De eerste Europese overzichtstentoonstelling van de Chinese kunstenaar Ai Weiwei

Ai Weiwei (Beijing 1957) is een beroemdheid. Zijn kunstwerken zijn kolossaal en als hij tentoonstelt raakt hij vrij snel verwikkeld in een geschil met de Chinese Staat. Die twee dingen maken dat hij altijd veel publiciteit in de publieksmedia oproept. Dat kun je in Nederland niet zeggen van deze, in Europa eerste belangrijke overzichtstentoonstelling van zijn werk in Düsseldorf (ik vond alleen een artikel van Joke de Wolf in Trouw).

Weiwei is in twee opzichten voor wie, zoals ik, niet veel weet van Chinese moderne beeldende kunst, een echte Chinese kunstenaar. Zijn beeldmateriaal komt voort uit de collectiviteit en de cultuur van de samenleving, maar neemt ook altijd stelling tegen die collectiviteit en de officiële idealen die door de machthebbers worden uitgedragen. Het lijkt daarmee op de Amerikaanse pop art (Andy Warhol gebruikte niet voor niets het portret van Mao als een van de iconen van zijn oeuvre). Daar ligt ook de politieke conflictstof met de Chinese Staat.

Sunflower seeds e.a.

Het grote nooit in Europa getoonde werk dat een hele zaal vult bestaat uit ingrediënten van de oude en nieuwe Chinese cultuur. Er ligt een zonnebloemenpittenbed van 650 m² (Sunflower seeds 2010). Het is door 1600 handwerkmensen gemaakt in een belangrijk porseleincentrum in China, want alle pitten zijn van porselein. De duizenden ‘pitten’ vertegenwoordigen individuen die altijd in een massa zijn opgenomen en de zonnebloem is gekozen omdat Mao als een zonnegod over die massa regeerde en in de propaganda vaak tegen de achtergrond van een opgaande zon werd voorgesteld. De wanden van de zaal zijn beplakt met behang dat bestaat uit schuldpapieren (I.O.U. Wallpaper 2011-2013). Die staan voor de belastingschuld van 1.7 miljoen Euro die de Chinese overheid tegen hem had gefabriceerd om zijn gevangenneming in 2011 (toen de zonnebloemenpitten tentoonstelling in Londen nog liep) te rechtvaardigen. Hij werd een kleine drie maanden zonder enige officiële aanklacht vastgezet, om bij zijn vrijlating te horen dat het om deze enorme belastingschuld ging. Deze moest hij heel snel betalen anders ging hij weer de bak in. De schuld heeft hij door een vroege vorm van crowdfunding in China en daarbuiten weten af te betalen in ruil voor deze door hem gemaakte ‘promesses’ die hij I.O.U.’s noemde (I.O.U. staat voor ‘I owe you’). Op de wanden zijn in het groot in een soort cartoonstijl in legostenen de dieren uit de dierenriem afgebeeld (een vrij recente toevoeging uit 2018) die met elkaar de kringloop van het noodlot uitbeelden. Ze gaan in de beeldvorm terug op een beeldengroep uit 2010 (Circle of Animals) die ook is te zien (K21). Deze verwijst weer naar een vermenging tussen Europese en Chinese vormen die zich in het koloniale tijdperk van de 18e eeuw dikwijls voordeed. Deze dieren heeft hij ook ingezet in het tentoongestelde fotowerk Study of Perspective (1995-2014) waarin hij zichzelf afbeeldt als hij met opgestoken wijsvinger naar autoriteitsgebouwen of monumenten (zoals de Eiffeltoren in Parijs) wijst.   

Maar als je het hele werk ziet moet je onwillekeurig ook denken aan de opstelling van het terracottaleger in Xi’an.

Terracottaleger Xi’an

Er zijn ook de werken die op de Biënnale van Venetië 2013 te zien waren, maar completer. De aanklacht tegen de aardbevingscatastrofe uit 2008 waarbij 70.000 mensen het leven verloren, zonder dat de Chinese overheid ook maar een poot naar de nabestaanden heeft uitgestoken. Dit werk Straight (2008-2012) bestaat uit een hele zaal rechtgebogen betonijzers die uit de muren van de ingestorte school komen en een lijst met namen op de muur van de bij de aardbeving omgekomen burgers. Het is groter en monumentaler dan de Venetiaanse versie. In K21 zijn de kijkdozen opgesteld (ook in Venetië te zien geweest). Het is het werk S.A.C.R.E.D. (2011-2013) waarin Weiwei zich zelf met zijn bewakers in de gevangenis afbeeldt. De letters verwijzen naar de verschillende uitgebeelde situaties: Supper, Accusers, Cleansing, Ritual, Entropy en Doubt. Het hele woord verwijst naar ‘homo sacer’, ‘de uitgestotene’.

S.A.C.R.E.D 2011-2013

Een hele zaal verbeeldt de deplorabele staat waarin bootvluchtelingen verkeren met een uit riet gemaakte overvolle opblaasboot (Life Cycle 2018) en een wasserij waar alle uit zee opgepikte vluchtelingenkleding als in een warenhuis keurig gewassen en gestreken in kledingrekken hangt (Laundromat 2016).

