Colombiaanse kunst in Framer Framed onder de titel Here and Now


In Framer Framed en in Beautiful Distress House (naast Nieuw Dakota bij de NDSM werf) in Amsterdam is een tentoonstelling (de eerste in Nederland!) over hedendaagse beeldende kunst uit Colombia te zien (in de tweede locatie voornamelijk fotografie), samengesteld door de Colombiaanse Carolina Ponce de Léon (Framer Framed to 30 juni; Beautiful Distressed House tot 3 april). Zij heeft  kunstenaars gekozen die laten zien welke sporen de gewelddadige burgeroorlog en cocaïneteelt en -handel  in dit land hebben achtergelaten. Maar ook de milieuverwoesting door onberaden industrialisatieprocessen. Toen de vrijheidsstrijd tegen de Spaanse kolonisten onder leiding van Simon Bolívar rond 1830 was gestreden, viel eerst Groot-Colombia (de door Bolívar gehoopte federatie van Colombia, Venezuela, Panama, Equador en Bolivia) uit elkaar, maar spleet daarna het overgebleven Colombia uiteen in een liberale en een conservatieve fractie die elkaar niet alleen politiek, maar ook met geweld zijn blijven bestrijden. Het negentiende eeuwse deel daarvan is beschreven door Gabriel García Marquez in onder meer Honderd Jaar Eenzaamheid (1972) en De generaal en zijn labyrint (1989), het twintigste eeuwse deel door Juan Gabriel Vasquez in onder meer De Vorm van de Ruïnes (2017). Daar kwamen de verschillende drugkartels bij die – dikwijls met verbindingen met de Castrocommunistische georiënteerde guerillastrijders – een eigen criminele rechtsorde in het aan oerwouden rijke land opzetten.

Wie (zoals ik) net in Colombia heeft gereisd wordt meteen getroffen door de foto van de stad Medellin door de Amerikaan Stephen Ferry (1960) uit de serie Violentology. Op de foto zien we een affiche geplakt op een naargeestig flatgebouw waarop we een door Botero geschilderd paar zien dansen. We kijken door een raam met een kogelgat erin.

Stephen Fry: Medellin


Botero is het nationale schildersmonument van Colombia; hij heeft zowel Bogota als Medellin rijk voorzien van zijn werk. In de laatste stad hangt zijn bekende schilderij van de drugskoning Pablo Escobar als hij bij een politieachtervolging over de daken van Mendellin het leven laat. Escobar had veel politiek macht. Als je met hem handelde had je twee alternatieven: je accepteerde staakpenningen of je werd omgelegd: ‘zilver of lood’. In het Spaans: ‘plato ò plombo’.


Botero: De dood van Escobar

Een belangrijk keerpunt in deze geschiedenis is het vredesverdrag dat de Nobelprijs voor de vrede winnaar, president Juan Manuel Santos, in 2016 na jaren lange onderhandelingen sloot, waarbij de FARC al haar wapens inleverde. De in Bogota wonende Franse fotografe Nadège Mazars (1973) volgde in 2015 het dagelijks leven van de FARC in de jungle. De ogenschijnlijk vredige foto’s maskeren en accentueren tegelijkertijd de geweldsmystiek waarin deze guerilla’s leefden.


Nadège Mazars: FARC

De performance kunstenares Maria José Arjona (1973) is er met een video van de bekende performance, waarbij ze, staande, wankel evenwicht bewaart tussen vier scheermesjes die haar hals aan vier kanten bedreigen. Leven als een vorm van permanente bedreiging.


Marie José Arjona: performance


Ook het werk van de bekende kunstenaar Oscar Muñoz (1951) is aanwezig. Hij maakt tekeningen in het water, als inde ouderwetse ontwikkelingsbakken uit het tijdperk van de analoge fotografie, verschijnt langzaam de tekening die ook weer vervaagt. In de context van deze tentoonstelling krijgen deze weg kabbelende beelden ineens de betekenis van verdwenen vrijheidsstrijders, temeer daar het vaak krantenpagina’s zijn. Maar het is een zelfportret dat hij Narcissus noemt. Een door de geschiedenis om hen heen vertwijfelde Narcissus.


