Indonesische beeldende kunst 1835-nu in Bozar Brussel

In het kader van de Europalia worden in Bozar tot 21 januari 2018 twee tentoonstellingen gehouden over Indonesië. De eerste, ‘Ancestors and Rituals’, toont unieke stukken uit de Archipel over voorouderverering, de tweede, ‘Powers and Rituals’ vertelt het hele verhaal van de Indonesische beeldende kunst vanaf de 19e eeuwse Nederlandse kolonie tot heden. Na al het geneuzel over post- kolonialisme is de open visie van deze tentoonstelling een verademing. Zij maakt in een klap duidelijk hoe volkomen vast het denken in Nederland over – en kijken naar de voormalige kolonie zit. De tentoonstelling heet ‘Power and other things’, een uitdrukking die ontleend is aan de kortste onafhankelijkheidsverklaring die er in de wereld ooit is afgelegd. Het is de door Soekarno na de bom op Hiroshima, op 17 augustus 1945 in een achtertuin in het toen nog Batavia geheten Jakarta in de aanwezigheid van een handvol mensen uitgesproken verklaring, bestaande uit twee zinnen: ‘We the people of Indonesia hereby declare the independence of Indonesia. Matters that concern the transfer of power and other things will be executed by careful means and in the shortest possible time.’ Deze verklaring zit de Nederlandse politiek nog steeds als een visgraat in de keel want tot op de dag van vandaag wordt zij, de nationale feestdag in Indonesië, niet erkend. Koningin Beatrix bestond het om bij het vijftigjarige jubileum in 1995 een week na de viering van dit jubileum een staatsbezoek aan Indonesië af te leggen. Het is evenzeer veelzeggend dat de Nederlandse dagbladpers tot op heden met geen woord heeft gerept over deze op 17 oktober op twee en een half uur reizen vanuit Nederland geopende tentoonstelling.

Raden Saleh De arrestatie van Dipo Negoro 1835

Lees verder

Geplaatst in Essays, Recensies | Reacties uitgeschakeld voor Indonesische beeldende kunst 1835-nu in Bozar Brussel

De affaire Beatrix Ruf

Het terugtreden van Beatrix Ruf als directeur van het Stedelijk Museum in Amsterdam kan gezien worden als een crash die uit een stuurloos systeem voortvloeit. De stuurloze positie en het gebrek aan besluitkracht van de Raad van Toezicht van het museum bij dit terugtreden is daar onderdeel van. Die heeft namelijk maximale (deels vermijdbare) schade aan de internationale reputatie en de toekomstige exploitatie van het museum toegebracht. Welk systeem is er precies gecrasht? Het systeem van ‘privatisering’ van musea. In plaats van ‘privatisering’ zou je dit beter de-legitimering en uitkleding van het Nederlandse cultuurbeleid ten aanzien van musea kunnen noemen.

Nieuwe toegang Stedelijk okt. 2017

Lees verder

Geplaatst in Essays | Reacties uitgeschakeld voor De affaire Beatrix Ruf

Documenta 14 (nog tot 17 september 2017)

Vijf jaar geleden begon ik met deze blog naar aanleiding van Documenta 13 in 2012, die naar mijn mening in de Nederlandse pers ten onrechte was afgebrand (http://www.egbertdommering.nl/?p=104). Met Documenta 14 van de Poolse curator Adam Szymczyk dit jaar is het niet beter afgelopen, zij het dat de verontwaardiging in de kritiek nu wereldwijd was. De kunstcriticus van Die Zeit (14 juni 2017, nr 25, p. 49), Hanno Rautenberg, zegt terecht dat de Documenta eigenlijk een masochistisch intituut is waar de kapitalistische democratie veel geld voor uittrekt om te laten zien hoe ondemocratische, racistisch en post-koloniaal het Westen wel is. Szymczyk wil eigenlijk, zo stelt hij, de Documenta afschaffen, en voegt hij er aan toe, daar is hij goed in geslaagd. De Documenta laat namelijk geen kunst meer zien maar een standpunt over de Europese beschaving. (In het beeldende Duits van Rautenberg: ‘Die gutbürgerliche Documenta sollte entwurtzelt, ins wahre Leben gestossen und damit dem liebenden Klammergriff des Systems entwunden worden.’). Dat al deze instituties hun tijd hebben gehad, toont bedoeld of onbedoeld ook de Biënnale van Venetië van dit jaar aan, omdat de curator van de hoofdvoorstellingen daar een soortgelijk ‘ontkunstingsproces’ uitvoert als Szymczyck (http://www.egbertdommering.nl/?p=943).

Marshallplan affiches

Lees verder

Geplaatst in Recensies | Reacties uitgeschakeld voor Documenta 14 (nog tot 17 september 2017)

De postkoloniale culturele erfenis

In dit en volgende blogs zal ik ingaan op de discussie over de nieuwe rol van musea bij het verzamelen, tonen en uitleggen van kunst. In deze aflevering gaat het over de postkoloniale erfenis die een belangrijk bestanddeel vormt van Europese musea.

Er is in Nederland een nieuwe discussie ontstaan over het noodzakelijke historische onderzoek naar de militaire acties in Nederlands-Indië tijdens het moeizame dekolonisatie proces (beter bekend als de ‘politionele acties’). We moeten nu in detail weten hoe vuil en hoe ‘structureel’ gewelddadig die guerrilla oorlog in 1945-1949 (want dat was het) precies is geweest. Het kabinet heeft er in december 2016 extra geld voor uitgetrokken. Het is te laat en te beperkt en we hebben in Nederland nog steeds niet de begindatum van de huidige republiek Indonesia (17 augustus 1945) erkend. Interessanter is de afwikkeling van de postkoloniale culturele erfenis. De Nederlandse musea staan nog steeds vol met belangrijke stukken die in de koloniale periode vanuit Indië hier naartoe zijn gekomen. En dat is in Frankrijk, Duitsland en het VK ook het geval met stukken van de koloniën van die landen. Hoe moeten we daar mee omgaan? Dit jaar is daar een interessante studie van Jos van Beurden, Treasures in Trusted Hands over verschenen, die hierna aan bod zal komen.

