Aernout Mik in het Stedelijk

Nog tot 25 augustus is de tentoonstelling Communitas van Aernout Mik in het Stedelijk te zien. De tentoonstelling opende voor het eerst in Parijs in 2011 in Jeu de Paume, reisde door naar Museum Folkwang in Essen in 2012, en is dan nu eindelijk in het Stedelijk aangekomen. Mik is er in geslaagd om de duistere ondergrondse hal van het nieuwe Stedelijk tot leven te wekken. Daardoor is het toch nog een première, omdat nu voor het eerst is te zien wat je met deze hal kunt doen, namelijk video tentoonstellingen maken. Als het u belieft, Stedelijk, geen schilderkunst, want die hangt daar nog slechter dan in Post CS.

Helaas is ook op deze Nederlandse versie van de tentoonstelling niet de voorloper van het geënsceneerde Berlusconi proces (‘Shifting sitting’) te zien. Deze is retrospectief getiteld  ‘Shifting Sitting (for Spinoza)’, en was in 2010 op het Spinozafestival in Amsterdam in het gebouw van het inmiddels wegbezuinigde SKOR (Stichting Kunst in de Openbare Ruimte) te zien. Dit is een driescherm compositie van documentair materiaal waarop individuen, groepen en massa’s in rechtszalen en gebouwen van de volksvertegenwoordiging zijn te zien in hun karakteristieke bewegingen. Ik schreef er op Mik’s verzoek een stuk over dat nu in de catalogus is gepubliceerd, dat hem mede heeft geïnspireerd tot de invulling van de huidige geënsceneerde versie. Ik druk er hierna een bekorte versie (Nederlandstalig; de catalogus is Engelstalig) van af. Deze schitterende compositie, die van hetzelfde niveau is als die over de Balkanoorlog (‘Raw Footage’) moest wijken voor de in Polen opgenomen film Communitas. Deze is minder sterk dan de Berlusconi film en eigenlijk een gedeeltelijke overlapping ervan, maar moest van  de tentoonstellingmakers in de tentoonstelling omdat zij die nu eenmaal ‘Communitas’ wilden noemen.

 

Shifitn Sitting 1

 

A Survey-Shifting Sitting (for Spinoza): het spel van zitten en opstaan van de democratie

Door Egbert Dommering

Na ongeveer twintig minuten verschijnt voor het eerst Silvio Berlusconi in het middelste scherm in beeld, terwijl het linker en rechter scherm nog donker zijn. Hij staat op een bordes en zingt met anderen om hem heen een partijlied, zo lijkt het, terwijl hij naar de beneden hem verzamelde toeschouwers kijkt. Het moet een bijeenkomst zijn van de Forza Italia. Het cynische clownsgezicht dat hij bij het zingen van het lied trekt, terwijl zijn kaken langzaam bewegen om geluid te maken, verleent de  hele scène een sinistere schoonheid. Silvio blijft een rode draad in het verhaal. Hij keert terug in fragmenten over zijn treffen met de pers en in het parlement. Wij zien hem ook geflankeerd door advocaten, peilloze minachting uitstralend, een redevoering voor de rechter afsteken.

Italië komt relatief vaak in beeld. In een fragment  zien wij een lange rechtszaal in Italië die aan de linkerzijde is voorzien van kooien, waarin zich verdachten bevinden die op hun berechting wachten. Aan het eind, in de verte, zitten rechters achter de tafel, en vindt een hoorzitting met verdachten plaats. Is het een instructiezitting met verdachten van de Brigate Rosse, die eind jaren zeventig van de vorige eeuw in Italië actief waren met terroristische aanslagen (onder meer de ontvoering van – en  de daarop volgende moord op de Christen Democraat Aldo Moro)? En dan – niet te vergeten- de scène van de telefonerende Andreotti in het parlement, als twee druppels water lijkend op zijn fictieve evenbeeld in de film Il Divo.

