Modernisme, historicisme en ‘presentism’: een tentoonstelling in Middelburg

In de Vleeshal in Middelburg is nog tot 14 april de tentoontelling te zien met de titel ‘The moon has a complicated geography’. Er is een boek bij gemaakt dat op 17 maart 2013 is gepresenteerd met een inleiding van ondergetekende. De tentoonstelling is de tweede in een reeks waarin het modernisme werd geproblematiseerd. Vele thans in Nederland werkzame kunstenaars kijken op een heel andere manier naar de geschiedenis. Zij zijn op zoek naar de betekenis daarvan in deze tijd. 

 

Modernisme, historicisme en ‘presentism’

Der Geschichte ist Gegenstand einer Konstruktion, deren Ort nicht die homogenen und leere Zeit sondern der von Jetztzeit erfüllte bildet.

en: Es gibt ein Bild von Klee, das Angelus Novus heisst..Der Engel der Geschichte muss so aussehen. 

Walter Benjaminangelus (afbeelding Klee hiernaast)

Dit is het tweede deel van een reeks tentoonstellingen die de positie van de in Nederland werkzame hedendaagse kunstenaars en de hedendaagse kunst onderzoeken, waarvan het eerste deel heette ‘Herfsttij van het Modernisme’.  In die tentoonstelling werd aan de orde gesteld in hoeverre kunstenaars op dit moment ‘esthetische elementen van het modernisme’, zoals de catalogus bij die tentoonstelling het noemt, gebruiken (lees ‘abstact’ werken). We zijn inmiddels op de maan beland, een satelliet van de aarde, die onherbergzaam en saai is, maar van waar je, als je aan de goede kant zit, wel een mooi uitzicht op de aarde moet hebben. Hoe het uitzicht op het universum aan de andere kant is weet ik niet, ik denk stik donker. De geografie lijkt mij in zoverre gecompliceerd dat je nooit precies weet waar je bent, omdat alles hetzelfde is: stof en kraters. En volgens mij heeft de maan geen geschiedenis, omdat de natuur geen verandering vertoont. Het is het rijk van koning Alzheimer.  De maan als landschap voor een tentoonstelling die over geschiedenis gaat, duidt dus op een geschiedenis die er niet is. Hoe die dan toch te maken? Of zoals de catalogus het stelt: hoe kun je het over aanwezigheid van geschiedenis hebben als die in onze tijd zo afwezig is.

De kunstenaars in deze tentoonstelling verhouden zich allen op een gecompliceerde manier tot de menselijke geschiedenis en tot het beeld daarvan. Het is inderdaad ingewikkeld geworden.

Als je in de 18e eeuw wilde weten hoe het zat met de geschiedenis van onze beschaving, dan ging je als bewoner van de Westerse wereld een Grand Tour maken naar de Griekse en Romeinse ruïnes aan de Middellandse Zee. Daar lag het begin van de cultuur begraven. Dat bekeek je dan en dan wist je hoe het verder moest. Woonde je in de rest van de wereld, dan was het maken van een Grand Tour betrekkelijk zinloos, want het was niet jouw beschaving.  Er zijn tijdens de Europese Grand Tours -in tegenstelling tot vandaag – dan ook geen Japanners gesignaleerd. Voor zover er bewoners van andere continenten aan te pas kwamen, waren dit over het algemeen daarvandaan geïmporteerde lastdragers, tenminste, indien die niet op de archeologische locaties aangeleverd konden worden door de bevolking die in het algemeen van de vroegere bewoners van de ruïnes afstamde, maar die geen onderdeel uitmaakte van het object van de Grand Tour en daardoor gemakkelijk hand – en spandiensten kon verrichten.

Vulsma e.a0004Die Grand Tours zijn nog tot in de 19e eeuw gemaakt. In het imperialistische tijdperk kwamen daar ruïnes uit andere beschavingen bij zoals piramides, boeddhistische heiligdommen en Maya tempels. Deze hebben een lange nawerking gehad in Westerse kunststijlen, bijvoorbeeld Art Deco in de Franse en Amerikaanse versies.  Maar in de Romantiek ging de aandacht toch steeds meer uit naar de eigen wortels achter onze beschaving. Deze werd afgebeeld in ruïnes van ridderburchten, dikwijls beschenen door een volle maan. Dit was een conservatief intermezzo, want in de twintigste eeuw kreeg de voorwaartse beweging een nieuwe wending toen de onzichtbare wereld in de moderne natuur een kubistisch of constructivistisch gezicht kreeg. Er kwamen nieuwe Grand Tours naar Afrika en de Stille Zuidzee. De daar aangetroffen culturen die met behulp van plaatselijke gedeeltelijk naakte lastdragers werden geëxploreerd, werden geïncorporeerd in nieuwe expressionistische stijlen. De volle maan was ineens een Afrikaans masker geworden, dat de modern ingerichte woningen van de nieuwe Grand toeristen ging stofferen. Primitief en naïef naast de waarneembare werkelijkheid doorschouwende abstractie. Terug en vooruit: het kondigde het nationaalsocialisme en fascisme al aan, immers politieke bewegingen die terug en vooruit wilden.