Ganesha uit Singasari tempelcomplex Indonesië in Leids museum

Lees verder

Geplaatst in Essays, Recensies | Reacties uitgeschakeld voor De postkoloniale culturele erfenis

De Biënnale van Venetië van 2017

Zoals gewoonlijk moet deze Venetië Biënnale het niet hebben van het concept van de hoofdtentoonstellingen in de Giardini en het Arsenale. Dat was bij de laatste twee ook al zo (zie mijn verslagen van 2013 en 2015 (http://www.egbertdommering.nl/?p=396 en http://www.egbertdommering.nl/?p=748) maar eigenlijk is dat altijd het geval. Christine Macel (curator van het briljante Franse paviljoen 2013 met Anri Sala, zie mijn verslag van 2013) van het Centre Pompidou die deze 57ste aflevering maakte heeft er vage concepten als ‘traditie’, ‘gemeenschap’, ‘aarde’, ‘feminisme’, ‘oneindigheid’ en ‘kleur’ overheen gelegd. Ook ‘dionysisch’ is terug van weggeweest. De vaak onbekende kunstenaars produceren braaf binnen deze thema’s werken die ook wel in antropologische musea getoond hadden kunnen worden. Toch is er op en rond deze Biënnale veel interessants te zien. Ik beperk mij tot hoogtepunten, goed voor een bezoek van drie dagen. Follow me.

Pontormo in het Palazzo Cini in Venetië

In de Giardini doet de bezoeker er goed aan meteen bij binnenkomst in de ochtend naar het Finse paviljoen te gaan. Dit  door de beroemde Finse architect Alvar Aalto ontworpen houten gebouwtje pleegt gedurende de dag nogal heet te worden en de getoonde installatie van de in Amsterdam werkzame Nathaniel Mellors (UK 1974) en Erkka Nissinen (Fl 1975) die elkaar van de Rijksakademie kennen trekt veel belangstelling van lang zittend en staand publiek dat zich maar moeilijk kan losmaken van de een uur durende, op verschillende wanden geprojecteerde absurde vertelling (‘The Aalto Natives’). Het vertelt in vier delen de geschiedenis van Finland van zero tot  in de toekomst en weer terug. De hand van beide kunstenaars die elkaar goed aanvullen, is goed zichtbaar (Nissinen: half getekende verhalen in dystopische omgevingen die vergezeld gaan van zijn in sonoor

Geb uit de Aalto natives in het Finse paviljoen

Engels met Fins accent voort dreunende toelichtingen; Mellors: absurde koppen en poppen met hoge of heel lage stemmen; de hoofden van beide kunstenaars ontbreken niet in de film). De installatie die het centrale punt vormt wordt door de kunstenaars als volgt omschreven: ‘TWO SUPER-ADVANCED TERRAFORMING ALIENS are standing on the bridge of THE AALTO. These are GEB (egg shaped) and his son ATUM (box-shaped, an ongoing disappointment to his father). They are standing next to banks of CONTROL-PANELS and a large VIDEO MONITOR upon which they can see the waves of the Ocean below.’ Het ei en de vierkante doos schudden en hebben pratende monden en rollende ogen; zij keren in de video, waarvan drie gefragmenteerd geprojecteerd en één in zijn geheel op vier wanden terug. Deze fraaie en perfect werkende installatie is gebouwd op de Rijksakademie. Een dergelijk gezelschap zou eens de geschiedenis van Holland in het Nederlandse paviljoen moeten vertellen.

Vanuit het Finse paviljoen zijn het Amerikaanse en Franse goed te bereiken. In het Amerikaanse is de in Europa weinig getoonde Mark Bradford te zien. In de VS vertegenwoordigd door Hauser & Wirth, dus daar worden al flinke prijzen voor deze  zwarte Amerikaan (LA 1961) betaald. De tentoonstelling met de veelzeggende titel ‘Tomorrow is another Day’, toont de gemarginaliseerde positie van veel zwarten in de VS.

Mark Bradford

De spanning van het bestaan in een achtergebleven wijk is voelbaar in de grote bijna abstracte doeken die agressie en bederf uitstralen of een sculptuur van afval, maar het meest nog in de video Niagara 2005, gebaseerd op de gelijknamige technicolor film met Marlyn Monroe uit 1953 waarin ze op de rug gezien een wandeling maakt waarbij zij nauwelijks vooruit lijkt te komen (terug te zien op https://www.youtube.com/watch?v=70KVvC4LzFU). In de 2005 versie zien we een zwarte jongen vertraagd voor ons uit

lopen. Het lijkt of hij stilstaat: morgen is er weer een dag. Het Franse paviljoen is net als in 2013 aan de muziek gewijd. De Merzbau  van Kurt Schwitters (het origineel is te zien in

