Bruce Nauman tachtig: een kleurloze tentoonstelling in het Stedelijk in 2021

De Amerikaanse kunstenaar Bruce Nauman (1941, Fort Wayne, Indiana) is misschien wel de belangrijkste Amerikaanse kunstenaar van de twintigste eeuw. Hij kreeg in 2018-2019 een imposante overzichtstentoonstelling van zijn levenswerk in Schaulager Basel en MoMa New York. Nu op zijn tachtigste maakt het Stedelijk een tamelijk kleurloze tentoonstelling van zijn werk (en dat in Nederland, waar zijn werk als eerste land in Europa in 1981 in Kröller Müller werd getoond), met werk uit Nederlands bezit aangevuld met buitenlandse bruiklenen. Er zijn natuurlijk een paar meesterwerken, zoals uit buitenlandse collecties One Hundred Live and Die (1984:Naoshima museum, Japan, afbeelding 1),  en een versie van de Consumate Mask of Rocks (1975, afbeelding 2).

1 One Hundred Live and Die (1984)

Nauman start waar Duchamp ophield. Beeldende kunst is niet gescheiden van het dagelijks leven. Dat een voorwerp ‘kunst’ is, berust op een keuze. Zo vertrekt hij van het urinoir van Duchamp, een werk dat hij menigmaal citeert (bijvoorbeeld in ‘Myself as a Marble Fountain’ uit 1967), maar waar hij op voortgaat door grauwe betonblokjes te manipuleren en te arrangeren tot ‘kunst’ ensembles, zoals in afbeelding 2. Maar dan worden de blokken ‘maskers’, nog versterkt door vervreemdende lichteffecten. Hij is ook iemand van het tijdperk van het existentialisme: voorwerpen zijn ‘tekenen’ en afdrukken van het eigen bestaan (iets wat Isa Genzken later ook zal doen, zie mijn blog http://www.egbertdommering.nl/?p=807). Daarin legt hij ook de basis van de performance waarin de ge-ensceneerde existentie van de kunstenaar centraal staat. Maar bij hem is het obsessief. Het begint in zijn studio waar hij de ‘stilte’ (muizen, gekraak van ramen en deuren) waarneemt. Het is het werk Mapping the Studio, afbeelding 5), waarvan in de tentoonstelling een onooglijke monitor versie in zwart-wit te zien is; zo mist de toeschouwer het rode beeld in de oorspronkelijke versie dat een referentie is aan L’atelier rouge’ van Matisse uit 1911. Dat is op de componist John Cage geïnspireerd, die immers ook omgevingsgeluiden in zijn muziek mengde en wiens adagium was: ‘There is no such thing as silence’ (de ondertitel van het Mapping is dan ook ‘Fat Change John Cage’). Cage’s geluiden blijven een rol spelen in zijn werk: zo is zijn fascinatie voor neonbuizen mede ingegeven door het geluid dat ze maken.

Het monomane stappenplan vertaalt zich in de vele video’s die dwangmatig handelen tot uitgangspunt hebben. De rondcirkelende dwanghandelingen legt hij ook vast in een gesloten ellips die de baan van een hemellichaam of de omtrek van een tunnel verbeelden (afbeelding 3). Stoelen krijgen dezelfde dwangmatige functie; ze zijn opgesloten in een ruimtelijk coördinatenstelsel (afbeelding 4), maar ook zit-dwangbuizen (denk aan de stoel van Rietveld). In veel werken is er ook de associatie met de ‘elektrische stoel’. Nauman is hier schatplichtig aan Samuel Becket, wiens protagonisten soms letterlijk vast zitten (zoals Winnie in Happy Days die tot haar middel opgesloten in een zandheuvel een monoloog tot het publiek in de zaal richt, afbeelding 5). Maar hij draagt met zijn dwangmatige stoelen ook een beeld naar de toekomst. Zo voeren de ‘vrije’ dansers in het beroemde ballet Rosas van De Keersmaeker een obsessieve stoelendans uit (afbeelding 6).