Oscar Muñoz: tekening op water

r

Maar ook de weelderige natuur van Colombia raakt beschadigd door menselijke tekorten. De grote rivieren in het land zijn inderdaad zwaar door plastic verstopt. Laura Huertas Millan (1984) toont er een vergiftigd-romantische film over.


Laura Nuertas Millan


De gekozen invalshoek is indrukwekkend maar beperkt ook het zicht op een land dat na de vrede met de FARC overeind krabbelt uit dit zwarte deel van zijn verleden en bezig is nieuwe levensvoorwaarden voor de bevolking te scheppen (hoewel de scherpe politieke en economische tegenstellingen blijven bestaan). We zouden ook bijna vergeten dat het geweld er is geïntroduceerd door de Spanjaarden die er in de 17e eeuw het goud uit het land kwamen stelen. In Santa Marta aan de Caribische kust waar ze aan land kwamen staat nog steeds een groot standbeeld van een Spaanse Conquistador.


Conquistador in Santa Marta


Om bij het theatertje te komen waar het FARCverdrag in Cartegena is gesloten, moet je over een plein lopen waar de zwarte Afrikaanse slaven, die hier werden aangevoerd, werden verhandeld en daarna over de Passage van de Martelaren. Daar staan de borstbeelden van de Colombiaanse republikeinen die er zijn gefusilleerd door het leger dat de Spaanse koning Ferdinand VII in 1814 naar dit land stuurde om het vrije Colombia van Bolívar terug te veroveren.


Door Spanjaarden gefusilleerde politici


En de rivieren mogen vervuild zijn, de natuur is indrukwekkend.


Koffiestreek Colombia


Je zou ook een tentoonstelling kunnen maken van de straatkunst die overal in de steden aanwezig is.

Geplaatst in Essays, Recensies | Reacties uitgeschakeld voor Colombiaanse kunst in Framer Framed onder de titel Here and Now

Twee toptentoonstellingen in 2018: Gauguin en Laval op Martinique (Van Gogh Museum Amsterdam) en Oceanië (Royal Academy Londen)

Gauguin Mangobomen voorstudie

In 1886 ging Paul Gauguin naar Pont-Aven in Bretagne waar hij Laval ontmoette. Samen besluiten zij in april 1887 naar het Franse Martinique in het Caribische gebied te gaan. Ze maken er het werk dat op deze tentoonstelling te zien was. Het is zijn eerste ‘vertrek’ uit de Westerse beschaving. Hij blijft er niet lang want al in augustus keert hij ziek terug. In 1888 verblijft hij in Arles bij Van Gogh om daarna weer in Pont-Aven te gaan werken. In Parijs had hij op de wereldtentoonstelling het Franse paviljoen over de Franse kolonies in de Stille Zuidzee gezien. Hij wil er naartoe. In 1891 vertrekt hij naar Tahiti, waar hij tot de zomer 1893 verblijft. Het is letterlijk en figuurlijk zijn definitieve ‘vertrek’ uit de Westerse beschaving.  Na zijn terugkeer werkt hij in Europa aan zijn Tahiti oeuvre. In 1901 gaat hij naar een ander Frans Polynesisch eiland, Hiya Oa, waar hij tot zijn dood in 1903 verblijft.

Dit soort ‘vertrek’ uit de Westerse beschaving  naar een ‘primitieve wereld’ wordt tegenwoordig al snel afgedaan als (post) koloniaal gedrag en de kunst die het oplevert als de Westerse vertekening van de wereld. Op de tentoonstelling in het Van Gogh werd ervoor gewaarschuwd dat in sommige geciteerde briefteksten van Gauguin passages voorkwamen met een ‘racistisch, denigrerende en koloniale grondslag’. De waarschuwing werd door de pers al snel omgezet in een waardeoordeel. Sandra Smets op 10 december 2018 in NRC Handelsblad over deze tentoonstelling: ‘Dus hoe om te gaan met een tentoonstelling die tien jaar geleden nog zou zijn bejubeld en waar nu een dubieuze Westerse blik op valt? Het probleem zit dieper dan de disclaimer aan de ingang. De kunst zelf is koloniaal.(…) Dit zijn lastige tijden voor moderne meesters, ook #Me Too haalt veel onderuit. Schrap de blote dames en de exotische stranden en wat resteert uit de Westerse canon? Bloemstillevens. Dat is weinig hoor.’