Merzbau in het Franse paviljoen

het museum in Hannover) is vernuftig nagebouwd en er zijn voortdurend muziek performances van allerlei aard. De (geslaagde) opzet is om de ruimtelijke constructie van Schwitters op deze manier muzikaal vorm te geven Over de brug op het eiland hebben het Roemeense, Poolse (Sharon Lockhart) en Oostenrijkse (Erwin Wurm) paviljoen goede presentaties van individuele kunstenaars. Dat is ook het geval in het Spaanse en Belgische paviljoen. Het Spaanse bevat een wervelende presentatie ‘Unete. Join us!’ van Jordi Colomer (Barcelona 1961). Het lijkt wel alsof je over de pleinen van een havenstad dwaalt waar tribunes staan opgesteld waarop je naar alle sociaal-artistieke gebeurtenissen om je heen (geprojecteerd op de muren) kunt kijken, terwijl er een zeewindje door je haren strijkt. De in betekenis met elkaar verbonden scènes zijn gefilmd in de straten van Nashville, Athene en Barcelona. Anders dan in het Nederlandse paviljoen, pakt de energie de toeschouwer meteen. In het Belgisch paviljoen zien we iets heel anders: de donkere fotomontages van Dirk Braeckman ergens tussen een duister 19e eeuws Belgisch

Jordi Colomer

trappenhuis en de mistige kusten van Oostende in.

In het Arsenale viel de zaal met de presentaties van Anri Sala (Albanië 1974) en Gabriel Orozco (Mexico 1962) op, ook door de niet-Europese kunstenaars die er te zien waren.

Hao Liang (China) in het Arsenale in de zaal van Sala

Verderop in het Arsenale komen de landenpresentaties, waarbij het Zuid-Afrikaanse (Mohau Modisakeng, Soweto 1986, en Candice Breitz, Johannesburg 1972)  en het Mexicaanse (Carlos Amorales, Mexico 1970) in het bijgebouw en Chili, Kosovo, Georgië en Nieuw-Zeeland in het hoofdgebouw eruit sprongen. Het Zuid-Afrikaanse paviljoen over slavernij en vluchtelingschap heeft veel aandacht gehad in de Nederlandse Pers, Carlos Amorales niet, terwijl hij toch een van de mooiste werken toont die ik van hem heb gezien. De film ‘Life in the folds’ laat een lynchpartij van een immigrantenfamilie zien zoals die in de vroege VS met zwarten plaatsvonden. Het is een poppenspel dat lijkt op figuren uit het Duitse expressionisme (met name Feininger). Er is fluitmuziek bij met stenen Indianenfluitjes zoals je die in allerlei varianten in Zuid-Amerika kunt vinden.

Carlos Amorales in het Mexicaanse paviljoen

Op de tafels in de ruimte zijn er tientallen neergelegd als onderdeel van de installatie. De kunstenaars in de in het hoofdgebouw genoemde paviljoens zijn nog niet zo bekend. Sislej Xhava (Joegoslavië 1970) die de republiek Kosovo representeert heeft niet veel woorden nodig om de ellende op de Balkan en in de Middellandse Zee met vluchtelingen uit te leggen. Hij bouwt een verlaten huisje van wrakhout met een niet functionerende bakeliete telefoon op de vensterbank en het opschrift onder het dak: ‘Lost and Found’.

Het paviljoen van Kosovo

Daartegenover staat een grote houten datsja uit Georgië te lekken (Vajiko Chachkhiani, Georgië  1985) . Het land heeft duidelijk hulp van Poetin nodig. De grote verrassing in het Nieuw-Zeelandse paviljoen helemaal aan het eind is het filmische panorama ‘Emmissaries’ van Lisa Reihana (Auckland 1964). Het is een echte ‘rolprent’, gebaseerd op een beroemd behang van de Franse schilder Charvet (‘Les sauvages de la Mer Pacifique 1804-1805’, ook bekend

Behang van Charvet

als ‘Cooke’s voyages’) dat de koloniale wereld in de Pacific van het begin van de 19e eeuw verbeeldt. Dit behang was met name in de VS populair in de Georgian huizen in de vroege federale periode. Daarin projecteert ze met gespeelde scènes van acteurs de exploraties van beroemde ontdekkers in het gebied en tenslotte ook de moord op Cooke in Hawaï. Langzaam rolt dit verhaal van historisch-koloniale interventies langs de toeschouwer, zoals Kentridge dat vorig jaar met een getekende rolprent in het Eye Institute in Amsterdam heeft gedaan.

Lisa Reihana

In de stad trekken de dicht bij elkaar gelegen (Campo S. Stefano) paviljoens van Cuba en Irak de aandacht. De Cubaanse presentatie is ondergebracht in het fraaie palazzo Loredan waar de Venetiaanse Academie van Wetenschappen is gevestigd. Het bevat een oude bibliotheek en een hal vol borstbeelden van geleerden en kunstenaars uit de Veneto. Ieder werk dat in deze historische setting wordt getoond legt een schrijnende situatie in Cuba

Cubaans internet

bloot zonder pathetisch te worden. Je moet misschien in Cuba met de censuur op internet zijn geconfronteerd om de grote schoonheid van het bamboe schermpje met de titel ‘Cubaans internet’ te kunnen appreciëren. Maar voor de mini-altaartjes op rij waarin de zwarte jongen in vervoering opkijkt naar Maria voor de redding van zijn ziel is dat niet nodig. Of is het niet bekend dat Castro en zijn mannen blank waren en dat het katholieke geloof is gebruikt om de bevolking een waanvoorstelling over de revolutie voor te schotelen? Irak was de afgelopen jaren

sterk vertegenwoordigd (zie mijn twee vorige verslagen). Nu maakt het in een archiefruimte de balans op van de archeologische vernietigingen die er in de afgelopen jaren hebben plaatsgevonden. Een Amerikaans nieuwsfilmpje uit de jaren vijftig verstopt in een archieflaadje maakt duidelijk dat de Amerikanen zijn begonnen met de opgravingen van een cultuur die zij mede door de interventies van Bush’s heilige oorlog in de afgelopen jaren hebben helpen vernietigen.

