Ruf een jaar later

Een jaar geleden schreef ik naar aanleiding van wat inmiddels de affaire Ruf (de toenmalige directeur van het Stedelijk museum in Amsterdam) is gaan heten een blog (http://www.egbertdommering.nl/?p=1001). Ik noemde dat een ‘systeemcrash’ van het slecht functionerende bestuurssysteem van het Stedelijk. We zijn nu een jaar verder en, zoals na een crash gebruikelijk is, zien wij stilstand. Niet alleen bij het Museum, maar ook bij Ruf: Een rehabilitatie heeft niet plaatsgehad. Heden schreef ik daarover in Het Parool een opinie. U treft die hierbij aan. Lees verder

Geplaatst in Essays | Reacties uitgeschakeld voor Ruf een jaar later

Waarom de biënnale in Riga (Letland) deze zomer en herfst misschien toch de beste optie is (nog open tot 28 oktober 2018)

Ik heb drie redenen bedacht waarom dit zo is. 1. Dit is de eerste biënnale in Riga (aangeduid als ‘RIBOCA1’) en daarom een vitaal startpunt. Zij gaat niet gebukt onder versleten intellectuele formules en locaties, zoals Venetië (landenpaviljoens) en de Dokumenta (WO II, koude oorlog), 2. Er is een perfecte match tussen locatie en inhoud. De Manifesta legt altijd een geforceerd verband tussen die twee met tot gevolg dat het meestal alleen locatie is, 3. Het thema van de tentoonstelling is het ‘anthropoceen’ (kort gezegd: het tijdperk van de door de mens beheerste natuur). Omdat er is gekozen voor jongere kunstenaars (in totaal participeren plm. 90 kunstenaars) die midden in dat tijdperk leven (ik noem het maar de ‘generatie van tachtig’ uit het tijdvak 1975-1985) is dit een spannende en vitale confrontatie voor de toeschouwer en niet een door een curator bedachte ‘laatste modethema’. Katharina Gregos tekent voor deze RIBOCA1. In het verleden schoot ze wel eens door in het politieke engagement (zie mijn blog http://www.egbertdommering.nl/?p=156); hier heeft zij een succesvol evenwicht bereikt.

James Beckett, Palace Ruin 2016

Lees verder

Geplaatst in Uncategorized | Reacties uitgeschakeld voor Waarom de biënnale in Riga (Letland) deze zomer en herfst misschien toch de beste optie is (nog open tot 28 oktober 2018)

De schilderijen van de Djaya Brothers nu in het Stedelijk en de schrijfmachine van Mohammed Hatta straks in het Rijks

OP 13 september 2017 introduceerde Beatrix Ruf haar nieuwe concept voor de presentatie van de collectie. Een onderdeel daarvan is ‘Stedelijk turns’: de collectie in actuele en thematische presentaties op de begane grond. Dat is precies datgene wat de Amsterdamse Kunstraad in zijn merkwaardige advies van 11 juni 2018 over het Stedelijk (waarover de volgende keer meer) als een eigen vondst  onder de ‘Het museum als dynamisch geheugen’ voorstelt. Ruf past dus uitstekend in het advies en het wachten is slechts op een beslissing van de Raad van Toezicht van het museum om de schandelijke manier waarop Ruf in oktober 2017 uit het museum is gewerkt recht te zetten (zie daarover mijn opinie in het Parool van 14 juni 2018 (https://www.parool.nl/opinie/-stedelijk-in-gevaar-door-noodlottige-ingrepen-gemeente~a4599864/).

Agoes Djaya Strijd 1944

Lees verder

Geplaatst in Kunstenaars, Recensies | Reacties uitgeschakeld voor De schilderijen van de Djaya Brothers nu in het Stedelijk en de schrijfmachine van Mohammed Hatta straks in het Rijks

De postkoloniale beeldenstorm en de morele auteursrechten van de beeldhouwer Frits van Hall, auteur van het Van Heutzmonument in Amsterdam-Zuid

Op 25 april hield de Leidse hoogleraar Gert Oostindie, directeur van het Koninklijke Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde (KITLV), in het Rijksmuseum de 5e Daendelslezing onder de titel ‘Postkoloniale beeldenstormen’. Deze lezingen worden sinds 2008 georganiseerd door de stichting Daendels, opgericht met geld van een nazaat van Daendels (http://stichtingdaendels.nl). Daendels kennen wij als de generaal uit de Bataafse Republiek, maar vooral ook als de gouverneur die met harde hand de Postweg op Java heeft aangelegd.

