De postkoloniale beeldenstorm en de morele auteursrechten van de beeldhouwer Frits van Hall, auteur van het Van Heutzmonument in Amsterdam-Zuid

Op 25 april hield de Leidse hoogleraar Gert Oostindie, directeur van het Koninklijke Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde (KITLV), in het Rijksmuseum de 5e Daendelslezing onder de titel ‘Postkoloniale beeldenstormen’. Deze lezingen worden sinds 2008 georganiseerd door de stichting Daendels, opgericht met geld van een nazaat van Daendels (http://stichtingdaendels.nl). Daendels kennen wij als de generaal uit de Bataafse Republiek, maar vooral ook als de gouverneur die met harde hand de Postweg op Java heeft aangelegd.

Daendels postweg

Lees verder

Geplaatst in Uncategorized | Reacties uitgeschakeld voor De postkoloniale beeldenstorm en de morele auteursrechten van de beeldhouwer Frits van Hall, auteur van het Van Heutzmonument in Amsterdam-Zuid

Fernand Léger in Bozar

In Bozar in Brussel zijn op het ogenblik twee boeiende tentoonstellingen. Eén over de Franse schilder Fernand Léger. Deze tentoonstelling is een samenwerking met het Centre Pompidou in Metz en loopt tot 3 juni van dit jaar. De tweede gaat over wat is gaan heten ‘Het Spaanse Stilleven’. Het is in Europa de eerste grote tentoonstelling over dit onderwerp sinds die in de National Gallery in Londen in 1995. Zij loopt tot 27 mei. Ik zal nu eerst over Léger schrijven, later een stuk over die adembenemende ‘Spaanse stillevens’.

Léger Decor La Création du Monde

Lees verder

Geplaatst in Uncategorized | Reacties uitgeschakeld voor Fernand Léger in Bozar

De Borgmann collectie in het Stedelijk Museum in Amsterdam

Onder de titel ‘Jump into the Future’ is tot 4 maart in dertig zalen te zien de gehele donatie (De Rijke en De Rooij, Cosima von Bonin, Zobernig e.a.)/lening (Isa Genzken, Martin Kippenberger)/aankoop (o.a. Matt Mullican) bestaande uit 217 werken (647 objecten) van de Duitse galeriehouder/verzamelaar Thomas Borgmann (Hamburg 1942).

Cosima von Bohin

Lees verder

Geplaatst in Essays, Recensies | Reacties uitgeschakeld voor De Borgmann collectie in het Stedelijk Museum in Amsterdam

De Hongaarse kunstenaar Tamás Kaszás in de Appel in Amsterdam

Het werk van Kaszás (1976) is met een begeleidend programma tot 31 maart in Amsterdam in de Appel en -in samenwerking-  bij Netwerk Aalst in Aalst in België te zien. Het is een ‘ouderwetse’ Appel tentoonstelling met veel energie die veel stof tot nadenken geeft. Kaszás is al vroeg geïnteresseerd geraakt in wat er aan anarchistische bewegingen in Hongarije bestond. Als beeldtaal gebruikt hij symboliek ontleend aan de politieke propagandakunst uit de begintijd van de Russische revolutie (Agitprop).

Agitprop affiche

Lees verder

Geplaatst in Kunstenaars | Reacties uitgeschakeld voor De Hongaarse kunstenaar Tamás Kaszás in de Appel in Amsterdam

Nieuwe collectiepresentaties in Boijmans, Van Abbe, De Pont en het Stedelijk

Het samenstellen en presenteren van een vaste openbare collectie van beeldende kunst is een van de moeilijkste dingen die er is. De samenstelling van de collectie berust op subjectieve momenten in het verleden (de smaak van de opeenvolgende directeuren van het museum, het toeval van de schenking, de gelegenheid van de verwerving), het museum is in een andere tijd neergezet zodat het dikwijls niet voldoet aan de huidige behoeften, de tijd en de kennis en verwachtingen van het publiek veranderen. Dus doen alle directeuren van musea hun best om telkens ‘een nieuw licht’ op de verzameling te werpen. In Nederland is dat dit najaar gebeurd in de musea Boijmans in Roterdam, Van Abbe in Eindhoven, De Pont in Tilburg en het Stedelijk in Amsterdam. Welk criterium moet je voor de beoordeling aanleggen? Misschien wel het ‘nieuw licht’ criterium nader ingevuld als: heb je een bekend werk weer als nieuw en verrassend gezien? Volgens dat criterium vallen  Van Abbe en het Stedelijk om verschillende redenen af. Maar laten we eerst naar de geslaagde voorbeelden kijken.