Voor wie tijd heeft is het weer eens bezoeken van de San Giorgio van de renaissance-architect Palladio de moeite waard omdat de Italiaanse Michelangelo Pistoletto (Biella

Pistoletto in de San Gorgio

1933) een atrium van spiegels in deze kerk heeft gemaakt waarin de prachtige maatvoering ervan wordt weerspiegeld. Een ander uitstapje gaat naar het Zattere, goed te combineren met een lunch op een van de terrassen aan de kade, is de in een Oriëntaals Paleis ingerichte interessante tentoonstelling in het op een vorige biënnale gestichte Antarctic Pavillion (een Anartica biënnale binnen de Venetiaanse)  van een groot aantal kunstenaars (o.a. de Frans-Marokkaanse Yto Barrada).

En dan moet het belangrijkste nog komen! Nee, niet Damien Hirst, maar de tentoonstelling ‘Philip Guston and the Poets’ in de Academia en ‘The Boat is leaking. The Captain lied.’ in de Fondazione Prada. De eerste tentoonstelling legt de klassiek Italiaanse wortels van de schilder, die in 1948 een tijd in

Zo zag Guston  Piero della Francesca

Rome werkte, bloot (Giovanni Bellini en vooral Piero della Francesca waarover hij ooit een essay over de onmogelijkheid van het schilderen schreef). Maar daarna verduidelijkt zijn relatie met de zwarte poëzie van onder meer Eliot veel over zijn merkwaardige gang in de schilderkunst van klassiek, via het Amerikaanse abstract expressionisme en vogue in jaren vijftig en zestig, naar wat figuurlijk de zelfkant van het schilderen en het schilderij is in de gewelddadige democratie die de VS altijd is geweest. Aan de kant van de observator ligt de schilder op een symbolisch doodsbed door het schijnsel van een peertje verlicht, die nauwelijks over de horizon naar buiten kan kijken, en aan de kant van de toeschouwer (daarbuiten) lopen Ku-Klux-Klanachtige mannetjes rond of zitten die kleine landschapjes te schilderen. Er is letterlijk een doodsbed dat hij schilderde na een hartaanval. Het is gebaseerd op de sombere Four Quartets van Eliot dat eindigt met ‘In my end is my beginning’, maar dat ook een couplet bevat als: ‘The wounded surgeon plies the steel/That

Guston en The Four Quartets van Eliot

questions the distempered part/Beneath the bleeding hands we feel/That sharp compassion of the healer’s hart/ Resolving the enigma of the fever.’ En in datzelfde deel de regel die op Trump zou kunnen slaan: ‘The whole earth is our hospital endowed by the ruined millionaire.’ Er zijn verwijzing naar de Italiaanse dichter Eugenio Montale in wiens gedichten wij in het bloedhete landschap ‘Op de gebarsten grond of in de wikke de rijen rode mieren observeren’, die we ook dikwijls op Guston’s  schilderijen zien lopen. En dan is er natuurlijk Yeats (Diens ‘Who dreamed that beauty passes like a dream?’, zou op één van die vele in de nacht wakende mannetjes van de schilder kunnen slaan). Wie van deze letterlijk adembenemende tentoonstelling komt, kan in een grote zaal in de Academia nog de schitterende gerestaureerde schilderijen van Jeroen Bosch in het bezit van het museum bewonderen, zonder te worden plat getrapt door de drommen op de Den Bosch tentoonstelling, en daarna naar de Mark Tobey tentoonstelling bij Peggy Guggenheim of Damien Hearst in de Punta del Dogana gaan. Onderweg is dan een bezoek aan het Palazzo Cini de moeite waard, waar prachtige fotomontages van de Braziliaanse kunstenaar Vik Muniz (São Paulo 1961) hangen. Het zijn met duizenden fotofragmenten gereconstrueerde landschappen van de Franse 18e eeuwse ruïneschilder Hubert Robert (de elite van het ancien régime in Rusland was er dol op). Het toont daardoor het digitale tijdperk als de grote beeldruïne die het in feite is! Het in 2016 heropende paleis is trouwens op zich de moeite waard omdat het de bijzondere collectie van de verzamelaar Vittorio Cini bevat, o.a. een meesterwerk van Pontormo (zie openingsafbeelding).

En dan dus de onvergetelijke tentoonstelling ‘The Boat is leaking. The Captain lied.’ in de Fondazione Prada ( gevestigd in één van de mooiste paleizen van Venetië, Ca’ Corner della Regina uit 1728, vaporetto S. Stae). Drie al oudere Duitse kunstenaars hebben hier een onvergetelijk Gesamtkunstwerk gemaakt waar je wel een hele dag zou kunnen doorbrengen. Het zijn Thomas Demand (München 1974), Alexander Kluge (Halberstadt 1923) en Anna Viebrock (Keulen 1951). Viebrock is decorbouwer van toneel en opera en zij heeft in het paleis één groot toneel/opera decor van drie verdiepingen gebouwd met ruimten die door deuren van elkaar worden gescheiden die doen denken aan die in Stasiekantoren, maar ook weer passen in de koele kantoormaquettes die Demand al jaren fotografeert en die thematisch door de tentoonstelling terugkeren. Soms gebruikt ze ook fragmenten van decors uit bekende toneelvoorstellingen of inrichtingen van bestaande musea. Kluge is één van de pioniers van de nieuwe Duitse Cinema die zich in de jaren zestig manifesteerde. Hij toont in het hele gebouw filmfragmenten uit oude speel- en nieuwsfilms, maar soms ook fragmenten uit eerder door hem gemaakte installaties. Er is een oud bioscoopje ingericht waar ze op groot scherm zijn te zien, maar ze keren in allerlei formats terug. Er is een zaaltje waar alleen oude filmfragmenten uit de Eerste Wereldoorlog op een witte muur worden vertoond. In een ander geheel gestripte zaal kunnen we op een afbladderende muur filmfragmenten van heldenopera’s zien begeleid door krakerige koffergrammafoonmuziek. Eén zaal is een kopie van een zaaltje uit het Hamburger Bahnhof Museum waar schilderijen hangen van een onbekende 19e eeuwse