Mangobomen schilderij

Dat lijkt me een versimpeling de andere kant op. Er is natuurlijk de discussie over de koloniale blik van de Franse Oriëntalisten in hun geschilderde naakte haremscènes, die ook Delacroix minder modern maakt dan we zouden willen. De wens uit de Westerse samenleving te vertrekken had echter ook een diepe artistiek-culturele drijfveer. De kunstenaarskolonies waar het ‘echte’, ‘primitieve’ leven geleefd en ervaren kon worden om je te onttrekken aan de industriële Westerse samenleving hebben een diepe bedding in de 19e eeuw. Pont-Aven (tussen het authentieke Bretonse vissersvolk) was er een nazaat van. In Duitsland (niet de sterkste koloniale natie) werd in 1890 de schilderkolonie Worpswede op het boerenland ten Zuiden van Bremen opgericht. De Duitse Brücke kunstenaars  bootsten de Zuidzee eerst rond de Duitse meren en de Oostzee na (een vriend schreef over Kirchner: ‘Moritzburg bei Dresden und Fehmarn an der Oostsee waren sein Tahiti.’). Alleen Max Pechstein uit deze groep trok naar de Zuidzee.

Er is bovendien een vrij sterke theorie die het primitivisme ziet als een begeleidend verschijnsel van het Europese classicisme. De Amerikaanse kunthistorica Franses Conelly: ‘It is my argument that the principal framework of ideas that defined “primitive art” was that of the classical tradition as institutionalized in academies of art throughout Europe. The classical norm cast the “primitive”as a dark mirror throughout Europe. (…) An increasing number of artists emulated one “primitive”model or another as a vehicle to escape or a weapon to attack the classical tradition.(…) Paul Gauguin took the next step. By extending his artistic production into areas traditionally deemed as craft, he intentionally broke the boundaries between the fine and the applied arts. Just as important, Gauguin made efforts to incorporate the ornamental characteristics associated with “primitive” art into his paintings.’ Dit is precies wat Matisse doet als hij Gauguin in 1930 nareist naar Tahiti. Zijn ornamenten worden tropische bladeren die weer ornamenten worden.

Matisse Océanie

Gauguin ontdekt in Martinique een nieuwe beeldtaal in kleur en ornament waarvan De Mangobomen wel het mooiste voorbeeld is. Uit de catalogus: ‘De overzichtelijke verdeling van figuren en vegetatie doen denken aan ‘De kunsten en de muzen’ van Puvis de Chavannes of zelfs ‘Het Eiland Grand Jatte’ van Seurat. Ook qua monumentaliteit en stilering komt De Mangobomen met deze werken overeen. De vergaande stilering doet vermoeden dat hij ze niet direct naar de werkelijkheid heeft geschilderd.’

Puvis de Chavannes Muzen

Maar het sprookje van de ‘Stille Zuidzee’ was het ultieme doel. Aan het begin van de 17e eeuw was het volkomen onbekend wat voor wereld zich daar bevond. De Portugese ontdekkingsreiziger Quirós maakte er een mislukte reis, maar dat verhinderde hem niet om in zijn boek over die reis verslag te doen van een paradijslijk groen en rijk continent dat een vierde deel van de aarde besloeg, bevolkt was met gemakkelijk tot Christen te bekeren bruine vreedzame mensen, zonder krokodillen en muggen, en geschikt om er 200.000 Spanjaarden te vestigen. In werkelijkheid was het een verzameling eilanden in een eindeloze plas water waarvan de bewoners de mythologie beleden dat ze door krokodillen (waarvan de vervaarlijke bek de boeg van hun lange boomstammen scheepjes sierde) waren gemaakt uit de zee, en waarvoor zij al vroeg navigatieschema’s van ligging, wind en stroming ontwierpen om er de verbindingen met hun ranke boomstammen tussen te kunnen onderhouden. Ze hadden daardoor een gemeenschappelijke cultuur op al die ver van elkaar afliggende eilanden die onnavolgbaar fraai deze winter in de Royal Academy was tentoongesteld.