Nauman doet hetzelfde met taal. Hier is de Oostenrijkse filosoof Wittgenstein zijn voorbeeld. Deze heeft in zijn eerste werk (Tractatus logico-philosophicus) nog de illusie gehad dat de taal een getrouwe afbeelding kon zijn van de (natuurkundige) werkelijkheid, maar in zijn latere werk zingt de betekenis zich los van de werkelijkheid en wordt het een ‘taalspel’, zoals W. het noemt. Woorden zijn instrumenten waarmee tekens worden aangewezen, en, om dat te vergemakkelijken kun je ze ook een kleur geven. Nauman is erdoor gefascineerd en gebruikt de kleurige neonletters om dat spel te spelen (bijvoorbeeld het werk, in rode neon: ‘none sing’ en daaronder in blauwwitte neon: ‘neonsign’) Zo varieert hij eindeloos op de uitspraak ‘live and die’ in het werk One Hundred Live and Die (afbeelding 1), door kleine woordvariaties en aan- en uitflitspatronen. Hij ‘vervreemdt’ de tekens van hun betekenis.  Het is alsof hij een van de eerste zinnen uit de Philosophical Investigations telkens op zijn kop zet. Wittgenstein: ‘Every word has a meaning. This meaning is correlated with the word. It is the object for which a word stands.’ Woorden als objecten van zichzelf. In een van zijn vroege werken zien we Nauman aan de keukentafel zijn eigen woorden opeten (afbeelding 8).

De menselijke figuur loopt bij Nauman vast of valt om, maar wordt nooit als dode uitgebeeld. De dood komt in zijn werk binnen door de lopende- band-dood in de dierenindustrie, die hij dikwijls heeft uitgebeeld. Beroemd is de carousel van rond slepende viervoeters (coyotes, lynxen, een hert) uit 1988, waarin hij een bekende rijfiguur uit de hypische dressuur verbeeldt door de dode dieren als in een manege in een kruisvorm rond te slepen (afbeelding 9), een soort dodendans in een lagere levensvorm dan de menselijke. Een versie daarvan behoort tot de collectie van het Kunstmuseum Den Haag en is op de tentoonstelling te zien. Maar de dieren slijten te veel; daarom mogen zij niet meer over de grond slepen, maar bungelen ze in de lucht. Het werk is daardoor eigenlijk ongevaarlijk geworden. In de oorspronkelijke vorm kon je er niet naar kijken zonder melancholiek te worden.

De tentoonstelling in het Stedelijk laat het allemaal braaf zien, maar weet niet de spanning van het werk over te brengen. Het is als met de nieuwe presentatie van het jongste deel van de vaste collectie die in deze tijd werd geopend. Je loopt er rond, het oogt wel leuk, maar je vraagt je af: wat heeft dit allemaal met elkaar te maken en wat is er zo urgent aan om het (op deze manier te tonen) te tonen?

2 The Consummate Mask of Rock (1975)

3 Model for Trench and Four Buried Passages (1977)

4 White Anger, Red Danger, Yellow Peril, Black Death (1984)

5 Happy Days van Samuel Becket

6 Rosas van De Keersmaeker

7 Mapping the Studio (2002)

8 Eating My Words (1966-1967)

9 Carousel (1988)

Geraadpleegde literatuur:

Bruce Nauman, Disappearing Acts, New York/Münchenstein: MoMa/Schaulager 2018

Bruce Nauman, Joan Simon e.a. (eds.) Minneapolis: Walker Art Centre 1994 (ook in Reina Sofia, Madrid, Contemporary Art Los Angels, Hirshorn Washington, MoMa New York).

Ludwig Wittgenstein, Philosphische Untersuchungen, vertaling G.S.M. Anscombe, Oxford: Basic, Blackwell 1953

Over Carousel: Robert Lehman, Beautiful Things: Bruce Nauman’s Carousel | POSTMODERN CULTURE (pomoculture.org)

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.