Waarom de biënnale in Riga (Letland) deze zomer en herfst misschien toch de beste optie is (nog open tot 28 oktober 2018)

Ik heb drie redenen bedacht waarom dit zo is. 1. Dit is de eerste biënnale in Riga (aangeduid als ‘RIBOCA1’) en daarom een vitaal startpunt. Zij gaat niet gebukt onder versleten intellectuele formules en locaties, zoals Venetië (landenpaviljoens) en de Dokumenta (WO II, koude oorlog), 2. Er is een perfecte match tussen locatie en inhoud. De Manifesta legt altijd een geforceerd verband tussen die twee met tot gevolg dat het meestal alleen locatie is, 3. Het thema van de tentoonstelling is het ‘anthropoceen’ (kort gezegd: het tijdperk van de door de mens beheerste natuur). Omdat er is gekozen voor jongere kunstenaars (in totaal participeren plm. 90 kunstenaars) die midden in dat tijdperk leven (ik noem het maar de ‘generatie van tachtig’ uit het tijdvak 1975-1985) is dit een spannende en vitale confrontatie voor de toeschouwer en niet een door een curator bedachte ‘laatste modethema’. Katharina Gregos tekent voor deze RIBOCA1. In het verleden schoot ze wel eens door in het politieke engagement (zie mijn blog http://www.egbertdommering.nl/?p=156); hier heeft zij een succesvol evenwicht bereikt.

James Beckett, Palace Ruin 2016

De centrale locatie is de voormalige biologische faculteit uit 1898. Het is fraaie 19e eeuwse universitaire architectuur, grotendeels intact (er zijn verschillende wetenschappelijke collecties en laboratoria tentoongesteld). Het zet meteen de toon: het roept het beeld op van het tijdperk van Darwin en de grote ontdekking, inventarisatie en ordening van de natuur, meestal in oud-koloniën. Het is het wereldbeeld van het meten én uitbeelden van de natuur. Zoals de colleges die Alexander von Humboldt in het midden van de 19e eeuw in Berlijn van zijn ontdekkingsreizen in Zuid-Amerika gaf niet alleen gingen over de geologie en de afmetingen van de door hem en zijn maat Bonpland beklommen bergen, maar ook ‘Naturgemälde’ waren. Het was ontdekken, catalogiseren en uitbeelden. Het is een vondst om te midden van dit jonge gezelschap Mark Dion (1961) op te stellen. Dion draagt dit wereldbeeld met zich mee en speelt ermee, zoals te zien was op zijn magnifieke tentoonstelling deze lente in de Whitechapel Gallery in London. Hier richt hij een geheel verduisterde uitstalling van opgezette geraamtes en dieren uit voorwereldlijke tijden in, zoals die in de 19e eeuw werden ontdekt, die je alleen kan bezichtigen met een rood mijnlampje, alsof je zelf in de grot van een niet meer bestaande tijden afdaalt. Aan de ingang van het gebouw staat de Palace Ruin uit 2016 (zie afbeelding boven) van de in Amsterdam werkende James Beckett (Zimbabwe 1977). Het verbeeldt de nog rokende ruïne van het in 1929 in Amsterdam afgebrande Paleis voor Volksvlijt. Ook dat is een verwijzing naar die voorbije eeuw van optimistische imperialistische wetenschap en een waarschuwing voor de zich oppermachtig wanende architectuur van deze tijd. Stelios Faitakis (Griekenland 1976) maakt in de entreehal mozaïeken met de titel ‘The New Religion’, die uit de tijd van het gebouw lijken te zijn, maar bij nadere inspectie een dubbele bodem hebben die de rol van de wetenschap in de Sovjet Unie uitbeeldt (een geschiedenislaag van Letland, in deze tentoonstelling zeer aanwezig).

Stelios Faitakis, The New Religion

De ‘anthropocene’ generatie van ’80 is ‘geleerd’. Vaak hebben de kunstenaars opleidingen in exacte wetenschappen gevolgd en hebben zij veel kennis van het onderwerp dat zij uitbeelden. Zij gebruiken vaak de afvalmaterialen die de door techniek en wetenschap geëxploiteerde ‘natuur’ produceert. Ook ‘vervreemden’ zij geschiedenis en natuur met digitale beeldtechnieken. Zo combineren zij het ‘meten’ en ‘beelden’ van Von Humboldt. Dat is heel goed te zien in de video projectie ‘Zero Point Energy’ in een lege zaal van Kerstin Hamilton (Zweden 1978) die een soort ballet van mensen in straling werende pakken in een atoomlaboratorium (tot stand gekomen in samenwerking met een

Kerstin Hamilton, Zero Point Energy

nanoscientist) volgt. Femke Herrengraven (Nederland 1982) is ook multidisciplinair. In het werk dat zij in deze locatie laat zien gebruikt ze blokken gutta-percha rubber uit Maleisië als referentie aan de eerste 19e eeuwse  telegraaf onderzeekabels tussen Groot Brittannië en de koloniën in Azië en Australië. Patrik Söderlund en Visa Suonpää, bekend als IC-98 (Finland 1974 en 1968), maken een video animatie van een einde van de wereld in een imploderend universum. Met Kusta Saksi (Finland 1975) weven ze een tapijt van een landschap van een niet meer door mensen bewoonde wereld (het werk is opgenomen in de Victoria & Albertcollectie). Jacob Kirkegaard (Denemarken 1975) maakt een geluidswerk van smeltend ijs in Groenland. Michael Sailstorfer (Duitsland 1979) laat in de videomontage Antiherfst een boom in de herfst de blaadjes weer terugkrijgen door de afgevallen gekleurde bladeren er weer met ijzerdraad in op te hangen. En alle andere kunstenaars in het laboratorium dwingen ons een aspect van onze veranderende natuur in dit tijdperk onder ogen te zien. Het is eigenlijk dat wat beeldende kunstenaars altijd hebben gedaan: ons de veranderende natuur of de ideaalbeelden die we daar over hebben te laten zien: van Poussin tot de impressionisten.