Oceanië krokodilkano

Daar ging Gauguin in 1891 dus naar toe. Keek hij ernaar met de ogen van een Franse kolonist? Er staan ongetwijfeld in zijn verslag Noa Noa passages waar het Van Gogh museum voor zou hebben gewaarschuwd dat zij een ‘racistisch, denigrerende en koloniale grondslag’ hebben. Maar toch neemt hij al in het tweede hoofdstuk afstand van ‘du snobisme colonial d’une imitation puérile et grotesque jusqu’à la caricature’ van de Franse koloniale bevolking.  Daar ben ik niet voor gekomen, schrijft hij. Hij zoekt het pre-koloniale Tahiti. Langzaam leert hij de taal en gaat hij op in de bevolking.  Hij is bekritiseerd voor zijn ‘huwelijk’ met een jong Tahitiaans meisje, maar toch is dat niet terecht. Eerst ervaart hij de kloof die er is tussen haar ‘âme Ocánienne’ en zijn‘ âme latine, française surtout.’ Maar hij probeert toch in haar wereld door te dringen. Ze is door de Franse priesters tot het Christendom bekeerd, stelt hij vast, maar dat is maar een klein laagje vernis geweest, omdat hij langzamerhand de inheemse goden waarvan zij alle namen kent in haar ziet ontwaken. Het werk dat hij tijdens zijn verblijven produceert dringt diep in de oude sprookjeswereld van dit volk door. Ook de duistere kant ervan treft hij in zijn houtdrukken en olie op papier.

Beschilderde mantel Hawaï begin 19e eeuw

De organisatoren van Oceania gingen de koloniale vraag niet uit de weg. Veel van het Westerse museale bezit is immers door de Engelse captain Cook meegenomen, overigens niet altijd gekaapt, maar ook gekocht. Maar ze lieten ook zien dat Westerse kunstenaars betoverd raakten door het nieuwe kleurgebruik en de abstracte ornamentiek van dit Oceanische volk.  Dat heeft een blijvende stempel op de Westerse canon gedrukt: ‘Dat is veel hoor’, om in de terminologie van Sandra Smets te blijven.

Geraadpleegde literatuur:

Peter Brunt & Nicholas Thomas (red.) Oceania, Londen: Royal Academy Publications 2018

Frances Connelly, The Sleep of Reason, Primitivism in European Art and Aesthetics, Pennsylvania: The Pennsylvania State University Press 1999

Starr Figura e.a., Gauguin Metamorphoses, New York: Museum of Modern Art 2014

Paul Gauguin, Noa Noa, Voyage à Tahiti, Facsimile uitgave Stockholm: Jan Förlag 1947

Roelof van Gelder, Naar het Aards Paradijs, Amsterdam: Balans 2012

Charles Harrison, Francis Frascina & Gill Perry, Primitivism, Cubism, Abstraction, New Haven & Londen: Yale University Press 1993

Matisse et l’Océanie, Le voyage à Tahiti, Musée Matisse, Le Cateau Cambrésis 1998

Ralph Melcher (red), Die Brücke in der Südsee- Exotik der Farbe, Ostfildern-Ruit: Hatje Cantz 2006

Marije Vellekoop, Sjraar van Heugten & Ghanima Kowsolea (red.), Gauguin en Laval op Martinique, Amsterdam/Bussum: Van Gogh museum/Uitgeverij Toth 2018