Van Meegeren Boijmans (op de achtergrond Charley Toorop)

 

In museum Boijmans is de samensteller Carel Blotkamp van de presentatie ‘De collectie als tijdmachine’ erin geslaagd het ingeslapen en aan renovatie toe zijnde oude gebouw tot leven te brengen door bijzondere kleurstellingen van de muren (adviezen van Peter Struycken) en belichting. De keuze voor tijdblokken met daarbinnen het opnemen van

Kees Timmer

minder bekende goden, zoals Karel Timmer, of apocriefe zoals de Vermeervervalsing (zie afbeelding hierboven), de Emmaüsgangers door Van Meegeren leiden tot schokken van herkenning en verrassing. Waarom hebben de Vermeerkenners destijds niet gezien dat dit schilderij helemaal in de stijl van de jaren dertig was geschilderd die we er nu naast zien hangen? En waarom was Kees Timmer naar de kelder verdwenen?

Tijdgenoten Schumacher en Mondriaan naast elkaar

Maar ook de bekende werken zijn in combinaties opgehangen of geplaatst zodat je er opnieuw naar kijkt. Dat de tijdsblokken niet strikt chronologisch achter elkaar worden gepresenteerd opent doorkijkjes met ‘nieuw licht’ en laat ook zien dat de collectie van de 15e tot de 21ste eeuw sterk is. Een dergelijke brede collectie kan geen enkel museum ter wereld laten zien.

Het museum De Pont is een particulier museum dat 25 jaar bestaat en in de jubileumtentoonstelling WeerZien de werken in de collectie confronteert met andere werken van de aangekochte kunstenaars. Het bijzondere van de collectie van het museum is dat het in de vijfentwintig jaar door één directeur (Hendrik Driessen) met een goed oog maar ook eigen voorkeur is samengesteld. Daardoor heeft het in het museum niet alle, maar wel bij elkaar passende kunstenaars in deze periode, met een aantal heel belangrijke topstukken verzameld, vaak eerder en van betere kwaliteit aangekocht dan in de openbare musea in Nederland (bijvoorbeeld Jeff Wall, Bill Viola,  Christiaan Boltanski, Sigmar Polke, Richard Long, Marlene Dumas, David Claerboudt). Zo verzamelt het museum ook de Engelse kunstenares Tacita Dean (1965), die de magie van de celluloid film gebruikt om tijdsbeleving en herinnering onder het ratelende geluid van de projector in de hersens van de toeschouwer op te wekken. Op de tentoonstelling wordt de film Michael Hamburger uit 2007 gedraaid die is gebaseerd op hoofdstuk VII van De Ringen van Saturnus (1995) van de Duits-Engelse schrijver W.G. Sebald. Sebald is verwant aan Tacita, die dikwijls aan

Tacita Dean Michael Hamburger

diens werk refereert of zich er zelfs rechtstreeks op baseert zoals in deze film. In dit boek maakt de schrijver lange voettochten ‘als een reizende gezel uit een voorbije eeuw’ door het oude en geteisterde landschap in de Engelse provincie Suffolk (‘Deze treurige streek is niet alleen nauw verbonden met de bodemgesteldheid en de invloeden van het oceaanklimaat, maar nog veel sterker met de duizenden jaren voortschrijdende terugdringing van dichte bossen die zich na de laatste ijstijd over het gehele gebied van de Britse eilanden hadden uitgebreid’). Zo belandt hij ook bij een vervallen cottage van de net als Sebald in WOII uit Duitsland gevluchte schrijver Michael Hamburger. Het is een geheimzinnig huis met verlaten schrijftafels vol papieren. De passage die de aanleiding is voor de film luidt: ‘En toen ik naar binnen keek in de provisiekamer, die op mij een bijzondere aantrekkingskracht uitoefende en zag hoe er op grotendeels lege stellages een paar gevulde weckpotten stonden te schemeren en hoe op de plank voor het door een taxus verduisterde raam enkele tientallen kleine roodgouden appeltjes lagen te glimmen, ja, te stralen als de appels in de bijbelse gelijkenis (…)’. De camera in de film loopt door het huis langs de schrijftafels tot in de proviandkamer die vol blijkt te liggen met alle mogelijke soorten appeltjes waarover Michael met oude stem lange historische verhandelingen begint te houden. Het trage beeld van de film blijft je bezighouden. Het bezoek aan de tentoonstelling zet allerlei processen in werking waaronder het teruglezen van het boek van Sebald.