Voor wie na deze fascinerende zwerftocht nog tijd heeft is er een aantal locaties die sovjet-russische laag in de geschiedenis van Letland aanboren. Ik noem er drie (maar er zijn er meer):  Sporta2, de oude fabriekshal van een snoepjesfabriek, die, zoals overal in de grote steden in Europa, een postindustriële kunstfunctie krijgt. Verder de voormalige (naar de laatste bestemming vernoemde) Bolsjevistische textielfabriek en, tenslotte, het voormalige appartement in het centrum van Kistaps Morbergs, een grote Letse Maecenas uit het einde van de 19e en het begin van de 20ste eeuw.

In de eerste wordt ons het beeld van een post sovjet/post kapitalistische samenleving getoond. Hannah Anbert (Denemarken 1984) laat ons de ideologie van de werkkleding zien in een soort mode-ontwerp show. Melanie Bonajo (Nederland 1978) toont haar fascinerende ‘documentaire’ over ouder worden in deze digitale wereld. Danilo Correale (Italië 1982) maakt een soort middeleeuwse toernooi vaandels bedrukt met moderne beroemde merken. Femke Herrengraven laat het beeld van de wereld van statistieken en diagrammen zien. Trevor Paglen (Canada 1974) maakt romantische beelden van de oceaanbodem à la Von Humboldt.

Ivar Veermär

Maar het gaat om de daar liggende zeekabels waar het internetverkeer wordt afgetapt. Ivar Veermär (Estland 1982) maakt een beeldcollage van de datasilo’s in onze controlesamenleving. Fernando Sánchez Castillo (Spanje 1970) mag hier het in stukken gezaagde plezierjacht van Franco tonen dat hij ooit als overgebleven trofee uit het

Fernando Sánchez Castillo

Francotijdperk kocht. Het is hier erg op zijn plaats.  Erg mooi is de gereconstrueerde paalwoning op het water (een ‘palafito’ in het grote meer in Venezuela) van Marco Montiel-Soto (Venezuela 1976). Maar er hangen wel plaatjes in hoe de Spanjaarden aldaar de indianen hebben ingelijfd.

De bolsjevistische textielfabriek is het decor van gestrande utopieën. Het

Bolsjevisitsche textielfabriek

hoogtepunt is wel IGRA van Robert Kusmirowski (Polen 1973). Het is een in elkaar geflanste volstrekt ondeugdelijke machine om wodka te maken die gesitueerd is in een cabine die de naam Café Ararat draagt. Maar ook niet mis is de installatie ‘De jongen die het huis in brand stak’ van Andrejs Strokins (Letland 1984). Het is de metafoor van hoe de Sovjet Unie intellectueel in Letland heeft huisgehouden. Uit een tekst van zijn hand: ‘Having stabilised, the Sovjet power started to extinguish the flames of free thinking.’

Robert Kusmirowski, IGRA

De botsing tussen de 19e eeuwse Letlandse beschaving en de sovjetbezetting is te vinden in het appartement van Kristaps Morbergs. Letland heeft een sterke art nouveau cultuur gekend (er is een mooie wijk in Riga en in het kunstmuseum zijn veel artefacten uit die tijd te bezichtigen). Het appartement stamt ook uit die tijd, maar is op een verwoestende manier uitgewoond in de sovjettijd. Er is veel werk te zien dat aan deze periode refereert, maar het hoogtepunt is toch wel het werk van Henrike Naumann (Duitsland 1984). Zij heeft een installatie Eurotique gemaakt die ingaat op de stijl van renoveren van woninginterieurs die eind jaren negentig in Letland in zwang kwam, kort voordat het toetrad tot de EU (2004), ook wel aangeduid als ‘Euro-repair’ (een Letse schrijver heeft er een boek ‘Eiroremonts’ over geschreven). Deze stijl lijkt veel op onze jaren vijftig-zestig interieurs met veel gebruik van plastic en formica, maar grijpt ook terug op de Letse art nouveau traditie. Nu ziet het er wat treurig uit, een beeld van een ideaal dat zich niet heeft verwerkelijkt en misschien nooit echt was.

Henrike Naumann Eurotique

Er is een prima catalogus, toegankelijk en met heldere teksten over kunstenaars, werk en locatie. Riga is op een kleine twee uur vliegen van Amsterdam en heeft betaalbare goede hotels. Met een treintje komt je in de oude badplaats Jurmala met een strand zoals dat er in Domburg in de jaren vijftig uitzag. Alle locaties zijn goed met het openbaar vervoer of een huurfiets te bereiken. De tentoonstelling is maandag en dinsdag dicht, in het weekend zijn er veel dronken Russen en Finnen in de stad.

Jurmala

Geraadpleegde literatuur:

RIBOCA Handbook (catalogus), Everything Was Forever, Until it Was No More. (Katherina Gregos & Stijn Maes eds.), Latvia: Riga Biennal Foundation 2018

Andrea Wulf, The Invention of Nature, Alexander von Humboldt, New York: Alexander Knopf 2015.

 

 

 

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.