Geplaatst in Essays, Kunstenaars | Getagged , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Twee toptentoonstellingen in 2018: Gauguin en Laval op Martinique (Van Gogh Museum Amsterdam) en Oceanië (Royal Academy Londen)

Terugblik op de Open Dagen 2018 van de Rijksakademie

De Rijksakademie toonde dit jaar een opmerkelijk generatiebeeld van de kunstenaars-residents. Het gaf veel stof tot nadenken. De eerste conclusie: alle beschouwingen over (post)modernisme en/of wat een kunstvoorwerp nu eigenlijk is sinds Duchamp een urinoir en Warhol een Brillo Box tentoonstelden, kunnen we in de kast zetten.

Installatie Omar Imam: altijd op weg

Lees verder

Geplaatst in Essays | Reacties uitgeschakeld voor Terugblik op de Open Dagen 2018 van de Rijksakademie

Ruf een jaar later

Een jaar geleden schreef ik naar aanleiding van wat inmiddels de affaire Ruf (de toenmalige directeur van het Stedelijk museum in Amsterdam) is gaan heten een blog (http://www.egbertdommering.nl/?p=1001). Ik noemde dat een ‘systeemcrash’ van het slecht functionerende bestuurssysteem van het Stedelijk. We zijn nu een jaar verder en, zoals na een crash gebruikelijk is, zien wij stilstand. Niet alleen bij het Museum, maar ook bij Ruf: Een rehabilitatie heeft niet plaatsgehad. Heden schreef ik daarover in Het Parool een opinie. U treft die hierbij aan. Lees verder

Geplaatst in Essays | Reacties uitgeschakeld voor Ruf een jaar later

Waarom de biënnale in Riga (Letland) deze zomer en herfst misschien toch de beste optie is (nog open tot 28 oktober 2018)

Ik heb drie redenen bedacht waarom dit zo is. 1. Dit is de eerste biënnale in Riga (aangeduid als ‘RIBOCA1’) en daarom een vitaal startpunt. Zij gaat niet gebukt onder versleten intellectuele formules en locaties, zoals Venetië (landenpaviljoens) en de Dokumenta (WO II, koude oorlog), 2. Er is een perfecte match tussen locatie en inhoud. De Manifesta legt altijd een geforceerd verband tussen die twee met tot gevolg dat het meestal alleen locatie is, 3. Het thema van de tentoonstelling is het ‘anthropoceen’ (kort gezegd: het tijdperk van de door de mens beheerste natuur). Omdat er is gekozen voor jongere kunstenaars (in totaal participeren plm. 90 kunstenaars) die midden in dat tijdperk leven (ik noem het maar de ‘generatie van tachtig’ uit het tijdvak 1975-1985) is dit een spannende en vitale confrontatie voor de toeschouwer en niet een door een curator bedachte ‘laatste modethema’. Katharina Gregos tekent voor deze RIBOCA1. In het verleden schoot ze wel eens door in het politieke engagement (zie mijn blog http://www.egbertdommering.nl/?p=156); hier heeft zij een succesvol evenwicht bereikt.

James Beckett, Palace Ruin 2016

Lees verder

Geplaatst in Uncategorized | Reacties uitgeschakeld voor Waarom de biënnale in Riga (Letland) deze zomer en herfst misschien toch de beste optie is (nog open tot 28 oktober 2018)

De schilderijen van de Djaya Brothers nu in het Stedelijk en de schrijfmachine van Mohammed Hatta straks in het Rijks

OP 13 september 2017 introduceerde Beatrix Ruf haar nieuwe concept voor de presentatie van de collectie. Een onderdeel daarvan is ‘Stedelijk turns’: de collectie in actuele en thematische presentaties op de begane grond. Dat is precies datgene wat de Amsterdamse Kunstraad in zijn merkwaardige advies van 11 juni 2018 over het Stedelijk (waarover de volgende keer meer) als een eigen vondst  onder de ‘Het museum als dynamisch geheugen’ voorstelt. Ruf past dus uitstekend in het advies en het wachten is slechts op een beslissing van de Raad van Toezicht van het museum om de schandelijke manier waarop Ruf in oktober 2017 uit het museum is gewerkt recht te zetten (zie daarover mijn opinie in het Parool van 14 juni 2018 (https://www.parool.nl/opinie/-stedelijk-in-gevaar-door-noodlottige-ingrepen-gemeente~a4599864/).