In het Van Abbe museum gaat het niet om de werken in de collectie, maar om de verhandelingen van de curatoren over de collectie. De tentoonstelling heet de ‘Making of Modern Art’. Je ziet door alle opgezette theoretische bomen het bos niet meer. Alles is ingekaderd in stromingen en gezichtspunten, revolutie, kolonialisme en kapitalisme, over het algemeen van marxistische tint. Daar overheen

Van Abbe tentoonstellingsinstallatie

wordt de verhouding tussen kopie en origineel van het kunstwerk, de status van het museum, de hang naar utopie of abstractie aan de orde gesteld. Bij iedere zaalpresentatie krijg je er dus veel ‘bij’, maar nooit het werk op zichzelf. Als je het museum verlaat kom je buiten op adem van een maalstroom van gezichtspunten, zonder dat je een duidelijk beeld kunt presenteren wat je voor kunstwerken hebt gezien.

Bij het Stedelijk hebben we voornamelijk met een architectonisch probleem te maken. De nieuwe aanbouw aan de oudbouw had lange tijd het effect op de bezoeker dat hij ‘tegen een muur’ opliep. Dat is kort geleden verholpen door de toegang meer open te maken. Bleef het andere probleem van de grote donkere doos onder de grond, die slecht was belicht vanuit een te hoog plafond en moeilijk en te duur in de inrichting met telkens nieuw formaat tussenschotten.

Stedelijk base van Koolhaas

In de nieuwe presentatie is nu het grootste deel van de topstukken uit de collectie daar ondergebracht. De belichting is verbeterd door de verlaging van het plafond, maar het probleem van een grote ruimte met schotten is gebleven. De oplossing met stalen tussenschotten die de architect Koolhaas daarvoor heeft bedacht is vooral een architectonische vondst en heeft met de collectie niet zoveel te maken. Het labyrintachtige van die oplossing ziet er leuk uit met doorkijkjes en pleintjes, maar is een ensemble-oplossing waarin individuele werken verdwijnen. Wie goed kijkt ziet bovendien dat de presentatie van de collectie eigenlijk heel traditioneel is, teruggrijpt op het lineaire modernistische model van de eerste directeur Alfred Barr van het MoMa in New York. Eigenlijk is het een ouderwets plaatjesboek moderne kunst zoals er in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw veel van waren.

Het schema van Alfred Barr

Misschien is de presentatie aantrekkelijk voor toeristen en schoolkinderen, maar iets nieuws over werken in de collectie valt er niet te ontdekken. In de toekomst zou je dit plaatjesboek kunnen vernieuwen door er een virtuele rondgang op groot scherm van te maken, zoals nu langzamerhand school begint te maken. Dan kun je volstaan met telkens een paar werken in contrasterende confrontatie ‘echt’ te laten zien in plaats van dit openbare labyrintisch depot van alle werken.

Kremer virtueel museum voor 17e eeuwse Nederlandse schilderkunst

Wat opvalt is dat eigenlijk alleen De Pont een volwaardige plaats inruimt voor ‘videokunst’ en daarvoor ook belangrijke architectonische ingrepen in het gebouw heeft uitgevoerd: er zijn volwaardige projectieruimten en de presentatie van stilstaand en bewegend beeld is geïntegreerd.

Geplaatst in Uncategorized | Reacties uitgeschakeld voor Nieuwe collectiepresentaties in Boijmans, Van Abbe, De Pont en het Stedelijk

Indonesische beeldende kunst 1835-nu in Bozar Brussel

In het kader van de Europalia worden in Bozar tot 21 januari 2018 twee tentoonstellingen gehouden over Indonesië. De eerste, ‘Ancestors and Rituals’, toont unieke stukken uit de Archipel over voorouderverering, de tweede, ‘Powers and Rituals’ vertelt het hele verhaal van de Indonesische beeldende kunst vanaf de 19e eeuwse Nederlandse kolonie tot heden. Na al het geneuzel over post- kolonialisme is de open visie van deze tentoonstelling een verademing. Zij maakt in een klap duidelijk hoe volkomen vast het denken in Nederland over – en kijken naar de voormalige kolonie zit. De tentoonstelling heet ‘Power and other things’, een uitdrukking die ontleend is aan de kortste onafhankelijkheidsverklaring die er in de wereld ooit is afgelegd. Het is de door Soekarno na de bom op Hiroshima, op 17 augustus 1945 in een achtertuin in het toen nog Batavia geheten Jakarta in de aanwezigheid van een handvol mensen uitgesproken verklaring, bestaande uit twee zinnen: ‘We the people of Indonesia hereby declare the independence of Indonesia. Matters that concern the transfer of power and other things will be executed by careful means and in the shortest possible time.’ Deze verklaring zit de Nederlandse politiek nog steeds als een visgraat in de keel want tot op de dag van vandaag wordt zij, de nationale feestdag in Indonesië, niet erkend. Koningin Beatrix bestond het om bij het vijftigjarige jubileum in 1995 een week na de viering van dit jubileum een staatsbezoek aan Indonesië af te leggen. Het is evenzeer veelzeggend dat de Nederlandse dagbladpers tot op heden met geen woord heeft gerept over deze op 17 oktober op twee en een half uur reizen vanuit Nederland geopende tentoonstelling.