Angelo Morbello schilderij

Het ruimtelijk gereconstrueerde schilderij

Italiaanse sociaal-realist Angelo Morbelli met onder andere het schilderij van een revolutionaire vergadering in een zaal met koorbanken en een grote potkachel. Loop je door de deur in de zaal daarnaast dan is het decor van dat schilderij gereconstrueerd en kun je op de houten banken op kleine schermpjes naar Kluge’s filmfragmenten kijken. Gaan we weer zo’n  deur door staan we in een oud zaaltje van het 19e eeuwse Brusselse Paleis van Justitie waar geluidsbanden afgedraaid worden van processen over schadevergoeding voor geroofd Joods bezit.

De makers en de curator (Udo Kittelmann) hebben van de 19e en vroeg 20ste eeuw Europese geschiedenis met Duitsland in het centrum een totaal spektakel gemaakt dat een nieuwe eenheid is geworden van opera/film/geluidsopnamen/fotografie/toneel. De bezoeker bevindt zich op het vlot van Medusa van Gericault dat bijna omslaat maar de politiek leiders alsmaar roepen dat er ‘niets aan de handa’ is om met Gerard Reve te spreken. En dat in de statige koele ruimte van dit 18e eeuwse palazzo van de familie Corner. De Duitse curator Szeemann heeft zoiets wel eens op een Dokumenta geprobeerd, maar deze in Venetië is niet te evenaren. Het Duitse weekblad Die Zeit dat terecht niets van het Duitse paviljoen in de Giardini moest hebben, vond terecht (1-6-17, p. 43) dat de prijs voor de Biënnale formeel niet naar deze ‘buiten’ presentatie toe kon gaan, maar daar materieel wel thuis had gehoord.

Een bezoek aan Venetië is dit keer dus zeer de moeite waard, mits de  hoofdtentoonstellingen van de Biënnale selectief worden benaderd en prachtige tentoonstellingen in de stad niet worden overgeslagen.

 

De Aalto Aliens

Geplaatst in Recensies | Reacties uitgeschakeld voor De Biënnale van Venetië van 2017

Het populisme en de kunst

In het blad De Nieuwe van Arti & Amicitiae, Jaargang 21/nr. 37 dat de eerste week van juni 2017 is verschenen staat het hierna opgenomen artikel. In deze webversie noem ik ook de bronnen. Het artikel voert de verboden vergelijking uit tussen de kunstopvattingen van de huidige populistische partijen en nazisme en fascisme. Er zijn natuurlijk verschillen, maar ook overeenkomsten.Het verkiezingsprogramma van de PVV dat op een A-4tje kon bevatte over cultuur de doelstelling dat alle subsidie moest worden afgeschaft. Dat is rigoureuzer dan wat de VVD-er Halbe Zijlstra tijdens zijn culturele staatssecretariaat aan (deels onherstelbare) schade in de culturele sector heeft aangericht. Maar de VVD behoort dan ook, zoals we inmiddels van onderkoning Rutte III weten, tot het ‘goede populisme’. Kennelijk houden het ‘slechte’ en het ‘goede’ populisme niet van cultuur en dus ook niet van kunst.

De goede populist Rutte musicerend te midden van het volk

Mijn inschatting is dat ze niet alle kunst verwerpen, maar alleen wat zij vinden ‘hoge en moeilijke’ kunst die weinig publiek trekt en waar dus subsidie bij moet. Dit anti-elitaire hebben ze met het nazisme gemeen, maar het verschil daarmee is dat de nazi’s niet alleen anti-elitair waren, maar ook een inhoudelijke opvatting over cultuur hadden. Dat heeft het populisme niet, maar het heeft er wel een paar elementen mee gemeen. Laten we die verboden vergelijking maar eens maken.

Het Italiaanse fascisme en het nationaalsocialisme worden tegenwoordig steeds meer ‘in de tijd’ geplaatst. Sommigen herleiden het Duitse en Italiaanse fascisme tot een ontkiemend modernisme. Het Italiaanse oogt ongetwijfeld het modernst door de langdurige flirt van het futurisme met het fascisme met wie het de voorliefde voor dynamiek en beweging gemeen had, en de wens al het oude af te breken om een ‘nieuwe mens’ te vormen. Maar ook in Duitsland lopen de sporen tussen het modernisme en de politiek parallel. Vooral in de architectuur en een instelling als Bauhaus, die alle kunsten in zich probeerde te verenigen, zien we eenzelfde soort modernisme dat we in het nationaalsocialisme herkennen. De architectuur van Gropius en Adolf Speer vertoont overeenkomstige trekken, al gaat Speer in zijn ontwerpen voor publieke gebouwen, waarover hij samen met Hitler droomde, de richting op van een ‘Arisch’ Griekenland geïnspireerde monumentalisme. Na de nazificering van het Bauhaus zijn in de voortzetting van het programma overeenkomstige onderwerpen aan te wijzen. Walter Benjamin’s klassieker ‘Het Kunstwerk in het tijdvak van de mechanistische reproductie’, de beschouwing waarin hij de ‘bevrijding’ van het kunstwerk van het origineel analyseert nu het zonder moeite mechanisch kan worden gereproduceerd, past eveneens in dit beeld. Hij acht de film als kunstvorm het meest perfecte voorbeeld van deze ontwikkeling, omdat het een fusie is van expressievormen uit de klassieke kunsten (toneel, dans, beeldende kunst) en de nieuwe mechanische reproductietechnologie. Goebbels en Hitler waren filmfans.