Agoes Djaya Strijd 1944

Lees verder

Geplaatst in Kunstenaars, Recensies | Reacties uitgeschakeld voor De schilderijen van de Djaya Brothers nu in het Stedelijk en de schrijfmachine van Mohammed Hatta straks in het Rijks

De postkoloniale beeldenstorm en de morele auteursrechten van de beeldhouwer Frits van Hall, auteur van het Van Heutzmonument in Amsterdam-Zuid

Op 25 april hield de Leidse hoogleraar Gert Oostindie, directeur van het Koninklijke Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde (KITLV), in het Rijksmuseum de 5e Daendelslezing onder de titel ‘Postkoloniale beeldenstormen’. Deze lezingen worden sinds 2008 georganiseerd door de stichting Daendels, opgericht met geld van een nazaat van Daendels (http://stichtingdaendels.nl). Daendels kennen wij als de generaal uit de Bataafse Republiek, maar vooral ook als de gouverneur die met harde hand de Postweg op Java heeft aangelegd.

Daendels postweg

Lees verder

Geplaatst in Essays | Reacties uitgeschakeld voor De postkoloniale beeldenstorm en de morele auteursrechten van de beeldhouwer Frits van Hall, auteur van het Van Heutzmonument in Amsterdam-Zuid

Fernand Léger in Bozar

In Bozar in Brussel zijn op het ogenblik twee boeiende tentoonstellingen. Eén over de Franse schilder Fernand Léger. Deze tentoonstelling is een samenwerking met het Centre Pompidou in Metz en loopt tot 3 juni van dit jaar. De tweede gaat over wat is gaan heten ‘Het Spaanse Stilleven’. Het is in Europa de eerste grote tentoonstelling over dit onderwerp sinds die in de National Gallery in Londen in 1995. Zij loopt tot 27 mei. Ik zal nu eerst over Léger schrijven, later een stuk over die adembenemende ‘Spaanse stillevens’.

Léger Decor La Création du Monde

Lees verder

Geplaatst in Essays, Kunstenaars | Reacties uitgeschakeld voor Fernand Léger in Bozar

De Borgmann collectie in het Stedelijk Museum in Amsterdam

Onder de titel ‘Jump into the Future’ is tot 4 maart in dertig zalen te zien de gehele donatie (De Rijke en De Rooij, Cosima von Bonin, Zobernig e.a.)/lening (Isa Genzken, Martin Kippenberger)/aankoop (o.a. Matt Mullican) bestaande uit 217 werken (647 objecten) van de Duitse galeriehouder/verzamelaar Thomas Borgmann (Hamburg 1942).

Cosima von Bohin

Lees verder

Geplaatst in Essays, Recensies | Reacties uitgeschakeld voor De Borgmann collectie in het Stedelijk Museum in Amsterdam

De Hongaarse kunstenaar Tamás Kaszás in de Appel in Amsterdam

Het werk van Kaszás (1976) is met een begeleidend programma tot 31 maart in Amsterdam in de Appel en -in samenwerking-  bij Netwerk Aalst in Aalst in België te zien. Het is een ‘ouderwetse’ Appel tentoonstelling met veel energie die veel stof tot nadenken geeft. Kaszás is al vroeg geïnteresseerd geraakt in wat er aan anarchistische bewegingen in Hongarije bestond. Als beeldtaal gebruikt hij symboliek ontleend aan de politieke propagandakunst uit de begintijd van de Russische revolutie (Agitprop).

Agitprop affiche

Lees verder

Geplaatst in Kunstenaars | Reacties uitgeschakeld voor De Hongaarse kunstenaar Tamás Kaszás in de Appel in Amsterdam