Raden Saleh De arrestatie van Dipo Negoro 1835

Lees verder

Geplaatst in Essays, Recensies | Reacties uitgeschakeld voor Indonesische beeldende kunst 1835-nu in Bozar Brussel

De affaire Beatrix Ruf

Het terugtreden van Beatrix Ruf als directeur van het Stedelijk Museum in Amsterdam kan gezien worden als een crash die uit een stuurloos systeem voortvloeit. De stuurloze positie en het gebrek aan besluitkracht van de Raad van Toezicht van het museum bij dit terugtreden is daar onderdeel van. Die heeft namelijk maximale (deels vermijdbare) schade aan de internationale reputatie en de toekomstige exploitatie van het museum toegebracht. Welk systeem is er precies gecrasht? Het systeem van ‘privatisering’ van musea. In plaats van ‘privatisering’ zou je dit beter de-legitimering en uitkleding van het Nederlandse cultuurbeleid ten aanzien van musea kunnen noemen.

Nieuwe toegang Stedelijk okt. 2017

Lees verder

Geplaatst in Essays | Reacties uitgeschakeld voor De affaire Beatrix Ruf

Documenta 14 (nog tot 17 september 2017)

Vijf jaar geleden begon ik met deze blog naar aanleiding van Documenta 13 in 2012, die naar mijn mening in de Nederlandse pers ten onrechte was afgebrand (http://www.egbertdommering.nl/?p=104). Met Documenta 14 van de Poolse curator Adam Szymczyk dit jaar is het niet beter afgelopen, zij het dat de verontwaardiging in de kritiek nu wereldwijd was. De kunstcriticus van Die Zeit (14 juni 2017, nr 25, p. 49), Hanno Rautenberg, zegt terecht dat de Documenta eigenlijk een masochistisch intituut is waar de kapitalistische democratie veel geld voor uittrekt om te laten zien hoe ondemocratische, racistisch en post-koloniaal het Westen wel is. Szymczyk wil eigenlijk, zo stelt hij, de Documenta afschaffen, en voegt hij er aan toe, daar is hij goed in geslaagd. De Documenta laat namelijk geen kunst meer zien maar een standpunt over de Europese beschaving. (In het beeldende Duits van Rautenberg: ‘Die gutbürgerliche Documenta sollte entwurtzelt, ins wahre Leben gestossen und damit dem liebenden Klammergriff des Systems entwunden worden.’). Dat al deze instituties hun tijd hebben gehad, toont bedoeld of onbedoeld ook de Biënnale van Venetië van dit jaar aan, omdat de curator van de hoofdvoorstellingen daar een soortgelijk ‘ontkunstingsproces’ uitvoert als Szymczyck (http://www.egbertdommering.nl/?p=943).

Marshallplan affiches

Lees verder

Geplaatst in Recensies | Reacties uitgeschakeld voor Documenta 14 (nog tot 17 september 2017)

De postkoloniale culturele erfenis

In dit en volgende blogs zal ik ingaan op de discussie over de nieuwe rol van musea bij het verzamelen, tonen en uitleggen van kunst. In deze aflevering gaat het over de postkoloniale erfenis die een belangrijk bestanddeel vormt van Europese musea.

Er is in Nederland een nieuwe discussie ontstaan over het noodzakelijke historische onderzoek naar de militaire acties in Nederlands-Indië tijdens het moeizame dekolonisatie proces (beter bekend als de ‘politionele acties’). We moeten nu in detail weten hoe vuil en hoe ‘structureel’ gewelddadig die guerrilla oorlog in 1945-1949 (want dat was het) precies is geweest. Het kabinet heeft er in december 2016 extra geld voor uitgetrokken. Het is te laat en te beperkt en we hebben in Nederland nog steeds niet de begindatum van de huidige republiek Indonesia (17 augustus 1945) erkend. Interessanter is de afwikkeling van de postkoloniale culturele erfenis. De Nederlandse musea staan nog steeds vol met belangrijke stukken die in de koloniale periode vanuit Indië hier naartoe zijn gekomen. En dat is in Frankrijk, Duitsland en het VK ook het geval met stukken van de koloniën van die landen. Hoe moeten we daar mee omgaan? Dit jaar is daar een interessante studie van Jos van Beurden, Treasures in Trusted Hands over verschenen, die hierna aan bod zal komen.