Lenie Riefenstahl de filmheldin van de nazi’s

De grote sprong voorwaarts in techniek, industrialisatie en urbanisatie riep een emotionele reactie op waarin een ‘rein’ en ‘natuurlijk’ leven als het na te streven ideaal werd voorgesteld. Dat sloeg terug op de ideaalbeelden die met name de beeldende kunst diende te vertolken. Een vooraankondiging van dit verlangen vormt de rede die Keizer Wilhelm II op 18 december 1901 in de Berlijnse Dierentuin hield bij de opening van de tentoonstelling van 32 levensgrote helden-standbeelden. Hij zei: ‘Kunst moet de lagere klassen beïnvloeden en de lagere klassen verfrissing bieden na een dag van zware arbeid, hen verheffen tot de ware Schoonheid (…). Maar als de Kunst, zoals tegenwoordig meer en meer het geval is, ons ellende toont die er even lelijk uit ziet als zij in werkelijkheid is,

Sieger Allee Tiergarten

zondigt zij tegen het Duitse volk.’ Vanuit die mentaliteit werd 36 jaar later het werk van Georg Grosz en Otto Dix dat de decadentie en de zelfkant van het leven in de grote stad toonde, ‘entartet’ verklaard, een zonde tegen het Duitse volk. Door dat werk kon de Duitse arbeider na een dag hard werken niet worden opgebeurd. De rede van de Duitse keizer heeft een luide echo in de openingsrede die Hitler in 1937 hield bij de opening van het Huis van de Duitse Kunst die parallel aan de tentoonstelling entartete Kunst in München werd georganiseerd. De Führer toont zich een kunstkenner: ‘Tegenwoordig is er geen Duitse of Franse Kunst, maar “moderne kunst”. Dit reduceert kunst tot kledingmode onder het motto: “Ieder jaar iets nieuws”- Impressionisme, Kubisme, misschien ook Dadaïsme (…). Het resultaat was een onzekerheid over het juiste oordeel over kunst en het legde het zwijgen op aan diegenen die anders zouden hebben geprotesteerd tegen dit Cultuurbolsjewisme (…).Voor deze “moderne kunst” wil het nationaalsocialisme een “Duitse” kunst in de plaats stellen en een eeuwige kunst. Het Huis voor de Duitse Kunst is ontworpen voor de kunst van het Duitse volk – niet voor een internationale kunst. In de veranderende stroom van verschijnselen is het volk het enige constante aanknopingspunt (…). En daarom zal ik door te spreken van Duitse kunst haar standaard leggen in het Duitse volk, in zijn karakter en zijn leven, in zijn gevoelens, in zijn emoties en in zijn ontwikkeling. ’

Het dubbelzinnige karakter van het fascisme en nationaalsocialisme hebben het de naam bezorgd van een reactionair modernisme. Daarin wordt het modernistische vooral gezien in de omhelzing van de techniek gecombineerd met een geromantiseerde terugblik naar een pre-technische wereld, door Joseph Goebbels in een rede in 1933 voor het eerst omschreven als de ‘stählerende Romantik’ van het nieuwe tijdperk. Goebbels redevoeringen werden gepubliceerd in het tijdschrift Deutsche Technik, uitgegeven tussen 1932 en 1942. In de aflevering van februari 1939 met de omslag waar hij en Hitler ter

De stalen romantiek van de Volkswagen

weerzijde van een Volkswagen staan afgebeeld, staat een redevoering afgedrukt die dit volledig onder woorden brengt: ‘Wij leven in een tijdperk van technologie. Het razende tempo van deze eeuw raakt alle aspecten van ons leven (…). Daarom dreigt zonder twijfel het risico dat de moderne technologie de mens zielloos zal maken. Het nationaalsocialisme heeft zich nimmer tegen de technologie verzet. Integendeel, een van haar belangrijkste taken was om deze bewust te aanvaarden en haar te bezielen, haar te disciplineren en haar ten dienste te stellen van het volk en zijn cultuur (….). Vandaag bereikt de term ‘stalen romantiek’ haar volle betekenis. Wij leven in een tijdperk dat tegelijkertijd Romantisch en van Staal is, dat zijn diepte van gevoel niet heeft verloren. Waar de reactie van de bourgeoisie vervuld was van onbegrip voor dit tijdperk en ronduit vijandig tegenover de technologie, waar sceptici de ontworteling van de Europese cultuur aan haar toeschreven, het nationaalsocialisme begreep hoe de zielloze technologie op te pakken en het te vullen met het ritme en de impulsen van onze tijd.’

Ook wordt het wel een ‘conservatieve revolutie’ genoemd. De analyse is gelijksoortig, maar met minder nadruk op techniek. Stern brengt dat in zijn studie The Politics of despair fraai onder woorden: ’Haar volgelingen (de nazi’s) wilden de geest van het heden vernietigen om een geïdealiseerd verleden in een denkbeeldige toekomst te projecteren. Het waren onterfde conservatieven die niets te conserveren hadden omdat de spirituele waarden van het verleden begraven lagen onder de overgebleven voorwerpen van een conservatieve cultuur die ze niet interesseerde.’