De projectie op de drie schermen, waarvan dikwijls een of twee zwart blijven, begint met een voor Nederlanders die in de jaren zestig studeerden duidelijk herkenbaar fragment in zwart-wit. Het is de zogenaamde Maagdenhuisbezetting in 1969 in de Universiteit van Amsterdam. Het is de tijd van de “kritische universiteit”, toen studenten demonstreerden voor zeggenschap en inspraak. Ook het volgende fragment is voor Nederlanders herkenbaar. Het is al in kleur, dus iets later, begin jaren zeventig.  Het is een andere bezetting, ditmaal in de zwakzinnigeninrichting Dennendal in het centrum van Nederland. Tussen de bezetters is de charismatische leider van het verzet, Carel Muller, één van de directeuren van de inrichting, met een lange zwarte baard te zien. Hij vertegenwoordigde de in die tijd in opkomst zijnde “alternatieve” psychiatrie die pleitte voor een menselijke behandeling van de patiënt, tegen de psychiatrie van dwangbuizen en elektroshock. De bezetting werd met geweld beëindigd, wat tot een emotionele ontlading in de snel te emotioneren Nederlandse samenleving leidde.

Daarna zien we beelden uit andere landen: herkenbaar het Verenigd Koninkrijk, België, Italië en Oekraïne, mogelijk andere.  Als eb en vloed golven ze over ons heen: de beelden Shifting sitting 3van demonstraties, het tellen der stemmen, commissievergaderingen, het drukken van pamfletten, rechtszittingen ( in Oekraïne is er ook één met een kooi voor verdachten te zien), mensen in of bij bestuurlijke of gerechtelijke gebouwen, politiemannen, politieke bijeenkomsten, persconferenties, enzovoort. Het weglopend water van de ebstroom van wachtende of ogenschijnlijk doelloos rond lopende mensen, wordt plotseling gevolgd door een vloedgolf van heftig agiterende demonstranten. Stille beelden worden afgewisseld door bijeenkomsten met vage achtergrondgeluiden en geroezemoes van stemmen. Een ander beeld zet zich tegen het eind vast; het is de kluwen van tegen elkaar aan duwende mensen in Kiev. Dit geduw en getrek aan elkaar, het over elkaar heen buitelen van parlementariërs, roepen Mik’s  eerste werk uit de jaren negentig in herinnering, zoals dat in 2000 te zien was op de tentoonstelling Primal gestures, minor roles in het Van Abbe museum in Eindhoven. Het waren de mensen die in vage sociale verbanden als maanreizigers die de zwaartekracht zijn kwijt geraakt over elkaar heen vallen, wapperend op de grond liggen, in schuimbaden rondzweven of zachte gevechtshandelingen tegen elkaar uitvoeren. Onder de ogenschijnlijk vreedzame sociale orde ging steeds het verderf en de wanorde schuil.

Shifitng sitting 2Mik’s werk heeft zich de laatste jaren meer ontwikkeld in de richting van de politieke ruimte. We zagen een paar jaar geleden bijvoorbeeld gevangen genomen mensen in een opgezet politiekamp ergens in een veld in Midden-Europa zonder dat nu precies duidelijk was wat ze daar deden. En er is dat werk van die demonstranten in Berlijn die zich  laten wegdragen door agenten, dat in mijn herinnering is blijven hangen. Een typisch Mik motief: vallen en niet opstaan. Nu lijkt hij zich naar het centrum van de politieke macht te bewegen. Als een Montesquieu maakte hij in de footage van oud filmmateriaal een virtuele reis op zoek naar de verschijningsvormen van de macht. Velen kennen Montesquieu van de triaspolitica als de ideale staatsvorm, waarin de wetgevende, bestuurlijke en rechterlijk autoriteit van elkaar gescheiden zijn. Hij reist in L’Esprit des Lois de wereld af en bestudeert de sociale verschijningsvormen van de macht, maar bovenal die van de wet. De wetten van de natuur zijn onveranderlijk en de natuur gedraagt zich er altijd naar. Maar dat is in de menselijke samenleving niet zo. Wat is de beste organisatievorm om dat te bereiken? Het is een moeilijke opgave, want zo zegt Montesquieu, de mens zondigt voortdurend tegen de onveranderlijke wetten van de natuur en verandert voortdurend zijn eigen wetten. Op zijn ontdekkingstocht onderzoekt Montesquieu ook de geografische en klimatologische omstandigheden die de geest van de wetten beïnvloeden. Hij ziet grote verschillen. Mik ook. Zo’n duw en trek parlement in het Oosten kunnen we ons moeilijk in de democratische landen in Noord-Europa voorstellen. In het Verenigd Koninkrijk zitten de volksvertegenwoordigers weliswaar opgepropt als gedroogde vissen in een kleine ruimte en maken zij vaak lawaai, maar ze zullen niet aan elkaar gaan trekken.

