Frans Hals heeft een jubileumtentoonstelling in het Frans Halsmuseum (tot 28 juli 2013)

Eind vorige maand opende een jubileumtentoonstelling in het Frans Halsmuseum, die de Haarlemse meester oog in oog brengt met enkele grote tijdgenoten. Het werpt een nieuw licht op zijn werk en levert een bijzondere tentoonstelling op. Tweede Paasdag konden wij deze in het eerste ochtendsegment in alle rust bekijken in één van de mooiste musea van Nederland, kortweg het ‘Frans Hals’. We konden ook de vaste collectie bekijken, waarin kunstenaars van deze tijd in gesprek gaan met ‘de vorigen’, een programma dat het museum al enige tijd uitvoert.Schilderijen0006Schilderijen0004

 

 

 

Frans Hals

Na een confrontatie met zijn leermeester Carel van Mander en schilders in de ‘losse schildertrant’ zoals Tintoretto, gebeurt het dan echt in de zaal waar mansportretten door Rubens, van Dijck en Hals bij elkaar zijn gebracht. De tentoonstelling toont overtuigend (daarin ondersteund door een beknopte heldere catalogus en de lichtbeeld presentatie ‘Het fenomeen Frans Hals’), de wederzijdse beïnvloeding tussen ‘Haarlem’ en Schilderijen0002‘Antwerpen’ aan. Daar hangen drie voorname burgers fier op een rij. Links hangt een man van vijfenvijftig jaar die zich met zijn rechterknuist stevig aan de knop van de met goudleren ruiten beklede rugleuning van de stoel vast knijpt. Hij is wat verkrampt, maar vindt zichzelf toch ongemeen belangrijk. Hij is in 1618 door Van Dijck geschilderd. In het midden hangt de man van Hals. Het is de in 1631 geschilderde Nicolaes van der Meer (afbeelding hieronder). Hij is een Haarlemse bierbrouwer die als de kapitein van de Jorisschutterij op Hals’ eerste schuttersstuk uit 1616 vanuit het midden van de tafel met het feestmaal ons over zijn schouder aankijkt. Nicolaes leunt al veel ontspannener op de stoel met de goudleren ruiten, die zich op dit schilderij ook links in beeld bevindt. Zijn natuurlijke superioriteit straalt hij in een vanzelfsprekende jovialiteit uit. En dan rechts Jan Vermoelen van Rubens, net als Van Dyck uit 1616 (afbeelding hieronder). Vermoelen was kapitein van de Spaanse vloot en zou het na dit Schilderijen0003schilderij nog tot admiraal schoppen. Hij staat niet achter de stoel met de gouden ruiten die zich ook op dit schilderij links bevindt, maar er naast. Zijn rechterhand steunt op de leuning, in zijn linker de samengeknepen handschoenen, de pols losjes rustend op het heft van het degen. Hier staat een hoge, maar ook wat argwanend kijkende militair. De aanval kan tenslotte uit een onverwachte hoek komen.

Schilderijen0001De tentoonstelling onderzoekt ook de Amsterdamse wisselwerking en laat de overeenkomst in schildertrant tussen Hals en Rembrandt zien. De uit het zwarte niets oprijzende man (tweede van links) van de Staalmeesters uit 1661 komt van de staande man op Hals’ Regenten van het St. Elisabeth Gasthuis van 1641 (afbeelding zie boven). Hals had zich weer door een schilderij van de Amsterdamse burgemeesters door Thomas de Keyser laten inspireren, die de man een kamer waar de vier burgemeesters aan een tafel zitten van links laat binnenwandelen. Verplaatsing van dynamiek naar achter de tafel, dus. Als je dan de halfbeschonken regent met de hoed scheef op zijn hoofd, vierde van links,  op de Regenten van het Oudemannenhuis van Hals van 1664 ziet zitten, vraag je je af of hij die weer van de staande knecht op dezelfde plaats in de Staalmeesters van Rembrandt heeft.Schilderijen0005Schilderijen0007

En dan is er nog een aantal goed gekozen portretten en scènes. Overal staat de mens centraal. Hals schilderde geen genres, maar kind, man en vrouw, recht voor zijn raap. Misschien is de kleding zijn enige ‘genre’. In de kragen, borduursels en het zwarte laken (Van Gogh: ‘Hals heeft wel tien zwarten!’) leefde hij zijn losse penseelstreek uit.

Het Frans Halsmuseum

De collectie van het Frans Hals heeft in het voormalige Oudemannenhuis een natuurlijke habitat. De laatste regentenstukken, dus ook dat van de vijf vrouwelijke secreten van het Oudemannenhuis, zijn ooit ontworpen geweest voor- en hebben gehangen boven de schoorsteenmantels, die zich nog in het gebouw bevinden. Dit is met behulp van digitale technieken gereconstrueerd in de catalogus. Je loopt door de inrichting van het pand in de Gouden Eeuw. Bij het Rijksmuseum doen ze nu of zij iets nieuws presenteren, maar bij het Frans Hals is dat al jaren de ideale situatie. En het daglicht is er eigenlijk altijd goed. Onder de bijzondere stukken van de collectie vallen in ieder geval de schilderijen van Goltzius en Cornelis van Haarlem  op. Diens Feestmaal van een korporaalschap van de Haarlemse Cluveniersschutterij uit 1583 is in de Hals tentoonstelling opgenomen. Het is een Schilderijen0008wonderlijk dans van de handen die Hals geïnspireerd moet hebben dynamiek in deze goedbetaalde groepsportretten (er werd per afgebeelde betaald) te krijgen.

In de huidige opstelling zijn jonge kunstenaars uitgenodigd om siervazen voor tulpen te ontwerpen. Er staan papagaai tulpen (als sier- en speculatie object bij uitstek de bloem van de Gouden Eeuw) in, die regelmatig worden ververst. Het maakt een bezoek bijzonder feestelijk.

Het zal voorlopig wel bomvol zijn in het Rijks, dus is een wel gekozen rustig moment in het Haarlemse Frans Hals een goed alternatief.

bloemen 1

Geraadpleegde literatuur

Anna Tummers (red.) Frans Hals oog in oog met Rembrandt, Rubens en Titiaan, Rotterdam: naio10 uitgevers 2013bloemen 3

Dit bericht is geplaatst in Recensies. Bookmark de permalink.