Wat fascisme en nazisme ook met elkaar gemeen hadden is dat zij de smaak van het publiek tot norm verhieven. We zagen dat Hitler in zijn openingsrede van het Huis van de Duitse Kunst in 1937 gesproken had over het dwalende oordeel van de kunstkritiek. Goebbels had al in 1936 alle kunstkritiek verboden: ‘Met de kunstkritiek is het in dit jaar niet goed gegaan. Van nu af aan komt kunstverslaggeving in de plaats van kunstkritiek, die zich zelf heeft opgeworpen als een rechter van de kunst – een volledige perversie van het begrip “kunstkritiek” die teruggaat tot de tijd van de joodse dominantie in de kunst. (…) De verslaggeving moet zich niet bezighouden met waarden, maar moet zich beperken tot beschrijving. (…) Het publiek oordeelt.’

Tot zover de verboden vergelijking. Vooral in de benadering dat ‘goede’ smaak de smaak van het volk is en dat alleen kunst die een groot publiek trekt dat zich na gedane arbeid wil ontspannen er toe doet, herkennen we het hedendaagse populisme. In het verlangen naar een gesloten nationale gemeenschap die het hedendaagse populisme kenmerkt, horen wij een nagalm van de geïdealiseerde volksgemeenschap waar het nazisme een moderne culturele uitdrukkingsvorm voor zocht.

De slechte populist Martin Bosma hekelt de cultuur van de grachtengordel feministen

Maar niet meer dan een echo. Het populisme van vandaag is eigenlijk puur nihilisme. De cultuuropvattingen van de nazi’s waren gevaarlijk, maar interessanter omdat zij een ambivalente relatie hadden met enerzijds de oude en de nieuwe cultuur,  anderzijds de primitieve en de technische omgeving. Vanuit die uitgangspositie formuleerden zij een cultuurideaal en een Europese cultuurpolitiek. Dit ontbreekt bij het huidige populisme, het goede of het slechte, geheel. Het vertegenwoordigt geen enkel ideaal, laat staan een utopie. Daarom verafschuwt het eigenlijk kunst.

Geraadpleegde literatuur:

Walter Benjamin, Het Kunstwerk in het Tijdperk van zijn Technische reproduceerbaarheid, Nederlandse vertaling van Das Kunstwerk im Zeitalter seiner technischen Reproduzierbarkeit, dat voor het eerst tijdens Benjamins ballingschap in in het Frans in 1935 in Frankrijk verscheen, Nijmegen: SUN 1985.

Johann Chapoutot, Le nazisme et l’Antiquité, Parijs: Presses Universitaires de France 2012: de studie die de antieke wortels van het nazistische cultuuropvattingen blootlegt.

Jeffrey Herf, Reactionary modernism, Technology, culture and politics in Weimar and the Third Reich, Cambridge: Cambridge University Press 1984. Dit is de klassieke studie waar iedereen op terugvalt om te laten zien dat het nationaal socialisme een combinatie van moderniteit en Romantiek was. De studie laat zien dat het nationaal-socialisme vooral in de omgang met technologie modern was. Het citaat uit de rede van Goebbels staat op p. 196.

Xavier de Jarcy, Le Corbusier, Un Fascisme français, Parijs: Albin Michel 2015: Laat overtuigend zien dat de modernistische architectuurtheorieën van de grootmeester een ferme basis in het Franse fascisme en Vichy Frankrijk hadden.

Benjamin G. Martin, The Nazi-Fascist New Order of European Culture, Cambridge/Massachusetts: Harvard University Press 2016 bevat een uitvoerige beschrijving en analyse hoe de nazi’s de Europese cultuur hebben proberen te organiseren.

Mark Mazower, Dark Continent, London: Allen Lane The Penguin Press 1998. Een brede schets hoe Europa teruggrijpt op Nazi Duitsland: de EU als voortzetting van de Duitse Grossraum Wirtschaft. Het Nationaal Socialisme was een antwoord op een massasamenleving en industrialisatie. Het ontstaan van reinheidscultus en sport als basis voor gezondheidspolitiek en massasport.

George L. Mosse, Nazi Culture, Wisconsin: The University of Wisconsin Press 1966. Een verzameling contemporaine Nazi documenten over alle sectoren van Cultuur en Wetenschap. Het citaat over het verbod op kunstkritiek staat op p. 97.

George L. Mosse, The nationalization of the Masses, Political Symbolism and Mass Movements in Germany from the Napoleonic Wars Through the Third Reich, New York: Howard Fertig 1975. Deze studie legt de wortels van de rituelen en mythen van de Duitse totalitaire ideologie in de 19e eeuw bloot.

Johan Petropoulos, Artists under Hitler, New Haven/Londen: Yale University Press 2014. Beschrijft de situatie begin jaren dertig , toen Nazi’s net aan de macht waren en Goebbels cultuurminister werd. Liep op dat moment nog heel erg door elkaar heen. Hoofdstuk 2. Wel moest het volk tegen onbegrijpelijke moderne kunst worden beschermd. De Kunst durch Kraft beweging.

Fritz Stern, The politics of Cultural Despair, Berkerly: The University of Berkerly Press 1961.  Dit boek geeft aan de hand van een analyse van drie van de intellectuele voorlopers van het nazisme in Duitsland: Langbehn, Lagarde en Moeller een analyse van de culturele wortels van het nazisme. Het citaat staat op p. XVI.

Shearer West, The visual Arts in Germany 1890-1937, Utopia and despair, Manchester: Manchester University Press 2000. Een helder overzicht van de opkomst van het modernisme in Duitsland (expressionisme, Bauhaus) en de reactie daarop.

