Ruf een jaar later

Een jaar geleden schreef ik naar aanleiding van wat inmiddels de affaire Ruf (de toenmalige directeur van het Stedelijk museum in Amsterdam) is gaan heten een blog (http://www.egbertdommering.nl/?p=1001). Ik noemde dat een ‘systeemcrash’ van het slecht functionerende bestuurssysteem van het Stedelijk. We zijn nu een jaar verder en, zoals na een crash gebruikelijk is, zien wij stilstand. Niet alleen bij het Museum, maar ook bij Ruf: Een rehabilitatie heeft niet plaatsgehad. Heden schreef ik daarover in Het Parool een opinie. U treft die hierbij aan.

Entree Stedelijk

Egbert Dommering 23 oktober 2018

Een jaar na het gedwongen terugtreden van Beatrix Ruf is de reputatie van het Stedelijk Museum nog steeds, nationaal en internationaal, ernstig beschadigd, betoogt Egbert Dommering, emeritus hoogleraar aan de UvA.

Er is nu een jaar verlopen sinds de raad van toezicht van het Stedelijk Museum Beatrix Ruf dwong ‘vrijwillig’ terug te treden als directeur.

Als ik nu naar het Stedelijk kijk, rijst het beeld op van een diepe crisis. Wat is er sindsdien gebeurd?

Nadat de commissie-Eisma Ruf in haar rapport van juni van blaam had gezuiverd, hebben de directeur ad interim (inmiddels het bestuur van de stichting) en de ondernemingsraad in augustus het aftreden van de raad van toezicht geëist, met het (tevens jegens de gemeente geuite) dreigement dat zij de raad anders bij de ondernemingskamer zouden aanklagen wegens wanbeheer.

Onderdeel van het eisenpakket was dat er geen gesprekken meer met Ruf zouden worden gevoerd en dat Truze Lodder als interim-voorzitter van de raad zou worden benoemd. De statuten van de stichting Stedelijk waren inmiddels snel gewijzigd, zodat alle leden van de raad van toezicht door de gemeente konden worden benoemd.

De zittende raad en de wethouder zijn op deze eisen ingegaan en er is een schikkingsovereenkomst gemaakt, die ertoe heeft geleid dat de raad is teruggetreden en de gemeente Lodder tot voorzitter heeft benoemd van een lege raad.

Zwarte schaduw
Het lid van de raad dat was teruggetreden na de publicatie van het het rapport van de commissie-Eisma, is in september door Lodder voorgesteld en door de gemeente benoemd.

Wat er precies in de schikkingsovereenkomst tussen de ondernemingsraad, het bestuur, de wethouder en Lodder staat weten wij niet; het gevolg is in elk geval wel dat het rapport van de commissie-Eisma jegens Ruf niet behoorlijk is uitgevoerd, zodat deze erfenis als een zwarte schaduw over alle verantwoordelijke partijen blijft hangen.

De sponsors en geldgevers hadden die behoorlijke uitvoering in juni wel van het bestuur geëist en deze is door het bestuur ook toegezegd, zodat – voor zover ze na het vertrek van Ruf al niet waren weggelopen – de verstandhouding tussen hen en het bestuur (en waarschijnlijk ook de toekomstige raad van toezicht) ernstig is verstoord.

Geduchte deuk
Als je in aanmerking neemt dat de subsidie van de gemeente nauwelijks voldoende is om de exploitatie van het museum te dekken, betekent dit dat de financiering van nieuwe activiteiten/aankopen een geduchte deuk heeft opgelopen.

Het door de gemeente uitgestippelde traject (een nieuwe raad van toezicht, een nieuwe directeur en dan doen we daarna of er niets is gebeurd) is niet geschikt om dat vertrouwen te herstellen.

Internationaal zijn de reputatie en slagkracht van het museum ernstig beschadigd. Zonder een directeur en de steun van sponsors die dit internationale netwerk en de daarin geldende ruilverhoudingen kennen en kunnen bespelen, ziet het er niet naar uit dat het museum nog internationaal toonaangevende tentoonstellingen kan maken. Ook nationaal is de schade groot, omdat het een negatieve uitwerking heeft op Amsterdam als toonaangevend podium voor hedendaagse kunst.

Geen handleiding
Wat zich hier wreekt, is dat de gemeente (die nu ook weer formeel de touwtjes in handen heeft) niet een grondig heroverwegingsproces is ingegaan over de positie en organisatie van het museum, waar in de periode na de verzelfstandiging drie zakelijke en twee artistieke directeuren al of niet vrijwillig zijn vertrokken.

Het ziet er niet naar uit dat het museum nog toon­aan­ge­ven­de exposities kan maken.

Aankoop gemeente Amsterdam 2017

Hoe komt het dat de staf zich telkens tegen de artistieke directeur opstelt? Zit het artistiek-commerciële management wel goed in elkaar? Is een stichting met een onbezoldigde raad van toezicht wel de juiste juridische structuur? Is het wel juist dat de sponsors geld mogen geven, maar niets te zeggen hebben?

Moet je niet naar een gelijkwaardig publiek-private partnership waar de publieke en private belangen behoorlijk zijn geborgd (het staat immers vast dat het museum zonder substantiële private inbreng internationaal niet behoorlijk kan functioneren)?

Het is een illusie om te denken dat deze hele affaire alleen maar ging over de juiste toepassing van de Code cultural governance. In die Code zal men namelijk tevergeefs het antwoord zoeken op al deze vragen. Eigenlijk is het alleen maar een procedureregeling hoe je je als bestuur dient te verantwoorden bij bijvoorbeeld tegenstrijdige belangen.

Het is geen handleiding voor het opzetten van een goede organisatie en bestuur van een groot internationaal opererend museum. Het gevaar dreigt bovendien dat er nu een attitude van moreel puritanisme ontstaat, die de politiek-commerciële omgeving waarin het museum moet functioneren, negeert.

Dit bericht is geplaatst in Essays. Bookmark de permalink.