Klaarblijkelijk lag de beschaving nog steeds op koers, want men ging deze nieuwe kunstvormen onder leiding van de eerste directeur Alfred Barr van het MoMa, en de Amerikaanse criticus Greenberg als ‘modernistisch’ omschrijven. Kunst bewoog zich voorwaarts naar de ultieme abstractie. Die ‘abstracte’ vrijheid werd na de Tweede Wereldoorlog als de ware vrijheid ingezet in de culturele koude oorlog. Bovendien: de hele wereld lag toch in puin, dus dan kon je voorlopig maar beter objectloze kunst maken.

Ik geef toe dat dit een wat ruwe samenvatting is van het modernisme. Ik wil ermee zeggen dat het modernisme niet in herfsttij verkeert, maar dood is en begraven. Het leeft nog slechts als spelvorm voort. Alleen de huidige directrice van het Stedelijk in Amsterdam, immers het culturele achternichtje van Alfred Barr, gelooft er nog in. Maar het Stedelijk is dan ook een retro project.

Hoe moeten kunstenaars hun positie in deze erfenis bepalen? Het is een wereld die in de 21e eeuw bezwijkt onder geschiedenis, techniek en het doorheen mixen van alle beschavingen die op deze aardbol hebben bestaan. Het is tegelijkertijd een wereld die geheel in het heden leeft, geen invoelbare lijn meer heeft met het verleden.  Douglas Rushkoff schrijft in zijn boek Present Shock een aantal trends van deze wereld, die ik samenvat als volgt: 1. De ineenstorting van het lineaire historische verhaal, 2. Digifrenia ofwel digitale informatie overvloed, 3. De onmogelijkheid om tussen verschillende  tijdscoördinaten te onderscheiden, waardoor alles en iedereen door elkaar gaan lopen; hij noemt het ‘overwinding’, ik zou zeggen ‘multi-tasking’ en ‘multi-timing’, 4. ‘Fractalnoia’, de uiteenspatting van zingevende kaders om de data overvloed in te kaderen, en 5. De toekomst als een onheilspellend raadsel. Je zou het volgens mij zo kunnen toepassen op het straks te openen Rijksmuseum. Een kijkdoos van modernistisch gerestaureerde neogotiek, met historisch objecten in hoge resolutie uitvergroot digitaal op de Rijksmuseum site te bewonderen en digitaal toe te eigenen, en een niet lineaire presentatie van de geschiedenis.  De historische afdeling met het lineaire geschiedenisverhaal  is immers gesloten. In dit opzicht is het Rijksmuseum straks dus ‘moderner’ dan het Stedelijk. Maar welk verleden stelt het voor? Is het alleen nog maar een ‘lege’ tijd, zoals Walter Benjamin het noemde, een digitale spelvorm zoals wij nu zouden zeggen. Is de engel (de Angelus Novus zoals Benjamin de geschiedenis noemde) die voortgedreven door de uit het paradijs waaiende storm terugblikte op de zich opstapelende puinhopen in het verleden, soms weggevlogen naar de maan?Vulsma e.a0003

Kijkend naar de kunstenaars in deze tentoonstelling, zie ik hen weloverwogen hun ‘historische’ positie bepalen. Hun ruïne is de Westerse beschaving, zoals die zich nu gelikt digitaal en tijdloos presenteert als een maanlandschap zonder historische betekenis. Deze  wordt aan een onderzoek onderworpen. Ieder op hun manier geeft ook een commentaar op het overleden modernisme.

Hedwig Houben (afbeelding hiernaast) en Arnold Holleman opereren binnen de sculpturale traditie van de Westerse beschaving. Beiden willen die op een of andere manier tot leven brengen, Houben door het statische van de beeldhouwkunst te confronteren met de levende sculptuur van de performance, maar ook door het beeldhouwen  zelf aan vormexperimenten te onderwerpen. Holleman projecteert zich zelf in de burger van Calais van Rodin en telefoneert vanuit het verleden hoe het met hem gaat. Het doet denken aan het telefoongesprek dat Marcel Proust in À la Recherche met zijn al bijna overleden grootmoeder voert. Ze maakt al geen deel meer uit van zijn wereld en praat uit een ongrijpbaar verleden.