Geplaatst in Essays | Reacties uitgeschakeld voor Het populisme en de kunst

Seth Price in het Stedelijk Museum

Onlangs werd ik als lid toegelaten tot de AICA (International Association of Art Critics). Dat is een goede reden om eens een noot te kraken over de moeilijke kunstenaar Seth Price (Oost-Jeruzalem 1973, werkt in de VS) van wie in het Stedelijk Museum in Amsterdam tot 3 september de tentoonstelling Social Synthetic te zien is. Zelf noemt hij zich ‘post conceptueel’. Op de site van het Stedelijk wordt directrice Beatrix Ruf geciteerd: ‘Zijn werk schetst een belangrijke kunsthistorische verschuiving van het concept van de collage waarin het toeval een belangrijke rol speelde en het beeld was opgebouwd uit een aantal lagen, naar het concept van een uniform beeld dat ons onderdompelt in een eindeloze, ongedifferentieerde digitale stroom’. Ik zou hem vanwege die ‘digitale stroom’ eerder ‘post-internet’ noemen. Daarmee duiden we de kunstenaars aan die blijvend door het internet van het schilderkundige pad zijn geraakt. Maar dat is hij eigenlijk ook niet. Hij is veel meer dan dat, maar ‘post’ is hij wel. Dus de kijker moet niet denken dat hij makkelijk wegkomt, zeker nu deze complexe kunstenaar in een erg ontoegankelijke tentoonstelling in het Stedelijk wordt gepresenteerd.

Seth Price in de video over zijn werk

Lees verder

Geplaatst in Essays, Kunstenaars, Recensies | Reacties uitgeschakeld voor Seth Price in het Stedelijk Museum

Verboden vruchten

De Boekenweek 2017 die deze week begint heeft tot thema ‘verboden vruchten’. Het ziet ernaar uit dat dit de kant opgaat van de verleiding voor een verboden genot. Ik citeer van boekenweek.nl: ‘De mens is genotzuchtig. Maar toegeven aan genot levert soms strijd op met ons geweten, onze levensovertuiging, onze omgeving, onze fysieke en geestelijke grenzen. Wel willen, niet mogen, toch doen.’ Dat is een vertekening van de historische mythen over de verboden vrucht. In onze cultuur gaat dat terug op het goddelijke monopolie op kennis. De mens of mensheid die de verboden vrucht van de kennis steelt krijgt een goddelijke straf. De bekendste christelijke mythe is de appel die Adam en Eva van de boom der kennis in het paradijs eten. Ze mochten de vruchten van alle bomen eten, maar niet van deze. De duivel verleidt ze daartoe. In mijn boek Het Verschil van Mening (Amsterdam, Bert Bakker 2016), dat in de Boekenweek te koop is, laat ik zien dat deze mythe van de diefstal van de goddelijke kennis aan de basis staat van deze  vrijheid.

 

Lees verder

Geplaatst in Essays | Reacties uitgeschakeld voor Verboden vruchten

Kunst en wetenschap 3

Ik ontving drie spontane reacties op het stuk van Janneke Wesseling, die alle tot dezelfde conclusie komen: De kunstpromoties aan de Leidse Universiteit kunnen niet als wetenschap worden aangemerkt. Het gaat om kunsthistorica Marty Bax (Bax Art Concept & Services), Constantijn Kelk (emeritus hoogleraar strafrecht en kunstkenner) en Johan Leestemaker (de in Colombia werkzame deskundige op het gebied van internationale samenwerking in het bijzonder op het gebied van stedelijke armoedebestrijding en industrialisatie, destijds adviseur van het kunstenaarscentrum W 139 in Amsterdam). Inmiddels heeft Henk Borgdorff (1954) bij dezelfde vakgroep op 10 februari 2017 te Leiden zijn oratie gehouden in de theorie van het onderzoek in de kunsten. Ik zeg daar in het afrondende stuk aan het slot iets over. Ook deze oratie verschaft naar mijn oordeel geen helderheid over de vraag wat het kunstzinnig onderzoek met wetenschap heeft te maken. Een handicap daarbij is (dit signaleert Leestemaker ook) dat de uitkomsten van dit kunstzinnige onderzoek niet toegankelijk zijn en dat Borgdorff in gebreke blijft voorbeelden te geven. Hij hult zich in abstracties. Het lijkt mij dat de conclusie gerechtvaardigd is dat het College van decanen dit hele kunstonderzoek nog eens toetst aan de wetenschappelijke doelstellingen van de Leidse Universiteit. Lees verder

Geplaatst in Essays | Reacties uitgeschakeld voor Kunst en wetenschap 3

Kunst en Wetenschap deel 2

Naar aanleiding van mijn blog van december 2016 over het onderzoeksprogramma aan de Universiteit van Leiden met betrekking tot kunst en wetenschap schrijft de voor dit programma verantwoordelijke hoogleraar Janneke Wesseling mij. Ik druk haar reactie hierna af. Alvorens hierop te reageren stel ik de lezers van deze blog graag in de gelegenheid voor 15 februari in een bijdrage van niet meer dan 500 woorden hun mening te geven. De lezers attendeer ik daarbij op een interessante beschouwing van Katalin Herzog over dit onderwerp uit 2010, te vinden op  https://kunstzaken.blogspot.nl/2010/09/tussen-twee-stoelen-in-promoveren-in-de.html. Zij kunnen die in hun eventuele reactie betrekken.

Lees verder

Geplaatst in Essays | Reacties uitgeschakeld voor Kunst en Wetenschap deel 2