Ganesha uit Singasari tempelcomplex Indonesië in Leids museum

Lees verder

Geplaatst in Essays, Recensies | Reacties uitgeschakeld voor De postkoloniale culturele erfenis

De Biënnale van Venetië van 2017

Zoals gewoonlijk moet deze Venetië Biënnale het niet hebben van het concept van de hoofdtentoonstellingen in de Giardini en het Arsenale. Dat was bij de laatste twee ook al zo (zie mijn verslagen van 2013 en 2015 (http://www.egbertdommering.nl/?p=396 en http://www.egbertdommering.nl/?p=748) maar eigenlijk is dat altijd het geval. Christine Macel (curator van het briljante Franse paviljoen 2013 met Anri Sala, zie mijn verslag van 2013) van het Centre Pompidou die deze 57ste aflevering maakte heeft er vage concepten als ‘traditie’, ‘gemeenschap’, ‘aarde’, ‘feminisme’, ‘oneindigheid’ en ‘kleur’ overheen gelegd. Ook ‘dionysisch’ is terug van weggeweest. De vaak onbekende kunstenaars produceren braaf binnen deze thema’s werken die ook wel in antropologische musea getoond hadden kunnen worden. Toch is er op en rond deze Biënnale veel interessants te zien. Ik beperk mij tot hoogtepunten, goed voor een bezoek van drie dagen. Follow me.

Pontormo in het Palazzo Cini in Venetië

In de Giardini doet de bezoeker er goed aan meteen bij binnenkomst in de ochtend naar het Finse paviljoen te gaan. Dit  door de beroemde Finse architect Alvar Aalto ontworpen houten gebouwtje pleegt gedurende de dag nogal heet te worden en de getoonde installatie van de in Amsterdam werkzame Nathaniel Mellors (UK 1974) en Erkka Nissinen (Fl 1975) die elkaar van de Rijksakademie kennen trekt veel belangstelling van lang zittend en staand publiek dat zich maar moeilijk kan losmaken van de een uur durende, op verschillende wanden geprojecteerde absurde vertelling (‘The Aalto Natives’). Het vertelt in vier delen de geschiedenis van Finland van zero tot  in de toekomst en weer terug. De hand van beide kunstenaars die elkaar goed aanvullen, is goed zichtbaar (Nissinen: half getekende verhalen in dystopische omgevingen die vergezeld gaan van zijn in sonoor

Geb uit de Aalto natives in het Finse paviljoen

Engels met Fins accent voort dreunende toelichtingen; Mellors: absurde koppen en poppen met hoge of heel lage stemmen; de hoofden van beide kunstenaars ontbreken niet in de film). De installatie die het centrale punt vormt wordt door de kunstenaars als volgt omschreven: ‘TWO SUPER-ADVANCED TERRAFORMING ALIENS are standing on the bridge of THE AALTO. These are GEB (egg shaped) and his son ATUM (box-shaped, an ongoing disappointment to his father). They are standing next to banks of CONTROL-PANELS and a large VIDEO MONITOR upon which they can see the waves of the Ocean below.’ Het ei en de vierkante doos schudden en hebben pratende monden en rollende ogen; zij keren in de video, waarvan drie gefragmenteerd geprojecteerd en één in zijn geheel op vier wanden terug. Deze fraaie en perfect werkende installatie is gebouwd op de Rijksakademie. Een dergelijk gezelschap zou eens de geschiedenis van Holland in het Nederlandse paviljoen moeten vertellen.

Vanuit het Finse paviljoen zijn het Amerikaanse en Franse goed te bereiken. In het Amerikaanse is de in Europa weinig getoonde Mark Bradford te zien. In de VS vertegenwoordigd door Hauser & Wirth, dus daar worden al flinke prijzen voor deze  zwarte Amerikaan (LA 1961) betaald. De tentoonstelling met de veelzeggende titel ‘Tomorrow is another Day’, toont de gemarginaliseerde positie van veel zwarten in de VS.

Mark Bradford

De spanning van het bestaan in een achtergebleven wijk is voelbaar in de grote bijna abstracte doeken die agressie en bederf uitstralen of een sculptuur van afval, maar het meest nog in de video Niagara 2005, gebaseerd op de gelijknamige technicolor film met Marlyn Monroe uit 1953 waarin ze op de rug gezien een wandeling maakt waarbij zij nauwelijks vooruit lijkt te komen (terug te zien op https://www.youtube.com/watch?v=70KVvC4LzFU). In de 2005 versie zien we een zwarte jongen vertraagd voor ons uit

lopen. Het lijkt of hij stilstaat: morgen is er weer een dag. Het Franse paviljoen is net als in 2013 aan de muziek gewijd. De Merzbau  van Kurt Schwitters (het origineel is te zien in

