracht van de pianist Paul Wittgenstein (broer van filosoof Ludwig) die aan het Duitse Oostfront in WO I zijn rechterarm verloor. Conceptueel dus een sterk gegeven voor deze wissel tussen Franse kunst en Duitse nationaliteit. We komen niet frontaal het paviljoen binnen door de poort waarboven ‘Germania’ prijkt, maar slippen aan de zijkant bijna illegaal over de Ravel-SalaDuitse grens. In de eerste zaal zien wij het gespannen gezicht van de pianiste op het scherm en moeten we oormicrofoons opzetten om fragmenten van de muziek te horen. In de tweede zaal  zien we twee schermen, waarop wij afwisselend de spelende linkerhand en de bungelende rechterhand zien. Het zijn twee vertolkingen van het concert die Sala over elkaar heeft geschoven met een paar vertragingsseconden. We horen dus Ravel-Ravel: het pianoconcert voor twee linkerhanden. In de knoop raken: to Ravel. In de derde zaal zien we een discjockey op een scherm in de weer met twee draaitafels, waarvan zij de één zo probeert te vertragen dat de opnamen uit de tweede zaal weer synchroon worden. Maar daardoor gaat de vertraagde opname zweven en ontstaat nieuwe discjockey muziek. Deze faseringstechniek is voor het eerst door Steve Reich toegepast in Piano Phase. Het is

Sala Unravel

Sala Unravel

Unravel in twee betekenissen: uit elkaar halen en er het omgekeerde van maken, in het Nederlands wel goed toe te passen met het gangbare werkwoord ‘ontrafelen’. Er zit nog een andere conceptuele laag in deze verschuiving in de tijd. Er bestaat over dit concert een juridische geschil over de duur van het auteursrecht tussen Duitsland en Frankrijk, omdat de Fransen de looptijd van de duur van het auteursrecht (thans 70 jaar na de dood van de auteur; in het geval van Ravel, overleden 1937,  dus 2007 als einddatum) in de oorlogsjaren van WO II hebben opgeschort (dus tot 2014) en de Duitsers niet.  Dat betekent dat het mes van WO II in de Frans-Duitse betrekkingen naar twee kanten snijdt. Volgens de Franse berekening valt het auteursrecht op het concert in 2013 nog niet in het publieke domein, maar naar Duitse berekening wel.

Er is nog heel veel meer over dit rijke werk te zeggen, zoals de fusie tussen beeld, architectuur en muziek (visueel-ruimtelijke en akoestisch-ruimtelijke  architectuur) die in de bijzondere vormgeving van de zalen is gerealiseerd. Zo schaart dit werk zich in de traditie van de akoestische architectuur van het door Le Corbusier ontworpen Philips paviljoen met de muziek van Varèse op de wereldtentoonstelling in Brussel 1958 (alweer een nationalistisch evenement, even achterhaald als de landenpresentaties in Venetië) . Of zoals de choreografie van de gelijktijdig spelende hand en de bungelende hand, de dansende danser en de tegelijk stilstaande danser zoals zo dikwijls in moderne danschoreografieën is te zien.

Het Engelse paviljoen heeft in de presentatie English Magic van Jeremy Deller  gekozen

Kelly

Kelly

voor een satirische doorsnede van de Engelse maatschappij. Eén zaal stelt de zelfmoord in Londen van de VN wapeninspecteur Kelly centraal. Deze had de bouw van nucleaire wapens door Sadam Hoessein durven betwijfelen, een bevinding die de geallieerden even niet uit kwam. Deller heeft getalenteerde gevangenen (waarvan er verschillende voor het Engelse leger in Irak hadden gezeten) tekeningen van de hoofdrolspelers in het drama laten maken: Kelly, Blair en het hoofd van de Engelse veiligheidsdienst. Een verrassende

Blair

Blair

vervreemding tussen kunst en werkelijkheid die in het Paleis van de Encyclopedie niet wordt bereikt.

