De Borgmann collectie in het Stedelijk Museum in Amsterdam

Onder de titel ‘Jump into the Future’ is tot 4 maart in dertig zalen te zien de gehele donatie (De Rijke en De Rooij, Cosima von Bonin, Zobernig e.a.)/lening (Isa Genzken, Martin Kippenberger)/aankoop (o.a. Matt Mullican) bestaande uit 217 werken (647 objecten) van de Duitse galeriehouder/verzamelaar Thomas Borgmann (Hamburg 1942).

Cosima von Bohin

Ter gelegenheid van de tentoonstelling is een catalogus uitgegeven waarin een interview met Borgmann en twee verhelderende essays van twee Duitse kunsthistorici, Jörg Heiser en Isabelle Grew, zijn opgenomen. De werken zijn destijds grotendeels verworven via de Keulse galerie Bucholz en zijn ontstaan in de jaren negentig van de vorige eeuw (nadat Borgmann zijn collectie uit de periode 1960-1990, met uitzondering van Kippenberger en Christopher Williams, van de hand had gedaan): ze representeren de booming kunstscene in Keulen in verbinding met Londen en New York in die periode. B. in het interview over het begin van die periode: ’Cosima von Bonin was definitely the first. I met her through Kippenberger, at a pub in Cologne where she was working. Cosima was the loudest, the ringleader of a group of artists who were always out late at night. They drank like hell and were loud as hell. I collected Cosima’s work when there were only a few collectors around to buy it.’

We moeten voor een vergelijkbare grote verwerving in het museum teruggaan tot het ontstaan van het Stedelijk eind 19e eeuw. In de inleiding van de catalogus wordt gesteld dat het verwerven van coherente groepen werken uit bepaalde periodes sinds het directeurschap van Edy de Wilde de kern van het verzamelbeleid van het Stedelijk is geweest. Uit de jaren negentig had het museum weinig werken en het vult, aldus de inleiding, een leemte op. Borgmann vertelt in het interview hoe de verzameling in het Stedelijk in de jaren zestig voor hem een baken naar de toekomst is geweest (Roy Lichtenstein’s triptiek uit 1964, toen aangekocht door het Museum), een belangrijke reden waarom deze schenking hier is terechtgekomen. Ook voor hem gold dat het om een coherente groep gaat: hij wilde zijn collectie uit die periode bij elkaar houden. De vraag mag dus worden gesteld hoe deze verwerving in de collectie van het Stedelijk gaat functioneren.

Mullican Subject Driven

Het is niet gemakkelijk een gemeenschappelijke noemer – anders dan de tijdsperiode- voor de getoonde kunstenaars te vinden, of het zou moeten zijn de intensiteit van de existentiële scheppende ervaring die uit de werken spreekt. De Amerikaan Matt Mullican die op 4 februari een lezing in het museum gaf, zei dat zijn uitgangspunt het licht in de wereld was en daarna: ‘Where does life exist in the light pattern?’ Wat is een ‘object’ en wat een ‘subject’, ‘where are they breaking up’? Wat is een ‘teken’? En wat het licht betreft: hoe ziet een schilderij met rode, gele en blauwe blokjes er uit als ik het in het ‘light pattern’ van een groene kamer (de eerste zaal van zijn opstelling in de tentoonstelling) neer zet? Misschien is dat wel een verbindende lijn. Iets soortgelijks zien we bijvoorbeeld in het in de tentoonstelling aanwezige ‘Orange’ van de Nederlandse De Rijke & De Rooij: 80 slides met telkens een andere tint oranje. Het ene oranje doet denken aan het koninklijke huis, het andere aan de kleur van de overalls van de bewakers in de Guantanamo gevangenis. Of zo maar ‘oranje puur’.  Van de Amerikaan Jack Goldstein, een oude vriend van Millican en in de kunst aan hem verwant, wordt een tiental 16 mm films getoond waarin de ‘durée’ van een existentieel waargenomen banaal moment gedurende een tiental minuten is te zien: het inhameren van een spijker, het staan op een balletschoentje, een figuur in een landschap, een blaffende hond, een rondvliegende in huis gehouden vogel: allemaal ‘life in the light pattern’ of een studie over de relatie subject-object. De nauwkeurige in jaren twintig stijl uitgevoerde zwart-wit foto’s van planten van de Amerikaanse Christopher Williams blijken van de naar land van herkomst geordende glasmodellen in het beroemde Harvardmuseum te zijn gemaakt. Het werk heet ‘Van Angola tot Vietnam’.