Merzbau in het Franse paviljoen

het museum in Hannover) is vernuftig nagebouwd en er zijn voortdurend muziek performances van allerlei aard. De (geslaagde) opzet is om de ruimtelijke constructie van Schwitters op deze manier muzikaal vorm te geven Over de brug op het eiland hebben het Roemeense, Poolse (Sharon Lockhart) en Oostenrijkse (Erwin Wurm) paviljoen goede presentaties van individuele kunstenaars. Dat is ook het geval in het Spaanse en Belgische paviljoen. Het Spaanse bevat een wervelende presentatie ‘Unete. Join us!’ van Jordi Colomer (Barcelona 1961). Het lijkt wel alsof je over de pleinen van een havenstad dwaalt waar tribunes staan opgesteld waarop je naar alle sociaal-artistieke gebeurtenissen om je heen (geprojecteerd op de muren) kunt kijken, terwijl er een zeewindje door je haren strijkt. De in betekenis met elkaar verbonden scènes zijn gefilmd in de straten van Nashville, Athene en Barcelona. Anders dan in het Nederlandse paviljoen, pakt de energie de toeschouwer meteen. In het Belgisch paviljoen zien we iets heel anders: de donkere fotomontages van Dirk Braeckman ergens tussen een duister 19e eeuws Belgisch

Jordi Colomer

trappenhuis en de mistige kusten van Oostende in.

In het Arsenale viel de zaal met de presentaties van Anri Sala (Albanië 1974) en Gabriel Orozco (Mexico 1962) op, ook door de niet-Europese kunstenaars die er te zien waren.

Hao Liang (China) in het Arsenale in de zaal van Sala

Verderop in het Arsenale komen de landenpresentaties, waarbij het Zuid-Afrikaanse (Mohau Modisakeng, Soweto 1986, en Candice Breitz, Johannesburg 1972)  en het Mexicaanse (Carlos Amorales, Mexico 1970) in het bijgebouw en Chili, Kosovo, Georgië en Nieuw-Zeeland in het hoofdgebouw eruit sprongen. Het Zuid-Afrikaanse paviljoen over slavernij en vluchtelingschap heeft veel aandacht gehad in de Nederlandse Pers, Carlos Amorales niet, terwijl hij toch een van de mooiste werken toont die ik van hem heb gezien. De film ‘Life in the folds’ laat een lynchpartij van een immigrantenfamilie zien zoals die in de vroege VS met zwarten plaatsvonden. Het is een poppenspel dat lijkt op figuren uit het Duitse expressionisme (met name Feininger). Er is fluitmuziek bij met stenen Indianenfluitjes zoals je die in allerlei varianten in Zuid-Amerika kunt vinden.

Carlos Amorales in het Mexicaanse paviljoen

Op de tafels in de ruimte zijn er tientallen neergelegd als onderdeel van de installatie. De kunstenaars in de in het hoofdgebouw genoemde paviljoens zijn nog niet zo bekend. Sislej Xhava (Joegoslavië 1970) die de republiek Kosovo representeert heeft niet veel woorden nodig om de ellende op de Balkan en in de Middellandse Zee met vluchtelingen uit te leggen. Hij bouwt een verlaten huisje van wrakhout met een niet functionerende bakeliete telefoon op de vensterbank en het opschrift onder het dak: ‘Lost and Found’.

Het paviljoen van Kosovo

Daartegenover staat een grote houten datsja uit Georgië te lekken (Vajiko Chachkhiani, Georgië  1985) . Het land heeft duidelijk hulp van Poetin nodig. De grote verrassing in het Nieuw-Zeelandse paviljoen helemaal aan het eind is het filmische panorama ‘Emmissaries’ van Lisa Reihana (Auckland 1964). Het is een echte ‘rolprent’, gebaseerd op een beroemd behang van de Franse schilder Charvet (‘Les sauvages de la Mer Pacifique 1804-1805’, ook bekend

Behang van Charvet

als ‘Cooke’s voyages’) dat de koloniale wereld in de Pacific van het begin van de 19e eeuw verbeeldt. Dit behang was met name in de VS populair in de Georgian huizen in de vroege federale periode. Daarin projecteert ze met gespeelde scènes van acteurs de exploraties van beroemde ontdekkers in het gebied en tenslotte ook de moord op Cooke in Hawaï. Langzaam rolt dit verhaal van historisch-koloniale interventies langs de toeschouwer, zoals Kentridge dat vorig jaar met een getekende rolprent in het Eye Institute in Amsterdam heeft gedaan.