Griekenland

Griekenland

Het Griekse paviljoen is door de crisis uit zijn Hellenistische winterslaap die de tweejaarlijkse presentaties plachten te kenmerken, ontwaakt. De aan de Rietveldt academie opgeleide Stafanos Tsivopoulos vertelt indringend het verhaal van de afstand in zijn land tussen de arme onderlaag en de culturele elite. Een kunstverzamelaarster maakt vouwbloemen van Euro biljetten. Als ze verse heeft gemaakt verdwijnend de oude Eurobloemstukken in de vuilnisbak waar een bedelaar op straat ze uit oppikt. De cyclus van salontafel tot vuilnisbak in drie episodes die we te zien krijgen, is een beetje opgelegd pandoer misschien, maar goed gemaakt en, na al die post-hellinistische toestanden die we de laatste jaren in dit paviljoen hebben zien passeren een verademing. De Griekse goden hebben zich verplaatst naar Rusland. De Russen pakken in hun paviljoen de goudkoorts van de nieuwe geldelite aan door Danaë geld uit het plafond te laten regenen. Waarom Danaë en niet De meester en Margaritha van Boelgakov, waar het immers geld uit het plafond regent dat niets waard blijkt te zijn als je het in je zakken hebt gestopt?

Verder zijn er aan deze kant van de Giardini interessante presentaties te zien bij Zwitserland, Venezuela, het Noordelijke Paviljoen (Denemarken hebben we gemist) en, op het eiland, Servië . Oostenrijk scoort daar als altijd hoog in trendy dingen, ditmaal met een remake van een Hollywood tekenfilmpje uit de jaren dertig dat veel bekijks trekt. Voor Roemenië moeten we dit keer in speciale presentatie in Canareggio zijn, omdat het eigen paviljoen het toneel is van onduidelijke performances over kunstwerken die ooit op de Biënnale te zien zijn geweest. Daar worden in Palazzo Correr een aantal bijzondere films vertoond onder het motto Reflection for suspended histories, waarmee dan vooral de ‘suspended history’ van communisitisch Roemenië wordt bedoeld, nog steeds een onuitputtelijke bron van inspiratie voor beeldende kunst en film. Vooral dan het videowerk Film Postale van Irina Botea en Nicu Ilfoveanu waarin suppoosten uit het hoofd geleerde teksten opdreunen in vreemde spookhuizen waarin vroeger beroemde Roemenen hebben gewoond: een spiritist, een beeldhouwer en een hoge communist.

In het rijtje Spanje, België, Nederland is het eerste paviljoen het sterkste. Lara Almercegui, geen onbekende in Nederland, heeft het paviljoen volgestort met puin dat dezelfde Venetië 2013 _2253samenstelling heeft als de muren van het paviljoen. Deze verbeelding van de entropie van het universum is ook een manier om afstand te nemen van het nationalisme van de landenpresentaties. De presentaties van Berlinda de Bruyckere en Mark Manders in het Belgische, respectievelijk Nederlandse paviljoen zijn zwaar ‘over de top.’ In het Belgische paviljoen  heeft Berlinda een duistere doodsgroeve ingericht gevuld met een enorme takkenbos, waarover zij naar verluidt in de prijzige catalogus met de Zuid-Afrikaanse schrijver Coetzee een indringende briefwisseling heeft gevoerd. Manders is uit de geheime spelonken getreden van het zijn van een medium (‘Zelfportret als Gebouw’: zie mijn blog van 2 september 2012, http://www.egbertdommering.nl/?p=96) waarin oude beschavingen en andere onbekende werelden opduiken. Het hier tentoongestelde werk is daarvan een monumentale herhaling. Dat het MoMa in New York het grote tentoongestelde beeld voor veel geld heeft gekocht, betekent dat Manders is ingelijfd bij de metafysieke en surrealistische schilderkunst, zoals die past in het modernistische model van dit museum. Openbaarmaking profaneert dikwijls het mysterie.