Daendels postweg

Lees verder

Geplaatst in Essays | Reacties uitgeschakeld voor De postkoloniale beeldenstorm en de morele auteursrechten van de beeldhouwer Frits van Hall, auteur van het Van Heutzmonument in Amsterdam-Zuid

Fernand Léger in Bozar

In Bozar in Brussel zijn op het ogenblik twee boeiende tentoonstellingen. Eén over de Franse schilder Fernand Léger. Deze tentoonstelling is een samenwerking met het Centre Pompidou in Metz en loopt tot 3 juni van dit jaar. De tweede gaat over wat is gaan heten ‘Het Spaanse Stilleven’. Het is in Europa de eerste grote tentoonstelling over dit onderwerp sinds die in de National Gallery in Londen in 1995. Zij loopt tot 27 mei. Ik zal nu eerst over Léger schrijven, later een stuk over die adembenemende ‘Spaanse stillevens’.

Léger Decor La Création du Monde

Lees verder

Geplaatst in Essays, Kunstenaars | Reacties uitgeschakeld voor Fernand Léger in Bozar

De Borgmann collectie in het Stedelijk Museum in Amsterdam

Onder de titel ‘Jump into the Future’ is tot 4 maart in dertig zalen te zien de gehele donatie (De Rijke en De Rooij, Cosima von Bonin, Zobernig e.a.)/lening (Isa Genzken, Martin Kippenberger)/aankoop (o.a. Matt Mullican) bestaande uit 217 werken (647 objecten) van de Duitse galeriehouder/verzamelaar Thomas Borgmann (Hamburg 1942).

Cosima von Bohin

Lees verder

Geplaatst in Essays, Recensies | Reacties uitgeschakeld voor De Borgmann collectie in het Stedelijk Museum in Amsterdam

De Hongaarse kunstenaar Tamás Kaszás in de Appel in Amsterdam

Het werk van Kaszás (1976) is met een begeleidend programma tot 31 maart in Amsterdam in de Appel en -in samenwerking-  bij Netwerk Aalst in Aalst in België te zien. Het is een ‘ouderwetse’ Appel tentoonstelling met veel energie die veel stof tot nadenken geeft. Kaszás is al vroeg geïnteresseerd geraakt in wat er aan anarchistische bewegingen in Hongarije bestond. Als beeldtaal gebruikt hij symboliek ontleend aan de politieke propagandakunst uit de begintijd van de Russische revolutie (Agitprop).

Agitprop affiche

Lees verder

Geplaatst in Kunstenaars | Reacties uitgeschakeld voor De Hongaarse kunstenaar Tamás Kaszás in de Appel in Amsterdam

Nieuwe collectiepresentaties in Boijmans, Van Abbe, De Pont en het Stedelijk

Het samenstellen en presenteren van een vaste openbare collectie van beeldende kunst is een van de moeilijkste dingen die er is. De samenstelling van de collectie berust op subjectieve momenten in het verleden (de smaak van de opeenvolgende directeuren van het museum, het toeval van de schenking, de gelegenheid van de verwerving), het museum is in een andere tijd neergezet zodat het dikwijls niet voldoet aan de huidige behoeften, de tijd en de kennis en verwachtingen van het publiek veranderen. Dus doen alle directeuren van musea hun best om telkens ‘een nieuw licht’ op de verzameling te werpen. In Nederland is dat dit najaar gebeurd in de musea Boijmans in Roterdam, Van Abbe in Eindhoven, De Pont in Tilburg en het Stedelijk in Amsterdam. Welk criterium moet je voor de beoordeling aanleggen? Misschien wel het ‘nieuw licht’ criterium nader ingevuld als: heb je een bekend werk weer als nieuw en verrassend gezien? Volgens dat criterium vallen  Van Abbe en het Stedelijk om verschillende redenen af. Maar laten we eerst naar de geslaagde voorbeelden kijken.

Van Meegeren Boijmans (op de achtergrond Charley Toorop)

 

In museum Boijmans is de samensteller Carel Blotkamp van de presentatie ‘De collectie als tijdmachine’ erin geslaagd het ingeslapen en aan renovatie toe zijnde oude gebouw tot leven te brengen door bijzondere kleurstellingen van de muren (adviezen van Peter Struycken) en belichting. De keuze voor tijdblokken met daarbinnen het opnemen van

Kees Timmer

minder bekende goden, zoals Karel Timmer, of apocriefe zoals de Vermeervervalsing (zie afbeelding hierboven), de Emmaüsgangers door Van Meegeren leiden tot schokken van herkenning en verrassing. Waarom hebben de Vermeerkenners destijds niet gezien dat dit schilderij helemaal in de stijl van de jaren dertig was geschilderd die we er nu naast zien hangen? En waarom was Kees Timmer naar de kelder verdwenen?

Tijdgenoten Schumacher en Mondriaan naast elkaar

Maar ook de bekende werken zijn in combinaties opgehangen of geplaatst zodat je er opnieuw naar kijkt. Dat de tijdsblokken niet strikt chronologisch achter elkaar worden gepresenteerd opent doorkijkjes met ‘nieuw licht’ en laat ook zien dat de collectie van de 15e tot de 21ste eeuw sterk is. Een dergelijke brede collectie kan geen enkel museum ter wereld laten zien.