Lisa Reihana

In de stad trekken de dicht bij elkaar gelegen (Campo S. Stefano) paviljoens van Cuba en Irak de aandacht. De Cubaanse presentatie is ondergebracht in het fraaie palazzo Loredan waar de Venetiaanse Academie van Wetenschappen is gevestigd. Het bevat een oude bibliotheek en een hal vol borstbeelden van geleerden en kunstenaars uit de Veneto. Ieder werk dat in deze historische setting wordt getoond legt een schrijnende situatie in Cuba

Cubaans internet

bloot zonder pathetisch te worden. Je moet misschien in Cuba met de censuur op internet zijn geconfronteerd om de grote schoonheid van het bamboe schermpje met de titel ‘Cubaans internet’ te kunnen appreciëren. Maar voor de mini-altaartjes op rij waarin de zwarte jongen in vervoering opkijkt naar Maria voor de redding van zijn ziel is dat niet nodig. Of is het niet bekend dat Castro en zijn mannen blank waren en dat het katholieke geloof is gebruikt om de bevolking een waanvoorstelling over de revolutie voor te schotelen? Irak was de afgelopen jaren

sterk vertegenwoordigd (zie mijn twee vorige verslagen). Nu maakt het in een archiefruimte de balans op van de archeologische vernietigingen die er in de afgelopen jaren hebben plaatsgevonden. Een Amerikaans nieuwsfilmpje uit de jaren vijftig verstopt in een archieflaadje maakt duidelijk dat de Amerikanen zijn begonnen met de opgravingen van een cultuur die zij mede door de interventies van Bush’s heilige oorlog in de afgelopen jaren hebben helpen vernietigen.

Voor wie tijd heeft is het weer eens bezoeken van de San Giorgio van de renaissance-architect Palladio de moeite waard omdat de Italiaanse Michelangelo Pistoletto (Biella

Pistoletto in de San Gorgio

1933) een atrium van spiegels in deze kerk heeft gemaakt waarin de prachtige maatvoering ervan wordt weerspiegeld. Een ander uitstapje gaat naar het Zattere, goed te combineren met een lunch op een van de terrassen aan de kade, is de in een Oriëntaals Paleis ingerichte interessante tentoonstelling in het op een vorige biënnale gestichte Antarctic Pavillion (een Anartica biënnale binnen de Venetiaanse)  van een groot aantal kunstenaars (o.a. de Frans-Marokkaanse Yto Barrada).

En dan moet het belangrijkste nog komen! Nee, niet Damien Hirst, maar de tentoonstelling ‘Philip Guston and the Poets’ in de Academia en ‘The Boat is leaking. The Captain lied.’ in de Fondazione Prada. De eerste tentoonstelling legt de klassiek Italiaanse wortels van de schilder, die in 1948 een tijd in

Zo zag Guston  Piero della Francesca

Rome werkte, bloot (Giovanni Bellini en vooral Piero della Francesca waarover hij ooit een essay over de onmogelijkheid van het schilderen schreef). Maar daarna verduidelijkt zijn relatie met de zwarte poëzie van onder meer Eliot veel over zijn merkwaardige gang in de schilderkunst van klassiek, via het Amerikaanse abstract expressionisme en vogue in jaren vijftig en zestig, naar wat figuurlijk de zelfkant van het schilderen en het schilderij is in de gewelddadige democratie die de VS altijd is geweest. Aan de kant van de observator ligt de schilder op een symbolisch doodsbed door het schijnsel van een peertje verlicht, die nauwelijks over de horizon naar buiten kan kijken, en aan de kant van de toeschouwer (daarbuiten) lopen Ku-Klux-Klanachtige mannetjes rond of zitten die kleine landschapjes te schilderen. Er is letterlijk een doodsbed dat hij schilderde na een hartaanval. Het is gebaseerd op de sombere Four Quartets van Eliot dat eindigt met ‘In my end is my beginning’, maar dat ook een couplet bevat als: ‘The wounded surgeon plies the steel/That

Guston en The Four Quartets van Eliot

questions the distempered part/Beneath the bleeding hands we feel/That sharp compassion of the healer’s hart/ Resolving the enigma of the fever.’ En in datzelfde deel de regel die op Trump zou kunnen slaan: ‘The whole earth is our hospital endowed by the ruined millionaire.’ Er zijn verwijzing naar de Italiaanse dichter Eugenio Montale in wiens gedichten wij in het bloedhete landschap ‘Op de gebarsten grond of in de wikke de rijen rode mieren observeren’, die we ook dikwijls op Guston’s  schilderijen zien lopen. En dan is er natuurlijk Yeats (Diens ‘Who dreamed that beauty passes like a dream?’, zou op één van die vele in de nacht wakende mannetjes van de schilder kunnen slaan). Wie van deze letterlijk adembenemende tentoonstelling komt, kan in een grote zaal in de Academia nog de schitterende gerestaureerde schilderijen van Jeroen Bosch in het bezit van het museum bewonderen, zonder te worden plat getrapt door de drommen op de Den Bosch tentoonstelling, en daarna naar de Mark Tobey tentoonstelling bij Peggy Guggenheim of Damien Hearst in de Punta del Dogana gaan. Onderweg is dan een bezoek aan het Palazzo Cini de moeite waard, waar prachtige fotomontages van de Braziliaanse kunstenaar Vik Muniz (São Paulo 1961) hangen. Het zijn met duizenden fotofragmenten gereconstrueerde landschappen van de Franse 18e eeuwse ruïneschilder Hubert Robert (de elite van het ancien régime in Rusland was er dol op). Het toont daardoor het digitale tijdperk als de grote beeldruïne die het in feite is! Het in 2016 heropende paleis is trouwens op zich de moeite waard omdat het de bijzondere collectie van de verzamelaar Vittorio Cini bevat, o.a. een meesterwerk van Pontormo (zie openingsafbeelding).