Giardini (hoofdtentoonstelling)

In het Italiaanse paviljoen doet (deed) de bezoeker er goed aan zonder omwegen te gaan naar de middenzaal op de tussenverdieping waar is tentoongesteld het meesterwerk van de Zwitsers Fischli (1952) en Weiss (1946-2012) waaraan zij hun hele gezamenlijke kunstenaarsleven hebben gewerkt (zie over deze kunstenaars eveneens mijn blog van 2 september 2012, http://www.egbertdommering.nl/?p=96). Het heet ‘Plotseling dit overzicht’ en bestaat uit meer dan 180 kleine beelden in klei. Daarin treffen we afwisselend emblemata van gestalten uit de geschiedenis en scènes uit het dagelijkse leven aan. Een mannetje dat over de toonbank van een Romeins winkeltje vrolijk naar buiten kijkt is Nero die naar het zojuist door hem

Brunelleschi

Brunelleschi

Pinautomaat

Pinautomaat

in brand gestoken Rome kijkt. Maar vlak bij is een vrouw voor een muur te zien die geen misdrijf pleegt maar geld uit een pinautomaat blijkt te trekken. Uit een venster dat door Hopper geschilderd had kunnen zijn steekt een puntje van een geweerloop; het blijkt de geschutspost in Dallas in 1962 te zijn van de moordenaar van Kennedy. Een man met een baard met een vogel op zijn schouders die potjes van afnemende grootte diagonaal op een tafel plaatst is Brunelleschi die het perspectief ontdekt. Maar even verder staart een man na zware dagelijkse arbeid uitgeblust uit een groot raam als een leeg schilderij. Je krijgt niet genoeg van dit spel waarin het ‘historische moment’ alledaags wordt gemaakt en het banale moment ‘historisch’ door een kleine betekenisverschuiving of toevoeging van een detail. Een belangrijk element om iets tot ‘kunst’ te bestempelen is ironie. Het is de bloedige ernst van de postbodekunst die in de ironische blik van de kunstbeschouwer tot ‘kunst’ wordt gemaakt (werd de Douanier Rousseau op de etentjes van Picasso en kornuiten niet door zijn ‘kunstbroeders’ in de maling genomen?), maar bij ‘kunst’ neemt de kunstenaar zelf dat karwei voor zijn rekening.

Hoofdtentoonstelling (Arsenale)

In het Arsenaal moeten we weer veel encyclopedisch werk van onbekende amateur( kunstenaars) bekijken, en is er zelfs een tentoonstelling samengesteld door Cindy Sherman, wier eigen kunst de kitsch overstijgt waardoor zij zich blijkens de hier uitgestalde keuze klaarblijkelijk laat inspireren. Er zitten in deze tentoonstelling wel vondsten, zoals het werk van de ten onrechte niet bekend geworden Turkse thans in Parijs werkzame kunstenaar Yüksel Arslan (Istanbul 1933), maar toch al wel eerder in Europa (vorig jaar in

Arslan

Arslan

Zürich) geëxposeerd. Het werk van de jonge Franse kunstenares Camille Henrot (1978) dat met digitale en klassieke media het verhaal vertelt van de cumulatie van kennis en wetenschap (‘big data’) is helemaal van deze tijd (http://www.youtube.com/watch?v=MYycsJz8vtc), maar krijgt door alle gedateerde kliekjes waarmee het is omringd niet de aandacht die het verdient.

Er zijn meer eigentijdse presentaties die de moeite waard zijn. Er is een prachtige film Kempinski over vreemde kosmodenkers in Afrika van Neïl Baloufa (Algiers 1985) en een film van Aurélien Froment (Angers 1976) over het theater van de herinnering in Vicenza (Teatro Olimpico van Palladio). De acteurs hadden geen souffleurs, maar ‘stalden’ tekstwendingen bij de standbeelden in de nissen in het decor van dat theater, die op die manier hun ‘aides de mémoire’ werden. Je mag hopen dat dit werk dat gedragen wordt door de expressieve voordracht van een actrice ooit in het museum van dat theater te zien zal zijn, zonder de hinderlijke storingen van twee zeer lawaaiige video’s in dezelfde ruimte van het Arsenaal.