Christopher Williams Angola to Vietnam

Het zijn allemaal landen in Zuid-Amerika, Afrika en Azië waar de laatste decennia gruwelijke guerrilla oorlogen zijn uitgevochten. Het lijkt of de flora er van afschuw haar kleur heeft verloren en in glas is bevroren: ‘where is life in the light pattern?’ De grote schilderijen van de Schotse Lucy McKenzie refereren aan de hoogdravende symboliek van ideologische voorstellingen. Maar zij banaliseert al deze opgeblazen supermensen door er met graffiti grote witte penissen op te schilderen met teksten als ‘Suck it and See’. Zoals Grew opmerkt: McKenzie lijkt te willen duidelijk maken dat de utopisch projecten uit het verleden in latere perioden worden teruggebracht tot de (banale) levensstijl waar ze mee worden geassocieerd.’ De Duitse Thomas Eggerer vervreemdt zijn stadslandschappen met menselijke figuren of dieren erin door ze als het soort beelden te framen waarmee architectenbureaus laten zien hoe de levende toekomst in de door hen ontworpen

Thomas Eggerer Mezzanine 2004

afschuwelijke woonwijken eruit zal gaan zien. Geschilderde verveling. Zijn zij object of subject? Er zijn veel werken waar de existentialiteit van de ervaring te maken heeft met de eigen sekse. De Duitse Jutha Koether schildert quasi vrouwelijke schilderijen alsof ze uit een niet-Westerse cultuur komen. De Poolse Paulina Olowska doet dat met vrouwenwerelden van het kantoor tot het boudoir, als decorstukken voor een toneel. De eerstelinge in de ‘Keulse’ collectie, Cosima von Bonin, bouwt in de grote zaal een onneembaar feministisch fort omgeven door enorme, onschuldig ogende buldog-reuen en reusachtige paddenstoelen. Het lijkt een wat uit de hand gelopen Hans-en-Grietje sprookje. Zeer aanwezig in hun geproblematiseerde manlijke identiteit zijn de groepen werken, spilpunten in de collectie, van Wolfgang Tillmans en Martin Kippenberger. Kippenberger, al aanwezig in de ‘vorige’ Borgmann collectie, is de belangrijkste maar ook de meest ongrijpbare. Hier is hij vooral aanwezig in een niet aflatende reeks zelfportretten. Maar zijn werk is veelzijdiger dan hier getoond.  Eigenlijk heeft hij in ieder medium gewerkt en het vervolgens geproblematiseerd. Het is een soort tornado van ironie. Vanuit deze kunstenaars lopen de lijnen naar Polke, slecht vertegenwoordigd in het Stedelijk (over Polke, zie mijn blog http://www.egbertdommering.nl/?p=665 ) en Genzken, ook met een mooie installatie in bruikleen in deze tentoonstelling aanwezig (over Genzken, zie mijn blog http://www.egbertdommering.nl/?p=807). En zo zijn er meer kunstenaars met intense werken.

Al deze werken zijn abstract en concreet tegelijk. De beeldinstrumenten en de beeldtaal zijn losgemaakt, abstract, maar worden telkens ingezet voor subjectieve verhalen die met eigen existentie of de relatie tot cultuur en samenleving te maken hebben. Het is heel erg post of contra Mondriaan en Malevitsj en al die andere werken die in de ‘base’ tentoonstelling in de kelder hangen. Wat zou er met ultieme visie van Mondriaan gebeuren als we die eens in rode of een groene kamer hangen of gewoon het licht helemaal uit doen? ‘Where is the life in the light pattern?’ Maar het wringt dat daar beneden toch het  paradigma van het modernisme heerst (zie mijn blog http://www.egbertdommering.nl/?p=1024). Er zou eigenlijk een voortdurende confrontatie en dialoog met deze allemaal toch bijzonder sterke werken uit de Borgmann collectie boven moeten plaatsvinden. Boven is bijvoorbeeld het bijzonder aansprekende ruimtelijke werk van de Duitse Heimo Zobernig te zien. De door deze gemaakte kleurvlakken, kubussen, ruiten en bollen zijn eigenlijke een grote debunking van De Stijl. Wat zou het mooi zijn om die met de echte Stijl te confronteren. Of een Mondriaan in groen licht. Ik mag hopen dat er veel werken uit het Koolhaashiernamaals in de komende tijd aan de bovenverdieping zullen worden uitgeleend.

Heima Zobernig TV studio 1997

Geraadpleegde literatuur:

Catalogus Jump into the Future, Amsterdam: Het Stedelijk Museum 2017

Sigmar Polke, http://www.egbertdommering.nl/?p=665

Isa Genzken, http://www.egbertdommering.nl/?p=807

Stedelijk collectiepresentatie, http://www.egbertdommering.nl/?p=1024

 

 

 

 

 

 

 

 

Dit bericht is geplaatst in Essays, Recensies. Bookmark de permalink.