En dan dus de onvergetelijke tentoonstelling ‘The Boat is leaking. The Captain lied.’ in de Fondazione Prada ( gevestigd in één van de mooiste paleizen van Venetië, Ca’ Corner della Regina uit 1728, vaporetto S. Stae). Drie al oudere Duitse kunstenaars hebben hier een onvergetelijk Gesamtkunstwerk gemaakt waar je wel een hele dag zou kunnen doorbrengen. Het zijn Thomas Demand (München 1974), Alexander Kluge (Halberstadt 1923) en Anna Viebrock (Keulen 1951). Viebrock is decorbouwer van toneel en opera en zij heeft in het paleis één groot toneel/opera decor van drie verdiepingen gebouwd met ruimten die door deuren van elkaar worden gescheiden die doen denken aan die in Stasiekantoren, maar ook weer passen in de koele kantoormaquettes die Demand al jaren fotografeert en die thematisch door de tentoonstelling terugkeren. Soms gebruikt ze ook fragmenten van decors uit bekende toneelvoorstellingen of inrichtingen van bestaande musea. Kluge is één van de pioniers van de nieuwe Duitse Cinema die zich in de jaren zestig manifesteerde. Hij toont in het hele gebouw filmfragmenten uit oude speel- en nieuwsfilms, maar soms ook fragmenten uit eerder door hem gemaakte installaties. Er is een oud bioscoopje ingericht waar ze op groot scherm zijn te zien, maar ze keren in allerlei formats terug. Er is een zaaltje waar alleen oude filmfragmenten uit de Eerste Wereldoorlog op een witte muur worden vertoond. In een ander geheel gestripte zaal kunnen we op een afbladderende muur filmfragmenten van heldenopera’s zien begeleid door krakerige koffergrammafoonmuziek. Eén zaal is een kopie van een zaaltje uit het Hamburger Bahnhof Museum waar schilderijen hangen van een onbekende 19e eeuwse

Angelo Morbello schilderij

Het ruimtelijk gereconstrueerde schilderij

Italiaanse sociaal-realist Angelo Morbelli met onder andere het schilderij van een revolutionaire vergadering in een zaal met koorbanken en een grote potkachel. Loop je door de deur in de zaal daarnaast dan is het decor van dat schilderij gereconstrueerd en kun je op de houten banken op kleine schermpjes naar Kluge’s filmfragmenten kijken. Gaan we weer zo’n  deur door staan we in een oud zaaltje van het 19e eeuwse Brusselse Paleis van Justitie waar geluidsbanden afgedraaid worden van processen over schadevergoeding voor geroofd Joods bezit.

De makers en de curator (Udo Kittelmann) hebben van de 19e en vroeg 20ste eeuw Europese geschiedenis met Duitsland in het centrum een totaal spektakel gemaakt dat een nieuwe eenheid is geworden van opera/film/geluidsopnamen/fotografie/toneel. De bezoeker bevindt zich op het vlot van Medusa van Gericault dat bijna omslaat maar de politiek leiders alsmaar roepen dat er ‘niets aan de handa’ is om met Gerard Reve te spreken. En dat in de statige koele ruimte van dit 18e eeuwse palazzo van de familie Corner. De Duitse curator Szeemann heeft zoiets wel eens op een Dokumenta geprobeerd, maar deze in Venetië is niet te evenaren. Het Duitse weekblad Die Zeit dat terecht niets van het Duitse paviljoen in de Giardini moest hebben, vond terecht (1-6-17, p. 43) dat de prijs voor de Biënnale formeel niet naar deze ‘buiten’ presentatie toe kon gaan, maar daar materieel wel thuis had gehoord.

Een bezoek aan Venetië is dit keer dus zeer de moeite waard, mits de  hoofdtentoonstellingen van de Biënnale selectief worden benaderd en prachtige tentoonstellingen in de stad niet worden overgeslagen.

 

De Aalto Aliens

Geplaatst in Recensies | Reacties uitgeschakeld voor De Biënnale van Venetië van 2017