Maar er moet af en toe een flinke slag gemaakt worden, zoals bij het door de Amerikaanse comic tekenaar Crumb in honderden tekeningen nagetekende Genesisverhaal uit de bijbel. Dat past in het paleis van de culturele luchtspiegelingen van de neoromantische  curatoren waarin alles een groot spel van nieuwe afbeeldingen van het vroeger afgebeelde is geworden.

Op weg naar het eind is een gestrande drive in bioscoop aan het water van Eric van Lieshout te bewonderen waar je naar kleine filmpjes over zijn familie (geschiedenis) kunt kijken, en blijkt de verder op gelegen tuin als tentoonstellingsruimte te zijn toegevoegd. Daar is in een oude opslagruimte een geslaagde film van de Duits-Japanse Hito Steyerl (München 1966) te zien over hoe je jezelf in de digitale wereld waar je een digitaal doelwit bent onzichtbaar kan maken (‘How not to be seen’).

Arsenale (landen)

Koloane

Koloane

Er zijn een aantal boeiende landenpresentaties, waarbij het Zuid-Afrikaanse en het Libanese paviljoen er uit springen. Het is alsof in Zuid-Afrika de spanningsbogen waar binnen de hedendaagse kunst opereert naar alle kanten op scherp staan: een land dat zich tracht te ontdoen van een koloniaal verleden, tribalisme, racisme, de apartheid en dat beschikt over een weidse natuur. Het is een worsteling om een nieuwe identiteit en een bevrijding van een geschiedenis. De tentoonstelling die Imaginary Fact heet en vergezeld gaat van een uitstekende en betaalbare catalogus laat over de hele linie interessant werk zien van sterke kunstenaars. De foto’s van Zanale Muholi van de coming off van zwarte

Muholi

Muholi

lesbiënnes en homo’s die op de Dokumenta al de aandacht trokken, zijn nu aangevuld met een even indrukwekkende reeks van Andrew Putter. Penny Siopis reconstrueert de biografie van de Griekse moordenaar van Verwoerdt en David Koane vertelt in een reeks acryl en pastel schetsen, die wel iets van George Rouault hebben, de laatste uren van de vermoorde Steve Biko. Wim Botha beeldhouwt uit dikke boeken portretten. En er is veel meer.

De Libanees Akram Zaatari reconstrueert in het werk Letter to a Refusing Pilot het Israëlische bombardement in 1982 van een school in Saïda, een stadje in het Zuiden van Libanon. Voor het eigenlijke bombardement was er een andere Israëlische piloot geweest die geweigerd had de school te bombarderen en zijn bommen in zee had gegooid. De titel is gebaseerd op Brief aan een Duitse vriend  van Camus (‘Jullie kozen voor onrechtvaardige goden, ik verkoos de aardse rechtvaardigheid trouw te blijven.’) en opent met een shot van Le Petit Prince  van Saint- Exupéry.

Aan het eind in de olievatenloods treffen we altijd de Chinese presentatie aan. Ze hebben er kennelijk genoeg van om Confuciaanse schaduwspelen tussen de vaten uit te voeren, want de vaten zijn er allemaal op één na uitgedonderd. In de grote ruimte worden we getrakteerd  op ronkende teksten om uit te leggen dat de getoonde digitale kunstenaar de toekomst van de Chinese beschaving  vertegenwoordigt die tevens het einde van de Westerse betekent. Dit wordt gesymboliseerd in een groot schilderij van Het  Laatste Oordeel op z’n Chinees in grijze tinten uitgevoerd. Terwijl Europa in de Giardini worstelt met nationale identiteiten hebben ze er hier in het geheel geen last van.

