De Amerikaanse beroving van het Spaanse Mozarabische kerkje San Baudelio de Berlanga of hoe het museum The Cloisters in New York (een dependance van het Metropolitan) aan zijn Romaanse fresco’s uit Spanje komt.

De Reconquista van het Christelijke Spanje op het Moorse Spanje is al rond 1000 begonnen, vanuit de kleine staten in het Noorden, Aragon en Navarra, later bijgestaan door het toen nog Noordelijke Castilia en León. Het waren eigenlijk voorlopers van de kruistochten tot verovering van Jeruzalem, zoals Mussolini en Hitler in het Noord-Spaanse Guernica in 1937 hun bommenwerpers uitprobeerden voor de strijd om de macht in de wereld. Pas met het monsterverbond tussen Castilia (Isabella) en Aragon (Ferdinand) zal de laatste stap worden gezet met de verovering van Granada in 1492. In de daaraan voorafgaande eeuwen leefden eerst de Christenen en de Joden in eigen administratieve gemeenschappen onder de Moren, die ze tegen hogere belastingbetaling (hoger dan de Mohammedanen) tolereerden en hun eigen godsdienst lieten. De Christenen zijn de zogenaamde Mozaraben, de ‘verarabiseerde’ Christenen, die een Moorse invulling aan het Christelijke geloof gaven, zowel in de kerkarchitectuur als de geloofsriten. In de op de Moren terug veroverde gebieden (en dat begon dus boven Madrid al rond 1000), kwamen de Moren in de minderheid. Voor zover ze niet werden verdreven en vervangen door Mozaraben bleven zij als werklieden (metselaars en tuinlieden) als minderheden voortbestaan. Toen na de inname van Granada uitzetting of bekering het enige alternatief werd, kwamen daar de Moriscos (de gedwongen tot het Christelijke geloof bekeerde Moren, die uiteindelijk door decreten van Philips III vanaf 1609 Spanje werden uitgezet) bij, zoals er na de val van Granada er gedwongen bekeerde Joden (conversos) in de Joodse gemeenschap achter bleven. De achtergebleven Moren hebben de Mudejar architectuur opgeleverd, het bekendst misschien van de versierde toren uit Sevilla, maar die torens staan in het Noorden overal. Achthoekig  bakstenen torens (soms ook vierkant) met gemetselde ruitvormige siermotieven bij Romaanse kerken. Ze lijken soms in hun opbouw wel wat op een toren bij een moskee.Spanje mei 2013_1818

 

Spanje mei 2013_1918

 

 

 

 

De kerken zijn vaak alleen Romaans in de uitwendige architectuur, want meestal is het dak en het interieur later in gotische stijl gebouwd. Je Spanje-mei-2013_1870.jpgkunt ook tegenwoordig de lijn waar deze beschavingen elkaar raakten goed volgen. In het gebied waar boven op een tafelberg nog steeds een grote Moorse burcht staat die diende als uitvalsbasis voor de beroemde Moorse veldheer Almanzor en waar de camino del Cid loopt (vernoemd naar de mythologische Christelijke kruisridder), bevindt zich een heel bijzonder Mozarabisch-Romaans kerkje uit 1136, San Baudelio de Berlanga.

Het ligt boven op een heuvel te midden van stille glooiende valleien. Het bestaat uit twee vierkante met elkaar verbonden gebouwen, het kleine de absis met het altaar, het grotere voor de kapel. De kapel is verdeeld in een open ruimte en een galerij gedragen door kleine Moors-Romaanse zuilen. Het dak van het hoofdgebouw wordt ondersteund door een grote zuil in het midden van de ruimte, die boven uitwaaiert in bogen, zodat hij er uitziet als een palmboom. De Islam, het Joodse geloof en het Christendom die in het Spanje van 800-1200 naast elkaar bestonden, werden wel de geloven van ‘het Boek’ genoemd: Koran, Talmoed en Bijbel drukken immers ieder een variant van een ‘goddelijke openbaring’ in het Midden-Oosten uit. In Palestina, de bakermat van de drie geloven groeit de palm en als symbool van het leven komt zij Spanje mei 2013_1916zowel in de Koran, de Talmud als de Bijbel voor. De bijbel zegt: “De rechtvaardige zal groeien als een palm.’ De Koran: ‘Schudt de stam van de palm naar je toe dan zal hij verse dadels op je laten vallen.’ Dit kerkje staat tussen twee geloven in. Dat was ook in de aan het begin van de twintigste eeuw nog volkomen intact zijnde fresco’s het geval. Er waren een dromedaris, een olifant, een beer, vechtende buffels, een krijger met een schild, de valkenjacht, jagende honden. Daarboven Bijbelse voorstellingen met de genezing van de blinde, de opwekking van Lazarus, een Laatste Avondmaal, de Verzoeking van Christus. De geleerden zijn het er niet over eens of het Mozarabisch, Romaans of allebei was. De dromedaris, de olifant, de buffels en de palm zijn in ieder geval niet Europees: Mozarabische Christenen waren al zo Arabisch dat ze in hun Christelijke heiligdommen Afrikaanse lieux de memoires van hun culturele land van herkomst schiepen.