Vulsma e.a0001Gert Jan Kocken (afbeelding hiernaast) opereert meer aan de rand van de Westerse beschaving. Zijn onderzoek richt zich op het beeldverbod en het iconoclasme, waarvan hij een nieuwe beeldcollage maakt. Geeft hij daarmee niet ook commentaar op Malevitch en Kandinsky, enerzijds erfgenamen van het iconoclasme binnen de Katholieke kerk op het thema van de afbeelding, en anderzijds protagonisten van het modernisme? Hij opereert aan de rand, omdat hij ook 9/11 er bij betrekt, immers een actie vanuit een beschaving die nog altijd het beeldverbod kent en met de aanval op de Twin Towers het symbool van een andere beschaving beoogde te vernietigen.

Lonnie van Brummelen en Siebren de Haan (zie tweede afbeelding links), maken de Grand Tour op een andere manier in ‘Monument to another Man’s Fatherland’.  Zij geven niet alleen commentaar op hoe het Imperialistische Westen zich andermans beschaving toe-eigende, maar ook hoe het Pergamon museum in Berlijn zich vervolgens als de eigenaar van de beelden opstelde. Zij moesten daarom het monument aan de hand van reproducties in kunstboeken reconstrueren. Inderdaad: wat is eigenlijk het origineel van een niet meer bestaande geschiedenis? En zij lieten de lastdragers van de Grand Tour reizigers aan het woord, door Turkse gastarbeiders in Duitsland de bij het monument behorende teksten te laten lezen.

Vulsma (afbeelding hierna) gebruikt textiele vormen uit een Indianen cultuur om er Westerse artefacten van het modernisme van te maken. Hij herhaalt als het ware het toe-eigeningsproces van de modernistische verzamelaars van de jaren twintig van de vorige eeuw. Ik heb eens aan een moderne verzamelaar die ook in maskers deed gevraagd wat het echtheidscriterium was om die te verzamelen.’Het moeten cultusobjecten zijn geweest,’antwoordde hij. Het klonk mij in de oren als antropologisch vampirisme. Het is alsof het echtheidscriterium voor een volkenkundig museum voor een object van Westerse moderne kunst  zou zijn dat de maker van het object zelfmoord moet hebben gepleegd.Vulsma e.a0002

Wendelien van Oldenburgh gebruikt de Braziliaanse cultuur om het ‘geheugenverlies’ in een samenleving te laten zien . Een dialoog tussen een voormalige soapster (Telenovella zoals het in Brazilië heet) en een funk zangeres, beiden in hun genre beroemdheden in het land, koppelt de politieke realiteit van de oudere televisiester aan het heden van de jongere zangeres, die de politieke realiteit van haar collega niet meer kent. Ze heeft een soort modernistische bioscoop geconstrueerd voor de toeschouwers van de film, verloren in het heden van een in Brazilië niet meer bestaand modernisme (Hélio Oiticica).  

Bij Willem Oorebeek tenslotte belanden we op de maan met zijn ‘Zeelande, Nuite Américaine’. Hij fotografeert een verfrommelde landkaart van Zeeland en stelt die tentoon als een maanlandschap.  ‘La nuite Américaine’ verwijst naar de film van de Franse regisseur François Truffaut, die gaat over het maken van een speelfilm. Oorebeek heeft het weggegooide idee van een werk (de verfrommelde tekening in de prullenbak), opnieuw uitgespreid en gefotografeerd. De term heeft trouwens een dubbele betekenis in de Amerikaanse filmwereld (zo meldt mij een lezer). Zij betekent ook overdag een nachtscène filmen met filters.

Lorenzo Benedetti, directeur van de Vleeshallen, geeft zijn commentaar, niet alleen door de selectie van de kunstenaars, maar ook door de gotische ruimte van de Vleeshallen te versmelten met de ‘White Cube’.  Hij relativeert de ruimtelijke presentatie door er weer een boek met de knappe eigen vormgeving van Roma Publications van te maken. Zo gaat de discussie verder in dit boek dat vandaag wordt gepresenteerd. Een tentoonstelling is immers maar een moment.

 Geraadpleegde literatuur:

Lorenzo Benedetti, Autumn of Modernism, Middelburg: De Vleeshal/Roma Publications 2012 (www.romapublications.org)

Lorenzo Benedetti, The moon has a complicated Geography, Middelburg: De Vleeshal/Roma Publications 2012 (www.romapublications.org)

http://www.artplatform.nl/museumtijdschrift-blog/kunst-vangt-de-tijdgeest/

Douglas Rushkoff, Present Shock, 2013

Alain Besançon, L’image interdite, une histoire intellectuelle de l’iconoclasme Parijs: Gallimard (Folio) 1994, met name hoofdstuk 8 (Er bestaat ook een Engelse vertaling)

Walter Benjamin, ‘Über den Begriff de Geschichte’, in: Sprache und Geschichte, Stuttgart: Reclam 1992, p. 141-154.

 

 

Dit bericht is geplaatst in Essays. Bookmark de permalink.