El

Chinees Laatste Oordeel

Chinees Laatste Oordeel

Elders in Venetië

Het paviljoen van Mexico dat altijd interessant is maar moeilijk was te vinden in een nauwe

Cordiox

Cordiox

Venetiaanse steeg is verplaatst naar de San Lorenzo kerk uit de 6e eeuw, die voor restauratie is geadopteerd door Mexico. Ariel Guzik maakte er met behulp van een akoestische zuil die het omgevingsgeluid pakt een geluidssculptuur. De geluidsmachine heet Cordiox. Cordiox reproduceert ‘de muziek der sferen’ in de kerk zonder tussenkomst

Mexico

Mexico

van een loudspeaker of een amplifier. Bij je bezoek wordt je ‘er stil van.’ Niet ver hier vandaan heeft Ai Wei Wei in een kerk in grote metalen kisten in miniatuur zijn gevangenisschap gereconstrueerd. De kunstenaar die nogal op het grote effect uit is komt met dit werk sterk te voorschijn, evenals met zijn rechtgebogen betonijzers (op het Giudecca eiland) uit de tijdens een aardbeving door constructiefouten ingestorte school. Het is boeiende context verschuiving  van Walter de Maria’s Apollo’s Ecstasy die om een of andere reden in het Arsenale te zien is.

Ai Wei Wei

Ai Wei Wei

Het door zijn ligging in Dorsoduro en de grote tuin nog altijd mooie palazzo Zenobio (waar het voormalige Armeens College Moorat Rafael zetelde; het Armeense klooster San Lazarro op het eiland, waar Byron vanuit het Canal Grande naar toe placht te zwemmen, bestaat nog steeds) brengt iedere Biënnale de Armeense kunst. De berg Ararat is lang geleden onder de Sovjet bezetting ontheiligd. Nu laten de Armeniërs (Norayer Kasper) hun deplorabele toestand zien met indrukwekkende foto’s van een door de Russen geabandonneerde staalfabriek. Ook in Dorsoduro, is de Palestijnse vertegenwoordiging Otherwise Occupied te zien. De bezoekers mogen in de tuin van de kunstenaar Bashir Makhoul met kartonnen dozen waar ze slogans en ramen uit mogen snijden een eigen nederzetting bouwen. In het in een particuliere woning aan het Canal Grande neergestreken Irakese paviljoen Welcome to Iraq bouwt het duo WAMI (Yassen Wami en Hashim Taeeh) kartonnen huiskamertjes. Deze kunst noemt Anna Tilroe in De Groene Amsterdammer (27.06.2013) ‘lieve huiselijke kunst’. Ik vrees dat het een tegenovergestelde betekenis heeft. Waar in de ‘arte povera’ beweging de keuze van armoedig materiaal een protest tegen de met dure materialen gemaakte hoge kunst was, is de symbolische betekenis van karton in het Midden-Oosten, net zoals in het Palestijnse

Irak

Irak

paviljoen, dat je woonplaats een tijdelijk karakter heeft, omdat die zo onder je vandaan kan worden gebombardeerd. In dit Irakese paviljoen ook werk van de cartoonist Abdul Raheem Yassir. Zijn werk is verwant aan dat van de Syrische cartoonist Ali Farzat, die in 2002 jaar de Prins Clausprijs won (zie mijn blog http://www.egbertdommering.nl/?p=1660).

Wij hebben de reconstructie van de Herald Szeeman tentoonstelling in 1969 When attitude becomes form in de Fondazione Prada gemist. Een goede vervanger is de tentoonstelling met werk van Vito Acconci en Franco Vaccari in het Palazzo Pesaro Papafava vlak bij de Fondamenti Novi. Je proeft de concentratie van de existentiële performances van de jaren zeventig en de daarbij behorende met minimale middelen in de ruimte ingrijpende symboliek. En misschien is Acconci wel de betere keuze in de Szeeman Venetië 2013 _2095herdenking. Deze kunstenaar was immers op de door Szeeman gemaakte Dokumenta 5 uit 1972 aanwezig als een voorbeeld van de performance en conceptuele kunstenaars waarmee Szeeman de marsroute voor de kunst in de jaren zeventig uitzette. En bracht Szeeman op die Dokumenta in de sectie Parallelen Bildwelten niet ook voor het eerst beelden van psychiatrische patiënten en ‘non-kunst’ in het kader van een manifestatie van naoorlogse moderne kunst? Zou Gioni misschien gewoon een Szeeman epigoon zijn? Maar dan is deze Biennale ,om met Marx te spreken, een komedie versie van de Dokumenta van 1972!