‘Er waren…’ Behalve de vechtende buffels is van het meeste nog slechts een vage afdruk te zien. De echte fresco’s zijn er in de jaren twintig van de vorige eeuw uitgesloopt en nu te zien in de Cloisters en voor het overgrote deel in een museum in Indianapolis in de VS. Wie

Dromedaris ter plaatse

Dromedaris ter plaatse

in de Cloisters is geweest zal zich de dromedaris herinneren, waarvan in het kerkje in Spanje nog slechts een vage afdruk is te zien. Dat kwam zo. In de 18e eeuw – als nawee van de Franse revolutie- is veel kerkelijk bezit in Spanje onteigend (de zogenaamde ‘desamortizacion’ of secularisatie) om grond uit de kerkelijke ‘dode hand’ los te peuteren. Zo ook San Baudelio. Deze secularisatie had twee negatieve neveneffecten. Het beroofden de boeren van hun recht kerkelijke landgoederen te bewerken en een deel van de opbrengst voor zich zelf te houden. En het beroofde de kerkelijke erfgoederen van de

Dromedaris in de Clooisters

Dromedaris in de Cloisters

culturele bescherming van de Kerk. Deze parel is toen via omzwervingen in particuliere eigendom van enige naburige bewoners geraakt. Daar verscheen in 1922 de gewiekste Spaanse kunsthandelaar León Levi die in commissie handelde van de Amerikaanse verzamelaar Gabriel Dereppe. Levi kocht voor hem de kerk en daarmee de fresco’s. Met het voorwendsel dat ze tegen het vocht moesten worden beschermd kreeg hij toestemming van de plaatselijke autoriteiten de fresco’s te verwijderen. Hij stelde zich daarbij op het standpunt dat hij de kerk legaal had gekocht en eigenaar was die kon doen wat hij wilde. Dat veroorzaakte de nodige publieke opschudding waardoor de staatsautoriteiten in beweging kwamen en allerlei tegenstrijdige decreten begonnen uit te vaardigen om de verwijdering uit Spanje  te verhinderen. Daartegen stelde Levi beroep in bij de administratieve rechter, die in 1925 besliste dat het eigendomsrecht sterker was. Met behulp van Italiaanse specialisten had Levi de fresco’s al verwijderd zodat ze in 1926 al naar de VS konden worden verscheept. Om precies te zijn; de moord is op 26 februari 1926 voltooid toen León Levi in tegenwoordigheid van de rechter van Instructie, de provinciale gouverneur en de sleutelhouder de 36 fresco’s die al voor verscheping klaar stonden op een kar heeft laten laden die richting Zaragoza vertrok. In de VS belandde ze via schenkingen in de jaren zestig in handen van het Metropolitan Museum, dat overigens ook langs andere weg voor de verwerving van Romaans-Spaans monumenten van de secularisaties van de 18 e eeuw heeft geprofiteerd. De olifant, de krijger en de beer zijn in 1957 teruggekeerd in het Prado in Madrid in ruil voor de steen voor steen afgebroken Romaanse kerk in San Martin de Fuentideuna in Segovia, en in de Cloisters weer opgebouwd. Een soort uitwisseling van krijgsgevangenen.

Zo heeft ook de VS de schande te dragen van ‘Elgin Marbles’, de van het Parthenon in Athene in de 19 e eeuw door de Engelse geroofde beelden die nu in het British Museum staan: het zijn de ‘Levi-Dereppe fresco’s’. The Cloisters in New York zou je wel kunnen sluiten als je alle transacties die tot de verwerving van de uitgestalde objecten hebben geleid tegen het licht zou houden. De juridische status van cultureel erfgoed is trouwens nog steeds problematisch. Nog steeds prevaleert vaak het eigendomsrecht boven het algemeen culturele belang. De ‘onzichtbare hand’ van de markt is voor cultuurgoederen vaak een ‘dode hand’.

Op de site van de Cloisters is niets van deze tragedie te vinden: Bij herkomst staat bij de jachthonden de kale mededeling: ‘Leon Levi 1922, shipped to US 1926.’

 

Jachthonden ter plaatse

Jachthonden ter plaatse

Jachthonden in de Cloisters

Jachthonden in de Cloisters

 

 

 

 

 

Geraadpleegde literatuur

Elias Teres Navarro, ‘El expolio de las pinturas murales de Mozarabe de San Baudelio de Berlanga’, in: Goya (2007) 319/320, p. 199-214.

Agustín Escolano Benito, San Baudelio de Berlanga, Salamanca: Necodisne Ediciones 2003.

Joseph Perez, Entender la Historia de Espana, Madrid: La Esfera de los Libros 2011, hoofdstuk 2, ‘Moros y Chritianos’.

Mary Elizabeth Perry, The handless Maiden, Moriscos and the Politics of Religion in Early Modern Spain, Princeton en Oxford: Princeton University Press 2005
 

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.