Het museum De Pont is een particulier museum dat 25 jaar bestaat en in de jubileumtentoonstelling WeerZien de werken in de collectie confronteert met andere werken van de aangekochte kunstenaars. Het bijzondere van de collectie van het museum is dat het in de vijfentwintig jaar door één directeur (Hendrik Driessen) met een goed oog maar ook eigen voorkeur is samengesteld. Daardoor heeft het in het museum niet alle, maar wel bij elkaar passende kunstenaars in deze periode, met een aantal heel belangrijke topstukken verzameld, vaak eerder en van betere kwaliteit aangekocht dan in de openbare musea in Nederland (bijvoorbeeld Jeff Wall, Bill Viola,  Christiaan Boltanski, Sigmar Polke, Richard Long, Marlene Dumas, David Claerboudt). Zo verzamelt het museum ook de Engelse kunstenares Tacita Dean (1965), die de magie van de celluloid film gebruikt om tijdsbeleving en herinnering onder het ratelende geluid van de projector in de hersens van de toeschouwer op te wekken. Op de tentoonstelling wordt de film Michael Hamburger uit 2007 gedraaid die is gebaseerd op hoofdstuk VII van De Ringen van Saturnus (1995) van de Duits-Engelse schrijver W.G. Sebald. Sebald is verwant aan Tacita, die dikwijls aan

Tacita Dean Michael Hamburger

diens werk refereert of zich er zelfs rechtstreeks op baseert zoals in deze film. In dit boek maakt de schrijver lange voettochten ‘als een reizende gezel uit een voorbije eeuw’ door het oude en geteisterde landschap in de Engelse provincie Suffolk (‘Deze treurige streek is niet alleen nauw verbonden met de bodemgesteldheid en de invloeden van het oceaanklimaat, maar nog veel sterker met de duizenden jaren voortschrijdende terugdringing van dichte bossen die zich na de laatste ijstijd over het gehele gebied van de Britse eilanden hadden uitgebreid’). Zo belandt hij ook bij een vervallen cottage van de net als Sebald in WOII uit Duitsland gevluchte schrijver Michael Hamburger. Het is een geheimzinnig huis met verlaten schrijftafels vol papieren. De passage die de aanleiding is voor de film luidt: ‘En toen ik naar binnen keek in de provisiekamer, die op mij een bijzondere aantrekkingskracht uitoefende en zag hoe er op grotendeels lege stellages een paar gevulde weckpotten stonden te schemeren en hoe op de plank voor het door een taxus verduisterde raam enkele tientallen kleine roodgouden appeltjes lagen te glimmen, ja, te stralen als de appels in de bijbelse gelijkenis (…)’. De camera in de film loopt door het huis langs de schrijftafels tot in de proviandkamer die vol blijkt te liggen met alle mogelijke soorten appeltjes waarover Michael met oude stem lange historische verhandelingen begint te houden. Het trage beeld van de film blijft je bezighouden. Het bezoek aan de tentoonstelling zet allerlei processen in werking waaronder het teruglezen van het boek van Sebald.

In het Van Abbe museum gaat het niet om de werken in de collectie, maar om de verhandelingen van de curatoren over de collectie. De tentoonstelling heet de ‘Making of Modern Art’. Je ziet door alle opgezette theoretische bomen het bos niet meer. Alles is ingekaderd in stromingen en gezichtspunten, revolutie, kolonialisme en kapitalisme, over het algemeen van marxistische tint. Daar overheen

Van Abbe tentoonstellingsinstallatie

wordt de verhouding tussen kopie en origineel van het kunstwerk, de status van het museum, de hang naar utopie of abstractie aan de orde gesteld. Bij iedere zaalpresentatie krijg je er dus veel ‘bij’, maar nooit het werk op zichzelf. Als je het museum verlaat kom je buiten op adem van een maalstroom van gezichtspunten, zonder dat je een duidelijk beeld kunt presenteren wat je voor kunstwerken hebt gezien.

Bij het Stedelijk hebben we voornamelijk met een architectonisch probleem te maken. De nieuwe aanbouw aan de oudbouw had lange tijd het effect op de bezoeker dat hij ‘tegen een muur’ opliep. Dat is kort geleden verholpen door de toegang meer open te maken. Bleef het andere probleem van de grote donkere doos onder de grond, die slecht was belicht vanuit een te hoog plafond en moeilijk en te duur in de inrichting met telkens nieuw formaat tussenschotten.