Op de Fondamenti Novi is trouwens ook een fraai ingerichte tentoonstelling Emergency Pavilion: Rebuilding Utopia met interessant werk van Zuid-Amerikanen (o.a. Ella de Buca, Teresa Margolles, Wilfredo Prieto en Santiago Sierra).

Op de vorige Biënnale was er een sterke presentatie van Arabische Staten aan het Zattere. Deze stelt dit keer teleur. Veel interessanter in het al genoemde Pinchuk Art Centre in de buurt is de tentoonstelling van de genomineerden voor de Venetië prijs voor jonge kunstenaars. Er zijn de al bekende absurde filmpjes van de Pers Tala Madani, het bekende kamikaze werk van Meiro Koizumi, maar ook een mooie video van de Egyptenaar Basim Magdy (Assiut 1977) Time laughs back at you like a Sunken Shiphttp://www.basimmagdy.com/time-laughs-back-at-you-like-a-sunken-sh). Het is het soort romantiek over tijd dat het midden houdt tussen Guido van der Werve en Tacita Dean. Verder opvallende wat melancholieke schilderijen van zwarte mensen (‘Invisible men’) van Lynette Yiadom-Boakye (Londen 1977).

Wie hier is (was) aangekomen doet (deed) er goed aan drie speciale tentoonstellingen in het Peggy Guggenheim museum te bezoeken: allereerst de Hannelore en Rudolph Schulhof collectie met de beste keus van het modernisme (en ook nog twee Kiefer voorstudies van zijn Todesfuge schilderijen, zoals je ze nog nooit gezien hebt) en de Italiaanse Mattioli collectie met Morandi’s, Sironi’s en futuristen, allemaal van de hoogste kwaliteit. En dan ook nog de Robert Motherwell collages uit de jaren veertig, nooit eerder vertoond.

Venetië

Rialto Fishli en Weiss

Rialto Fishli en Weiss

Er verschijnen doemstudies over de toekomst van de stad. Het water staat haar zichtbaar aan de lippen. De waterstand heeft de hoogste trede van de watertrappen bereikt. De daaronder gelegen treden hebben een wuivend jasje van algen en wier aan. Zit je rustig op een terras aan Zattere naar de wonderschone torenspits en koepel van de Redentore van Palladio aan de overkant te kijken, schuift er een monsterlijk cruise schip door het beeld. Alfredo Jaar laat in het Chileense paviljoen de hele Giardini onder water verdwijnen. Elders in de stad zien we in een overigens te mijden tentoonstelling in Palazzo Bembo een zwemster op een bol waarin de passerende gondola’s worden gereflecteerd.

Alfredo Jaar

Alfredo Jaar

Volgende keer dus maar een zwemvest meenemen.

Geraadpleegde literatuur

Catalogus Dokumenta 5 (1972)

Anri Sala (ed.), Ravel-Ravel, Unravel, Parijs, Institut Français, Centre national des arts plastiques, 2013.

Akram Zaatari, Letter To A Refusing Pilot, 2013

Brenton Mart (ed.), Imaginary Fact, Grahams Town: National Arts Festival 2013

Anna  Somers Cocks, ‘The coming Death of Venice?’, in The New York Review of Books, Vol. LX (20 June-July 2013), Number 11, p. 21-24.

Venetië 2013 _2242

Dit bericht is geplaatst in Essays, Recensies. Bookmark de permalink.