Gustave Caillebotte of de steeds wisselende gezichtspunten Tentoonstelling ‘Een impressionist en de fotografie’ tot 20 mei 2013 in het Haags Gemeentemuseum

De tentoonstelling over Caillebotte die tot 20 mei in Den Haag te zien is, zou wel eens één van de boeiendste tentoonstellingen die dit jaar in Nederland te zien is kunnen worden. Gustave Caillebotte (1848-1894) schilderde in de tijd van de opkomende fotografie. De tentoonstelling laat zien hoe zijn schilderen door dit nieuwe medium is beïnvloed. Op de tentoonstelling hangen foto’s en schilderijen naast elkaar en dat werkt onderling versterkend. Dat zat ‘in de lucht’. Schilders uit die tijd, zoals in Nederland de Tachtigers met Breitner, Witsen en Jesserun de Mesquita en in Frankrijk de Nabis met Bonnard, Vuillard en Denis experimenteerden zelf met de nieuwe techniek of lieten hun schilderkunstige gezichtspunt er door beïnvloeden. Zij waren in eens ‘camera’s’ geworden. Zij schilderden met de ogen en de instellingen van een camera. De lage opstelling, de vermenging van dicht bij en veraf, het snap shot van het nog juist in de camera gevangen voorbijgaande beeld, de close up en het nieuwe ‘claire obscure’ van de fotografische plaat: het is allemaal in hun schilderijen te zien. Er is sprake van een ‘bewegingsmanie’, zoals het in die tijd werd genoemd (‘peinture mouvemantiste’). Vooral bij Caillebotte en Breitner is er de fascinatie voor de dynamiek van de stadsontwikkeling; het 19e eeuwse Amsterdam en het centrum van Parijs namen afscheid van de 18e eeuw. De fotografische blik hoort daarbij. Die is van Breitner is misschien nostalgischer (meer gericht op de verdwijnende stad) dan van de in Parijs werkzame fotografen. Die fotograferen met graagte de in de lucht hangende werkers op de in de in aanbouw zijnde Eiffeltoren of de staalconstructies van de nieuwe spoorwegstations. Zoals de Amerikaanse fotografen dat later bij de bouw van de wolkenkrabbers in New York zullen doen.

Caillebotte fotografeerde niet zelf, maar verzamelde wel gretig foto’s en vond daarin de fotografische blik die de stad aan hem opdrong . Het onder de hand van baron Haussmann (gesteund door keizer Napoléon III, het was in feite zijn plan) zich snel transformerende Parijs (‘La Transformation’), gaf hem vanuit de nieuwe hoge woonhuizen (‘les appartements haussmanniènes’) de blik van de vogel op de als perspectieven foto1ontvouwende boulevards,  die de mensen daarin reduceerden tot bewegende poppetjes. Kruisingen van boulevards  (‘les grands croisées’) vormden kruisingen van perspectieven. Maar ook het leven ‘boven’ veranderde. Er zijn veel balkonscènes met gefortuneerde dandy’s die neerblikken op de brede straten met de door paarden getrokken voortrazende  omnibussen en het gekrioel van de passanten op de trottoirs. ‘Binnen’ is ook anders. De bekende schildering van de over de ‘grond’ kruipende parketschrapers speelt zich af in een kijkdoos die uitmondt op een balkon hoog in de lucht. En ‘in de open lucht’ is het anders: dat is lopen op een uit staal geconstrueerde brug en ergens tussen een ijzeren spijl turen naar een uit een station vertrekkende stoomlocomotief.

Stillevens zijn niet stil meer, je ziet er maar een stuk van omdat de rest buiten beeld blijft. foto5

Monet

Monet houdt zich bij het schilderen van de geschoten fazanten op tafel nog aan de middelpuntige conventie, Caillebotte niet, want een deel verdwijnt buiten beeld. (afbeeldingen: Monet hieronder, Caillebotte rechts).

 

Caillebotte behoorde tot de gefortuneerde klasse die hij in dezelfde dynamiek portretteert. Het langgerekte portret van Paul Hugot is ten voeten uit de flaneur van Baudelaire, die even stilstaat, wandelstok in de lucht.  Hij is de man die, zoals Walter Benjamin het in zijn Passagen-Werk uitdrukt, zich door iedereen bekeken weet en tegelijkertijd ongrijpbaar en verborgen is.[1] En hij portretteert vrienden en bekenden in hun huiskamer in close up en tegelijkertijd ver weg.foto7

Er zit veel wit in zijn verf gebruik. De schilderijen lijken daardoor een beetje overbelicht. Dat maakt ze aangenaam vreemd. Soms moet je aan het flitslicht van een foto denken, alleen hebben de modellen geen rode oogjes.

foto9

 

 

 

 

Geraadpleegde literatuur:

Gustave Caillebotte,  Een impressionist en de fotografie, catalogus bij de tentoonstelling, Den Haag 2013.

Saskia Ooms, Painters and Cameras, Exploring new ways of Looking around 1900, Amsterdam: Rijksmuseum 2011, Volume 11 of Mattie Boom & Hans Rooseboom (eds.), Rijksmuseum Studies in Photography.

Jean des Cars & Pierre Pinon, Paris-Haussmann, Parijs: Picard 1991.

Walter Benjamin, Das Passagen- Werk I en II, Frankfurt am Mein: Suhrkamp 1983.



[1] Passagen-Werk I, p. 529.

Dit bericht is geplaatst in Kunstenaars, Recensies. Bookmark de permalink.