Stedelijk base van Koolhaas

In de nieuwe presentatie is nu het grootste deel van de topstukken uit de collectie daar ondergebracht. De belichting is verbeterd door de verlaging van het plafond, maar het probleem van een grote ruimte met schotten is gebleven. De oplossing met stalen tussenschotten die de architect Koolhaas daarvoor heeft bedacht is vooral een architectonische vondst en heeft met de collectie niet zoveel te maken. Het labyrintachtige van die oplossing ziet er leuk uit met doorkijkjes en pleintjes, maar is een ensemble-oplossing waarin individuele werken verdwijnen. Wie goed kijkt ziet bovendien dat de presentatie van de collectie eigenlijk heel traditioneel is, teruggrijpt op het lineaire modernistische model van de eerste directeur Alfred Barr van het MoMa in New York. Eigenlijk is het een ouderwets plaatjesboek moderne kunst zoals er in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw veel van waren.

Het schema van Alfred Barr

Misschien is de presentatie aantrekkelijk voor toeristen en schoolkinderen, maar iets nieuws over werken in de collectie valt er niet te ontdekken. In de toekomst zou je dit plaatjesboek kunnen vernieuwen door er een virtuele rondgang op groot scherm van te maken, zoals nu langzamerhand school begint te maken. Dan kun je volstaan met telkens een paar werken in contrasterende confrontatie ‘echt’ te laten zien in plaats van dit openbare labyrintisch depot van alle werken.

Kremer virtueel museum voor 17e eeuwse Nederlandse schilderkunst

Wat opvalt is dat eigenlijk alleen De Pont een volwaardige plaats inruimt voor ‘videokunst’ en daarvoor ook belangrijke architectonische ingrepen in het gebouw heeft uitgevoerd: er zijn volwaardige projectieruimten en de presentatie van stilstaand en bewegend beeld is geïntegreerd.

Geplaatst in Uncategorized | Reacties uitgeschakeld voor Nieuwe collectiepresentaties in Boijmans, Van Abbe, De Pont en het Stedelijk

Indonesische beeldende kunst 1835-nu in Bozar Brussel

In het kader van de Europalia worden in Bozar tot 21 januari 2018 twee tentoonstellingen gehouden over Indonesië. De eerste, ‘Ancestors and Rituals’, toont unieke stukken uit de Archipel over voorouderverering, de tweede, ‘Powers and Rituals’ vertelt het hele verhaal van de Indonesische beeldende kunst vanaf de 19e eeuwse Nederlandse kolonie tot heden. Na al het geneuzel over post- kolonialisme is de open visie van deze tentoonstelling een verademing. Zij maakt in een klap duidelijk hoe volkomen vast het denken in Nederland over – en kijken naar de voormalige kolonie zit. De tentoonstelling heet ‘Power and other things’, een uitdrukking die ontleend is aan de kortste onafhankelijkheidsverklaring die er in de wereld ooit is afgelegd. Het is de door Soekarno na de bom op Hiroshima, op 17 augustus 1945 in een achtertuin in het toen nog Batavia geheten Jakarta in de aanwezigheid van een handvol mensen uitgesproken verklaring, bestaande uit twee zinnen: ‘We the people of Indonesia hereby declare the independence of Indonesia. Matters that concern the transfer of power and other things will be executed by careful means and in the shortest possible time.’ Deze verklaring zit de Nederlandse politiek nog steeds als een visgraat in de keel want tot op de dag van vandaag wordt zij, de nationale feestdag in Indonesië, niet erkend. Koningin Beatrix bestond het om bij het vijftigjarige jubileum in 1995 een week na de viering van dit jubileum een staatsbezoek aan Indonesië af te leggen. Het is evenzeer veelzeggend dat de Nederlandse dagbladpers tot op heden met geen woord heeft gerept over deze op 17 oktober op twee en een half uur reizen vanuit Nederland geopende tentoonstelling.

Raden Saleh De arrestatie van Dipo Negoro 1835

Lees verder

Geplaatst in Essays, Recensies | Reacties uitgeschakeld voor Indonesische beeldende kunst 1835-nu in Bozar Brussel

De affaire Beatrix Ruf

Het terugtreden van Beatrix Ruf als directeur van het Stedelijk Museum in Amsterdam kan gezien worden als een crash die uit een stuurloos systeem voortvloeit. De stuurloze positie en het gebrek aan besluitkracht van de Raad van Toezicht van het museum bij dit terugtreden is daar onderdeel van. Die heeft namelijk maximale (deels vermijdbare) schade aan de internationale reputatie en de toekomstige exploitatie van het museum toegebracht. Welk systeem is er precies gecrasht? Het systeem van ‘privatisering’ van musea. In plaats van ‘privatisering’ zou je dit beter de-legitimering en uitkleding van het Nederlandse cultuurbeleid ten aanzien van musea kunnen noemen.

Nieuwe toegang Stedelijk okt. 2017

Lees verder

Geplaatst in Essays | Reacties uitgeschakeld voor De affaire Beatrix Ruf