Op zijn zoektocht naar de juiste geografisch/politieke mix voor “de geest van de wetten” stuit Montesquieu in hoofdstuk VI van Boek XI op de Engelse Constitutie. Hij ziet dat de scheiding van de macht om wetten te maken, de macht om deze uit te voeren, en de macht om straffen op grond van deze wetten op te leggen en geschillen over de toepassing van deze wetten, de burger de grootste vrijheid geeft. Hij verwoordt dat als volgt:

“Wanneer in één persoon of in één orgaan de wetgevende macht met de uitvoerende macht is verenigd, is er in het geheel geen vrijheid, omdat men vrezen moet dat dezelfde monarch of dezelfde senaat slechts tirannieke wetten zal maken om deze tiranniek uit te voeren.”

“Er bestaat evenmin vrijheid als de macht om recht te spreken niet gescheiden is van de uitvoerende of de wetgevende macht. Wanneer zij verbonden is met de wetgevende zou de macht over het leven en de vrijheid van de burger arbitrair zijn, want de rechter zou wetgever worden. Wanneer zij verbonden zou zijn met de uitvoerende macht, zou de rechter de macht van een onderdrukker krijgen.”

“Alles is verloren als dezelfde persoon, hetzelfde orgaan van vorsten, adel of het volk de drie machten tegelijk zou uitoefenen.”[i]

Mik laat ons op zijn zoektocht zien hoe mensen zich in de scheiding van machten tot elkaar verhouden. Een rechter “zit” anders dan een verdachte. De politie “zit” in een andere rol in de rechtszaal dan de rechter. Parlementariërs duwen en trekken anders dan politiemannen en demonstranten. Inderdaad: Shifting sitting. Maar in Italië is misschien alles al verloren: Telkens zien we Berlusconi staan of zitten: in de rechtbank schoffeert hij de rechters, in het parlement zit hij grijnzend in het centrum, als president laat hij de pers naar zijn pijpen dansen.

Mik laat ons in dit werk de emotionele laag in de politiek en de altijd aanwezige dwang zien om ‘de boel bij elkaar te houden’. Of het nu een demonstratie is, een zitting in de rechtszaal of het parlement, altijd zien we op de beelden wel ergens een man in een politie- of militair uniform die de politiek-sociale orde bewaakt. Maar we zien ook hoe binnen de rituelen die horen bij de sessies van de drie machten, de passies telkens de  overhand dreigen te krijgen. En we zien tenslotte in al die demonstraties tegen de gevestigde machten hoe de burgers telkens weer uit eigen belang hun eigen “goed en kwaad” stellen tegenover het “officiële goed en kwaad” van de instanties die ze krachtens politiek besluit boven zich hebben gesteld.Shifitng sitting 4

Geraadpleegde literatuur:

Jaap Guldemond (red.), Aernout Mik, Primal gestures, minor roles, Rotterdam: NAI Uitgevers, 2000.

Tanja Milewski (ed.), Arnout Mik, Communitas, Göttingen: Steidl Verlag 2011.

Montesquieu, Oevres Complètes II, Parijs: Éditions Gallimard (Bibliothèque de la Pléiade) 1951.

 

 



[i] Eigen vertaling.

Dit bericht is geplaatst in Essays, Kunstenaars. Bookmark de permalink.