Laundromat 2016

Weiwei zegt dat alle kunst politiek is. Daar is veel over te zeggen, maar voor zijn kunst geldt het ongetwijfeld. Alle werken die hij maakt zijn een mededeling over de situatie in zijn land en als ze dat niet zijn, kunnen ze dat worden door de reactie van de staats- en partij autoriteiten aldaar. Ze zijn massaal en gemaakt met behulp van een leger van handwerkers (je begint je bij het zien van deze werken af te vragen of dat financieel allemaal net zo is georganiseerd als de afbetaling van de belastingschuld).

De situatie van kunstenaars in China is een Kat-en-muis situatie. Repressie van vrije kunst en het vrije woord is er altijd geweest en die is onder Xi alleen maar toegenomen. Er is echter een niemandsland waarin vrij kan worden geopereerd, maar waar de Kat onverhoeds kan toeslaan. Een voorbeeld is het Centrum 798 in Beijing, waar het bekende Ullens Centre of Contemporary Art ligt. Ai Weiwei is ver buiten dit niemandsland getreden, reden dat hij in 2011 onverwacht hard is aangepakt. Zijn wereldberoemdheid verschafte hem toen ook bescherming; zo is hij na ongeveer drie maanden uit  de illegale hechtenis ontslagen, maar moest hij wel de belastingschuld betalen. Nu woont en werkt hij in Duitsland, dat hij daarom het juiste land vindt voor een grote Europese tentoonstelling. Hij kan wel naar China, maar daar wordt hij nauwkeurig in de gaten gehouden, en wie weet is er nog wel een belastingschuld of iets anders te bedenken.

In de gids bij de tentoonstelling staat een biografie. Deze vermeldt dat hij in 1997 samen met Hans van Dijk en Frank Uytterhaegen in Beijing het China Art Archives and Warehouse (CAAW) heeft opgericht. Deze verwijzing balt een hele geschiedenis samen en dat is die van de Nederlander Hans van Dijk, gereconstrueerd en beschreven in het gelijknamige boek van Marianne Brouwer. Hans van Dijk (Deventer 1946- Beijing 2002) vertrok  in de jaren zeventig naar China. Daar heeft hij (spoedig bekend onder Chinese variant van zijn naam Dai Hanzi) met een ongelooflijke inzet de moderne (oppositionele) kunst van de grond helpen tillen. Hij is een spilfiguur die het artistieke niemandsland vorm heeft gegeven. Daar ontmoette hij de thans in Nederland werkzame Ni Haifeng en later ook Ai Weiwei die hij min of meer heeft ontdekt.

Ni Haifeng: werk tentoongesteld in Witte de With in de Van Dijktentoonstelling

Na het bloedbad op het Plein van de Eeuwige Vrede in juni 1989, vluchtte hij, maar in de jaren negentig keerde hij terug. In 1994 richtte hij daar het Ubu Roi Research Committee (URARC) op dat een aantal absurde maar ook moedige tentoonstellingen verzorgde. Deze tentoonstellingen in het niemandsland werden geflankeerd door Europese tentoonstellingen, waaronder een aantal in Duitsland. In de periode 1996-1998 werkte hij vanuit de New Amsterdam Art Consultancy (NAAC), waaruit daarna de CAAW is voortgekomen. De openingstentoonstelling van de CAAW die hij samen met Ai Weiwei (met wie hij toen goed bevriend was) in Beijing organiseerde opende op 1 januari 2001 en toonde zowel oude als nieuwe generatie kunstenaars. Dat is dus een latere datum dan Ai Weiwei bij de tentoonstelling in Düsseldorf geeft . 1997 is de Van Dijkperiode van de NAAC. Wil hij zich een stukje van die opmerkelijke geschiedenis van Hans van Dijk toe-eigenen? In 2003 organiseerde Ai Weiwei daar een herinneringstentoonstelling van de fascinerende polaroïd foto’s van Nuenen genomen door Van Dijk in zijn jeugd. Hij heeft gewoond in het dorp van Van Gogh. Nu is het de toeristische bestemming, waar vooral veel Chinese toeristen naar toe gaan, maar niet voor Van Dijk.

Van Dijk heeft een onschatbare encyclopedie van kennis over de Chinese kunstenaars nagelaten en ook interessante analyses van de relatie van de traditionalistische Chinese cultuur tot de moderne beeldende kunst. Ai Weiwei probeerde na de dood van Van Dijk het CAAW archief (dat dus grotendeels het Van Dijk archief was) in stand te houden, maar het is nu overgedragen aan het Azië Archief in Hong Kong. Deze compacte geschiedenis van de Chinese moderne kunst in een door repressie geteisterd land is te vinden in de geciteerde biografie.  Achter dat kleine en vermoedelijk verkeerde autobiografische jaartal in de Ai Weiwei tentoonstellingsgids gaat dus een grote historische rol van een avontuurlijke Nederlander schuil.  

Ai Weiei en Hans van Dijk bij de opening van het CAAW in 2001

Kunstsammlung Nordrhein-Westfalen, Düsseldorf, K20 Grabbeplatz en K21 Ständehaus, gratis shuttle tussen beide locaties. Tot 1 september 2019

Geraadpleegde literatuur

Marianne Brouwer, Hans van Dijk/Dai Hanzhi. A Life with Art in China 1986-2002, Rotterdam: Witte de With 2018

Joke de Wolf, ‘De tank van Ai Weiwei dendert onverschrokken door’, in: Trouw 24 mei 2019

Kurzführer zur Ausstellung, Kunstsammlung Nordrhein-Westfalen 2019

Dit bericht is geplaatst in Essays, Recensies. Bookmark de permalink.